Terloops
1984-11-09
Gods woorden spreken De profeten van het oude Vervond moesten Gods woorden spreken. Zo zegt God b.v. tot Jeremia (1: 17): '…spreek tot hem al wat Ik u gebieden zal'. In Jer. 15: 19 wordt van de profeet gezegd dat hij Gods mond zal zijn.- Jaargang 28
- nummer 42
God legde de profeten Zijn woorden in de mond. De gelovigen zullen het daar wel eens moeilijk mee hebben gehad, Aan de éne kant hadden ze het woord uit Deut. 30 : 14! 'Maar dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart….' Maar aan de andere kant leken Gods woorden zo veraf omdat ze door de profeten tot hen kwamen.
En de zwaarste taak van een profeet was misschien wel om de woorden van God zo door te geven dat ze dichtbij de mensen kwamen.
Woord en verantwoordelijkheid
Daar gaat het ook vandaag om. Gods woorden gelden niet voor een tijd of een tijdje, maar hebben betekenis voor tijden.
Ook voor vandaag, ook voor ons.
Gods boodschappers zijn niet tijdgebonden, daarin zijn ze aan de boodschap gelijk. De profetie van Joël is in vervulling gegaan, God maakt al Zijn kinderen tot profeten, Maar wie vandaag profeet van God wil zijn kan dat alleen als hij nauwlettend luistert naar de profeten van vroeger, hen tot voorbeeld neemt.
Want het gaat om de boodschap, om het boodschapper-zijn.
Dat betekent allereerst dat we moeten luisteren.
God heeft ons zo gemaakt dat we aanspreekbaar zijn, maar daarom zijn we ook aansprakelijk. Vanuit dat luisteren kunnen we profeteren, de boodschap uitdragen.
Onze verantwoordelijkheid is dat we God antwoorden op wat Hij zegt en gezegd wil hebben. Die woorden van God doen immers altijd iets, ze werken wat uit, ze keren nooit leeg terug tot God (Jes. 55 : 11).
Het is goed te bedenken dat Jezus eens gezegd heeft dat niet ieder die tot hem zegt 'Here, Here' zal ingaan in Zijn koninkrijk, maar alleen zij die de wil v® de Vader doen.
Woord en antwoord horen bij elkaar, antwoord en verantwoordelijkheid ook! God wil dat we naar Hem horen, Hem ge-hoor-zaam zijn.
In ons luisteren naar Hem en in ons spreken tot anderen.
God sprak door Zijn Zoon
Zo staat het in het begin van de brief aan de Hebreeën. God sprak tenslotte door Zijn Zoon, Die Zoon was profeet, was knecht, was bode tot aan het kruis toe.
In Zijn zwijgen aan het kruis was Hij een profeet met woorden, totdat Hij sterft en zonder woorden is. Maar later nam Hij de draad weer op.
Jezus maakte de dienst af. Zo kon de bijzondere dienst van de profeten van het oude Verbond worden opgeheven, opdat allen, ook jongens en meisjes, zouden profeteren.
Luisteren en spreken, dàt is profeet en profetes zijn. Zo worden mensenwoorden tot woorden van God en Gods woorden tot mensenwoorden.
Zulke woorden zijn een kracht tot behoud.
Een kracht want zó ontneemt Hij aan de woorden van mensen de zwakte om ze in Zijn kracht te volbrengen.
Gods genade is genoeg voor de profeten en profetessen vandaag.