Eerbewijs aan Prof. Dr K. Schilder

1984-11-16
  • Jaargang 28
  • nummer 43
De niet-méér-bindbaren
In de vorige aflevering bleek dat èn filosofie èn psychologie sinds de Franse Revolutie uitgingen van een geheel in zijn leefwereld opgaande onscheidbaar ermee verbonden en daardoor erin opgesloten mens. Plaats voor buitenaardse invloeden werd met gelaten, evenals voor een niveau van reageren die mogelijk zou moeten kunnen maken dat de mens te o n d e r - scheiden zou zijn van de dwang van zijn leefomgeving. Dat niveau bleek te vinden in Christus' opdrachten de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën weg te doen en zich te gedragen als de derde zoon uit een gelijkenis met als rechtsbasis het herstel van het Nazireeërschap uit Numeri 6 op een nieuwtestamentische wijze met behulp van de in Psalm 110 vers 1 juridisch Hem toegekende bevoegdheid verwordingen en ontaardingen (ook en juist op kerkrechterlijk en kerkrechtgebied) te wijzigen. De grote effectiviteit van Zijn bevoegheid bleek uit de letterlijk wanhopige uitroep in Matth. 26 : 63 en de reaktie op Zijn antwoord van de Hogepriester) een reaktie in strijd met de wetten van Mozes waarop men zich zo gaarne beriep.
Hegels probleem (onder welke omstandigheden de grootste vrijheid en het hoogste mens-zijn verwerkelijkt kon worden) bleek door Hem al eeuwen van te voren definitief te zijn opgelost.
Een nadere uitwerking naar onze taak in deze wereld bleef nog staan voor een laatste aflevering.

HEGELS PROBLEEM DEFINITIEF ONTKEND
Een vorige keer werd aangeduid dat Christus' opdracht uit Matth. 16 : 12 van grondleggende betekenis was voor de wereld en zodoende Hegels probleem definitief oploste.

Verder doordenkend uit de Bijbelse gegevens en doorgravend in de geschiedenis blijkt een nog verdergaande gevolgtrekking gewettigd te zijn.

Als Davids Zoon en Heer blijkt de Christus a.h.w. Gods Begrip van de ware, menselijke vrijheid, de Werkelijkheid van dat Begrip en de Eenheid van beide te zijn 2).
Wie het Woord bewaart, wordt door het Woord bewaard, is een leef- en Levensregel die ook al door Jezus is vóór-geleefd. Wie zou niet navolgen? Hegels probleem heeft nooit en te nimmer bestaan! 2)
Christus was al 1750 jaar voor hem een verbinding-makend tussen "vlees en Geest, menselijke naïviteit en hemels respect voor Gods vaste gedachten- en raads-systeem" 3).

ONZE TAAK
Het karakteristieke van "zuurdesem van Farizeeën en Sadduceeën" speelt door de hele heilsgeschiedenis heen. Jona is een sprekend voorbeeld uit het Oude Testament. Dat Jezus deze mentaliteit heeft bestreden, staat vast.
Ten overvloede is nog te verwijzen naar de vertelling uit Lucas 15 : 11-32. Abusievelijk door onze Middeleeuwse monnik betiteld als "de gelijkenis van de verloren zoon", i.p.v. "de gelijkenis van de Voorbeeldige, barmhartige Vader". Men voedt kinderen immers toch niet op door ze steeds maar op hun feilen te wijzen?
Die barmhartigheid kan zowel de jongste, ja ook hij (hij kan niet wachten tot de dood van zijn vader), als de oudste zoon niet opbrengen.
Beiden zijn misschien daarom als één-zijdigheden zo op elkaar gebeten: de één kan niet wachten, de ander wacht te lang en maakt daardoor toch dezelfde "fout" als zijn broer, n.l. door naar Vaders eigendom te grijpen: die zoon van u, die uw bezit heeft opgemaakt ... " (vers 30) tekent al voldoende de verhoudingen.
Onder het mom van bezorgdheid voor Vaders goed, wordt Vaders beslissing om alvast het deel aan de jongste zoon uit te betalen, bekritiseerd. Hij zou de zaken anders geregeld hebben, niet in de gaten hebbend dat zijn vrijheid te regelen de on-vrijheid van zijn jongste broer inhoudt door de terugkeer naar een genadevolle Vader al bij voorbaat structureel onmogelijk te maken. Over structureel geweld gesproken!
Onze taak houdt dan ook in het vormgeven van de Bijbelse gegevens op zo'n manier dat Christus of de door Christus afgedrongen broederschap niet in de weg gestaan worden! Dat is een opdracht voor iedere generatie: geen macht zonder recht!
Dat kàn inhouden wat Dr F. L. Rutgers, een goed kerkrechtdeskundige uit de jaren van de Doleantie (1886 en volgende jaren) die de oude Dordtse kerkenordening voor de kerken van de Doleantie en de Hereniging (1892) ombouwde met behoud van gereformeerde kerkrechtbeginselen uit de Bijbel. Hij schrijft over de verhouding tussen belijdenis en kerkrecht of -orde het volgende: "Juist opdat Woord en sacrament zuiver bediend, en leer en leven daarnaar ingericht zij, is eene goede regering van noode. De belijdenis is hoofdzaak, maar de kerkenorde is het middel om de belijdenis te handhaven.
En evengoed als eene onzuivere belijdenis ook de regeering (van de kerk, FPV) vervalscht, gaat er van eene slechte regeering een bedervende invloed op de belijdenis uit".
Wie zijn éénmaal gegeven woord handhaaft zoals het behoort, wordt door het Woord gehandhaafd is een conclusie die we nu wel mogen trekken. Zeker in een herinneringsjaar waarin gedacht kan worden aan daden van voorgangers die nu nog vorm krijgen in onze kerkelijke vrijheid. Juist, ja, die daden in 1834 en 1944 die zuiver alleen gegrond waren in Christus' opdracht "Doe die zuurdesem weg" en laat niet toe dat Mijn verloste en herschapen mensheid, toekomend in Mij aan zijn echte, ware mens-zijn en menselijke vrijheid het verworvene weer kwijt zou raken!

Haal Hegel over de hekel!
Bovenstaande leuze mag niet letterlijk opgevat worden. Uiteraard is bedoeld Hegels ideeën en van diegenen die hem voor-lopen en na-volgen!
Progressieve theologen en christenen zijn door Hegel (en Marx) 4) uit hun ultra-gereformeerde dommel wakker geschrokken en houden zich alleen nog maar bezig met de kennis van de ellende, zij het nu op wereldniveau. nu, eens geen filosofie van de geschiedenis a la Hegel, alswel een theologie van de geschiedenis met als uitvloeisel sociaal-revolutionair activisme leidend tot de mythe van de permanente revolutie in de plaats komend van Christus' vraag aan ons.
Die permanente revolutie lijkt overigens als twee druppels water op Hegels "eeuwig scheppen" van de Idee! Hoe kan het ook anders? Afkomstig van dezelfde Ideeënfabriek!

Die Heidelberger toch!
Dergelijke theorieën (zoals die van Hegel, Marx en Thailand de Chardin) hadden toch gemakkelijker met de Heidelbergse Catechismus in de hand zo niet in hun wordingstoestand, dan toch wel in hun voortgang door de geschiedenis weersproken kunnen worden?
Geeft dit belijdenis geschrift al niet duidelijk aan de z e s stadia die de gevallen mensheid en dus de individuele mens dient te doorlopen?
N.l. schepping, zondeval, ellende, verlossing, dankbaarheid en herschepping? De conclusie ligt dan voor de hand! Ja toch? Niet dan?
Wie een nieuwe schepping propageert en de Zoon zodoende op de plaats van de Vader zet (immers het h e r - scheppingswerk van de Zoon komt in de plaats van het scheppingswerk van de Vader) baant de weg naar het zichzelf en eigen ideeën op de plaats zetten van het herscheppingswerk van de Zoon. De regel die voor de grote Zoon geldt, geldt toch ook voor de kleine zoon?!
Het permanente herscheppen van God in Christus doet (dat wel!) wordt dan vervangen door het permanente om-duwen van de ellende-op-wereldniveau-veroorzakende-structuren in de wereld. Gaf prof. Schilder al niet in de 20 er en 30-er jaren van deze eeuw dit als uiterste consekwentie van de ideeën van Karl Barth aan?

De enig juiste wijze van uitvoering van onze taak
Onze levensstijl moet overeens t e m m e n met onze roeping, zegt Efez. 4 : 1 en vervolgt met het aanwijzen van de belangrijkste eigenschap hiertoe "nederigheid, zacht- en lankmoedigheid".
Drie woorden die ongeveer hetzelfde betekenen.
Hetgeen inhoudt bedachtzaam zijn op kleine, lage, e e n v o u d i ge dingen.
N e d e r i gheid houdt in ge n e i g d heid of ge n e g e n heid, mag je ook zeggen.
Het wat oudere woord neigen en genegen betekent in onze tijd buigen of bukken naar iets wat lager staat.
Dat iets of iemand wordt door God op je weg geplaatst, meestal zonder dat je er erg m hebt. Opeens is het in je gezichtsveld gekomen. Op dat moment moet je kiezen "voor of tegen", "klem of knoop".
Na de door Paulus in vers 1 beschreven roeping heb je géén vrijheid van handelen méér over!
Die vrijheid van handelen miste Petrus ook opeens op het moment dat hij dacht er nog over te kunnen beschikken in de hof van Kajafas!
I.p.v. dat hij kon bepalen wanneer het moment van trouw aan de Meester dáár was, werd dat moment vóór hen bepaald door mensen die hij belangrijk genoeg vond om zijn Christusbelijdenis uit Matth. 16 bij Cesarea Philippi te herhalen. De haan kraaide hem Jezus' opdracht tegemoet: "Maak geen onderscheid tussen minder of meer belangrijke mensen".
Om die reden kan gesteld worden: "Wil de zaak ván Jèzus Christus nog een toekomst hebben in dit land, dan zullen degenen die bij deze zaak betrokken zijn, elkaar vóór alles dienen te vinden in de uitvoering van Christus' opdracht in Mattheüs 16 vers 12" 1).
Niet meer benoeming en waardering van Jezus' vraag. Die vrijheid van handelen missen we mèt Petrus!
We mogen ons niet ontworstelen vantussen klem en knoop! Is ook in het geheel niet nodig: Gold Romeinen 5 : 1-11 al niet vanaf het begin voor degenen die in Christus Jezus zijn en ernst willen maken met onze stáát van ontvangend-in-de-genade-zijn als grootste mogelijke vrijheid, als grootst mogelijke verwerkelijking. van het menszijn en tegelijk als hoogste l é v e n snoodzaak?!

Wij missen anders net als Petrus de aansluiting met Christus. Of zoals Luther het zo plastisch weet te vertellen: zonder ernst te maken met Jezus' vraag is er geen ik-omwisseling tussen Christus en ons, geen ruil tussen Christus en de mens mogelijk: wij Zijn gerechtigheid, Hij ónze zonde!

Waakzaamheid gevraagd
In de confrontatie van de Reformatorische uitoefening van het bijzondere èn het algemene ambt (van alle gelovigen) met de zuigende lok-kracht van moderne menswetenschappen, als de psychologie o.a. is, en moderne zielszorg geënt op Hegel, Marx e.a.
(zonder de Bijbelse begrippen als: schuld, leer, koninkrijk van God, vergeving, huisbezoek! enz.) is overeind blijven op de terugweg van de verloren zoon alleen mogelijk als we, mèt Petrus als waarschuwend voorbeeld, Luther naspreken:

"Als ik met luider stem en met een heldere uiteenzetting ieder onderdeel van de waarheid Gods belijd, behalve juist DAT PUNTJE dat de wereld en de duivel op het ogenblik aanvallen, dan ben ik niet bezig Christus te belijden, hoe luid mijn Christus-belijdenis ook moge klinken.
Waar de strijd woedt, daar wordt de trouw van een soldaat beproefd. Op heel het overige slachtveld standvastig zijn, is niet anders dan een vlucht en schande, wanneer hij op DAT punt versaagt". *)

*) omgewerkt van een eerder, in sept. 1982, verschenen schrijven.

Op twee punten wordt uw waakzaamheid gevraagd.
Het eerste is de toestand van ons christelijk, beter gezegd het protestants-christelijk onderwijs in Nederland. Naast het in "Opbouw" van 11 mei j.l. verschenen artikel van L. Eland uit Apeldoorn "De gastvrijheid van het christelijk onderwijs" waarin de verontrusting uitgesproken wordt over het christelijk onderwijs in Nederland dat (onder de mom van door God geboden verdraagzaamheid en liefde tot de in ons land wonende vreemdelingen) zijn toestroom van leerlingen voor de toekomst probeert veilig te stellen in een tijd van verminderende leerlingenaantallen, echter zonder die ander te gunnen wat je als christen zelf gekregen hebt van God: je geloof, ontwikkeling en rijkdom, kan eveneens genoemd worden de toenemende incompetentie van de besturen in het p.c.-onderwijs. Genuanceerd gezegd: niet alle besturen in Nederland vallen onder dit oordeel, maar juist de besturen die door de toegenomen schaalvergroting in de grote stedelijke gebieden minder "man"-kracht kunnen mobiliseren. Het laatste door een verminderde interesse voor de verenigingsstruktuur in ons land: bestuurslid zijn wordt meer en meer een erebaan die door een toenemende complexiteit van wetten en regels van de overheid uit steeds minder overzienbaar is geworden. Hierbij de vergrote afstand tussen bestuurderen en personelen gevoegd door fusies tussen verenigingen allerwegen om redenen van efficiëntie of omdat éindelijk die hervormde en gereformeerde vereniging in één plaats zovèèl jaar na W.O. II samengegaan zijn, geeft al de vergrote behoefte aan geschoolde bestuursleden aan.
Niet voor niets zijn in p.c.-onderwijsland de laatste d r i e jaar 5 betrekkingen voor full-time bestuursmedewerkers gecreëerd, te betalen uit de door de overheid verstrekte exploitatiekosten en bestuursvergoedingen, tegen 1 betrekking in de vier voorafgaande jaren. Niet voor niets maken èn de besturen èn de Besturenraad P.C.O. te Voorburg zich zorgen omtrent het professionele niveau van de plaatselijke besturen. Voeg hierbij de bijzonder grote mate van autonomie van de p.c.-besturen, dit in tegenstelling met openbare en r.k.-besturen, waarin de mogelijkheid steeds groter wordt onherstelbare beslissingen te nemen ook en vooral op het gebied van de identiteit (de goede uiteraard wéér niet te na gesproken) en het plaatje is compleet.

Gedacht zou langzamerhand kunnen worden aan een streven tot oprichting van een "Stichting tot herstel van het oorspronkelijk karakter van het p.c.-onderwijs" (een Vereniging hiertoe is eveneens denkbaar) met als voornaamste gezichts- en uitgangspunt: "Om welke redenen hebben onze over- en grootvaders christelijke scholen opgericht?"
Een vraag die zeker gesteld mag worden bij de jubilea van vele 50-, 60-, 75- of zelfs 100-jarige schoolverenigingen in ons land èn de opdrachten die Christus ons gegeven heeft. Wie reageert?!

Met betrekking tot het tweede punt kan gedacht worden aan een in dit goede blad in een ander verband door drs H. de Jong te berde gebrachte relatie tussen gebeurtnissen in kerkland (waarom zou dat ook niet voor kerkengroepen gelden?) en de verminderende mogelijkheden tot vrijheid van volkeren in andere delen van de wereld. De schepping is één en het leven is éen, is eén spreuk die in dit verband te berde gebracht kan worden.
Beeldend uitgedrukt in het gezegde: "Als (in Nederland) een kerk scheurt, gaat er in de wereld een volk ónder de knoet dóór!"
Wij hebben in Noord-Amerika, (West-)Europa en dus ook in Nederland zoveel vrijheid en zoveel democratie gekregen, dankzij, nee, niet dankzij Hegel of andere de werking van de Heilige Geest naäpende filosofen, maar juist dankzij de godsdienst van Israël in het Oude Testament en de christelijke godsdienst van het Nieuwe Testament die de angst voor natuurverschijnselen gezien als goden wegnam, leerde ik al op filosofieles van een goede leraar.
Mede dankzij de scheuring in 1054 tussen een westerse en een oosterse christenheid als t e k e n van de toenemende verontgoddelijking van de wereld en het maatschappelijke leven van de mensheid in het westen, leidend tot het ontkennen van de rechten van God in het openbare leven, ook in Nederland (wie "Opbouw" leest wéét hoe hier regelmatig over geschreven en gekláágd wordt), weet dat ook onze werken in toenemende mate aan de vruchteloosheid onderworpen worden: men mag blij zijn, in bestuurszaken zowel als in kerkzaken de toestand nog net zo rooskleurig is als pakweg 10 of 5 jaar geleden.
Ook hier zijn uitzonderingen aan te wijzen!
Toch zou m.i. ook eens meer gedacht kunnen worden aan een ook onze kerkengroep ..... niet-voorbij-gaande, aan onszelf te wijten, vruchteloosheid (Jozua 7: 11): de schepping is niet gedeeld, en het leven ook niet, 0, néé, dat is best nog toe te stemmen, maar is het woeden van de satan als een briesende leeuw dan gedeeld? of is Christus gedeeld?

Van de week, op 8 juli j.l., mochten 2 ouderlingen bevestigd worden in het hun ambtelijke dienstbaarheid, naar de Schriften, als werktuigen in Christus' aan ons opgedragen en door Hem geleide kerkvergaderende activiteiten.
Na de bevestiging werd Gezang 310 uit het Liedboek gezongen na de treffende uitleg o.a. dat Luther dit lied liever zong dan "Een vaste burcht is onze God". Je krijgt dan toch weer even een andere belichting op en een ander beeld van deze als ijzervreter geschilderde Reformator.
Meer passend bij Zondag 21, antw. 54 van de H.C., ja zeker, maar ook teerder, zachtmoediger, nederiger, lankmoediger.

Kan ons dat niet beroeren in het herdenkingsjaar van de dood van een Willem van Oranje die als één van de eerste Europese vorsten na Christiaan IV van Denemarken inzicht gekrégen had voor het gevaar van het principe dat deze wereld teveel in zijn greep houdt: eerst macht, dan recht. Wie het museum in de Dillenburg bezoekt, ziet daar de brief aan de keurvorst van Saksen liggen, met in de in rood onderstreepte zinsnede de waarschuwing aan de Duitse vorsten: Heden zijn, in strijd met het recht toegekend door Philips de Goede van Bourgondië aan de ridders van het Gulden Vlies, de graven Egmond en Hoorne onthoofd, zonder te zijn verschenen voor een rechtbank van leden van dat Gulden Vlies.
De hint werd begrepen: geen enkele Duitse vorst heeft zich officieel met de Opstand bemoeid.

Het is het herdenkingsjaar van de Afscheiding van 1834, waar voor het aangezicht van de HEER de gelofte werd gedaan kerkelijke éénheid aan te gaan met álle gereformeerde belijders. Die gelofte is ingelost.
Het is ook het herdenkingsjaar van de Vrijmaking van 1944, waar dezelfde gelofte werd gedaan.
Het is eveneens het herdenkingsjaar van de Vrijmaking van 1969, waar hetzelfde van geldt.
We zullen déze jubilea wel niet "vieren".
Dat zou ook niet passen in de huidige situatie.

Op aarde was
als breekbaar glas
Zijn blijdschap licht te schenden.
Maar eenmaal zal
de ongeschonden vreugde van
Zijn kerkvergaderend werk ook
nimmer enden.

Te Christum laudamus.



1) niet denigrerend bedoeld t.o.v. de Open Briefschrijvers.

2) persiflage op Hegels definitie van de Idee. De Idee is n.l. het werktuig waardoor de Geest zich in de werkelijkheid zichtbaar maakt of zoals Hegel dat noemt, zich verwerkelijkt.
Hegel definieert de Idee als "het begrip, de realiteit van het begrip en de eenheid van beide" ...
"zij is eeuwig scheppen" (Logik, deel 111, pag.
242 v. - dik gedrukte tekst van FPV). Uit de dik gedrukte tekst kan al vermoed worden wat ook inderdaad het geval blijkt te zijn, dat Regel als t h e 0 - loog begonnen. Zijn leer (de dialektische filosofie. zo "vruchtbaar" voor Marx e.a. navolgers) is dan ook op een heilshistorisch ontwerp geïnspireerd: de tegenspraak is het fundamentele beginsel van de wereld, volgens hem. (Als Gereformeerde vraag je je af: tegenspraak van de mens tégen God?) Merkwaardig overigens dat zijn leer ook wel genoemd kan worden: de leer van het concreet-algemene. Is het dan zo verwonderlijk een link te leggen met de in onze tijd gangbare en al eerder besproken ideeën uit de sociale psychologie, verwoord onder het kopje BUITENAARDS?" "
Volgens Hegel verschijnt de absolute Geest in de wijsbegeerte in zijn m e e s t z u i v e r e vorm als met zichzelf verzoend. Verzoende wereldgeschiedenis (Hegel wàs een groot begaafd geschiedenisfilosoof) is dan ook heilsgeschiedenis.
Dat die wijsbegeerte nu toevallig ook nog van die van Hegel zelf was, wist u al!

3) schrijft Schilder in deel I van zijn Ohristus in Zijn lijden", pag. 29, 2e druk, 1949. "

4) schrijft prof. C. Veenhof in het "Informatieboekje 1975/1976", pag. 157. Het begrip ultragereformeerd is afkomstig van prof. A. A. van Ruler en houdt in: het zich enkel en alleen bezig houden met de toestand van eigen ellende. Progressieve theologen en christenen houden zich volgens prof. C. Veenbof enkel en alleen bezig met de toestand van de wereld in ellende gehuld.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief