Weerbaar eerdaags (1)

1984-11-16
  • Jaargang 28
  • nummer 43

Eerste deel van het referaat dat drs P. J. van Kampen heeft gehouden op de Ontmoetingsdag, 12 mei jl. in de Veluwehal te Barneveld.

Voorbeelden die beschromen
We kwamen uit de kerk. We hadden een fijne dienst gehad; er was goed gezongen, goed gepreekt, kortom, we konden er weer even tegenaan. Nauwelijks zit ik op m'n fiets - in elk geval ben ik de straat nog niet uit - of er lopen me twee jongens tegemoet. In het schemerlicht zie ik hen niet zo goed, maar horen doe ik hen des te beter. Ze zullen een jaar of achttien zijn geweest en hun 'lied' luidt: …”de Joden / en stampen hen daarna kapot."

Meer hoor ik niet, want inmiddels ben ik al weer wat verderop.
Toch dringt zich in die weinige seconden een vraag aan me op.
Moet ik afstappen? Met die lui, die ik verder helemaal niet ken, een gesprek aangaan? Zo van: weten jullie wel wat je daar zingt? Of is een klap op iemands neus beter? (Tenslotte is lijfelijk geweld de enige taal die fascisten en racisten begrijpen, denk ik vaak.) Of moet ik gewoon doorfietsen?
Leve de pluriformiteit! Ik ben allang voorbij, voordat ik in mijn overwegingen tot klaarheid kom.
En dus doe ik niets! Dat ondanks mijn besef dat het kwaad vanaf het eerste moment dat het opduikt dient te worden bestreden.

Ondanks mijn besef dat een man als Hitler kon opkomen dankzij de intimidatie en bruutheid van zijn handlangers, maar ook dankzij de passiviteit (of angst) van 'de gewone burger', die het er weliswaar niet mee eens is, maar nergens in betrokken wil worden.
Met alle psalmverzen nog in m'n hoofd, met de woorden van de preek nog vers in m'n geheugen, ben ik op dat moment niet weerbaar!
Dat besef kleeft zich aan me vast; ik ben het nog niet vergeten, tot op de dag van vandaag, zo'n twee jaar later.
Een ander voorbeeld, ook uit m'n eigen leven, deze keer van zo'n twaalf jaar geleden. Ik was in een engels opvangcentrum voor drugverslaafden geweest.
Een christelijk centrum, zo ongeveer het eerste in Europa, meen ik. Het was een korte, maar leerzame tijd voor me geweest; althans, dat vond ik zelf.
Nauwelijks terug op college praatten we over wat we in de vakantie gedaan hadden. Zo vertelde ik onder andere iets over dat verslaafden centrum. "Heb je hun verteld dat ze maar in Jezus hoefden te geloven om er vanaf te komen?", vroeg een meisje wat snerend. En op dat moment stond ik sprakeloos. In plaats van erop in te gaan met een reactie als "nou, inderdaad, weet je dat het helpt?" of zoiets (zou dat overigens een goede reactie geweest zijn?) hakkelde ik en voelde me ongemakkelijk.
Er kwam zoiets als "nou, 't was wel christelijk, ja". Ik hoop dat ik dàt tenminste heb gezegd. Als ik het woord "religieus" heb gebruikt, is mijn "getuigenis" nog een graadje 'wateriger' overgekomen.

Het vermogen hebben ...
We hebben het hier dus over 'weerbaarheid'. Niet de drang om je teweer te stellen, je te verdedigen, te vertellen in wie je gelooft.
Veeleer het vermogen om dat te doen. Niet een agressieve (ook geen christelijk-agressieve) houding naar de niet-gelovige toe, maar het vermogen - en de bereidheid - om te zeggen wie ik ben, wat ik geloof, waar ik (voor) sta. En - dat is de wrange conclusie van de twee bovenstaande verhalen - dat hèb ik niet bij voorbaat, als christen.
Met een goede dienst net achter de rug, heb ik twee jongens laten (be)gaan. Ongeacht het dilemma dat ik ervoer, het gewetensonderzoek dat er bij mij naderhand op volgde, moet één cing worden vastgesteld: als die twee jongens nog steeds anti-joodse (of antiturkse) gevoelens (wat is uiteindelijk het verschil?) uiten, dan hebben ze althans van mij nooit gehoord dat ik dat niet neem.
Want ik nàm het. Op het moment dat het er op aan kwam nàm ik het.
En dat meisje dat wel wist dat ik gelovig was, heeft van mij géén duidelijke geloofsgetuigenis gekregen, hoe het is om Christus als je verlosser te kennen. Met de echo's van Gods aanwezigheid onder ons nog in mijn hoofd heb ik - toen het er op aan kwam - m'n nek niet uitgestoken, me niet als christen laten kennen ...

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief