Pastorale notities
1984-11-23
Ds Ype Schaaf, van het “Friesch Dagblad" heeft veel nagedacht over de moderne media, de radio, de televisie, het tijdschrift en de krant, maar, zo ongeveer schreef hij eens, hoe groot is wel de leesdichtheid van de plaatselijke kerkblaadjes. Die worden gespeld; die worden in den regel door alle leden ,van het gezin gelezen. Hij verbond er de opmerking aan, dat predikanten en kerkeraden van dit in het oog zo nietige medium gebruik moeten maken. Ze kunnen de gemeente met hun eigen krantje informeren en iets doen aan meningsvorming.- Jaargang 28
- nummer 44
Maar, zo dacht ik, dan moet het plaatselijk kerkblaadje wel een redactioneel gedeelte hebben.
Doch wij dominees, hebben het vaak te druk; of liever, opeens moet de kopij voor de kerkbode weer ingeleverd worden, het was ons ontschoten dat het al weer tijd was. Inde kerkbladen vind je, dat is vaste prik, een rubriek over het wel en wee in de gemeente en dan is het woordje "mocht" in elk zinnetje te vinden. Zr. X mocht uit het ziekenhuis terugkeren; br. en zr. IJ mochten de dag gedenken dat ze 25 jaar getrouwd zijn.
In het ziekenhuis heb je het woordje "mag"; in elke zin hoor je het: U mag daar plaatsnemen. U mag zich nu weer aankleden. U mag morgen naar huis. In het ziekenhuis duidt het woordje "mag" aan, dat de medische macht, die je leven indeelt en regelt, vriendelijk is en gunsten verleent. In het woordje "mocht" van de kerkbode wordt heengewezen naar de Almachtige God, die goed is voor Zijn volk. Er is ook een "och mocht" en daarom begon ik over de kerkblaadjes.
Ds A. D. v. d. Heuvel heeft in het kerkblad van de kerken van Almkerk. Hardinxveld en Gorkum over de "Afscheiding" in Almkerk geschreven en gemaakt, dat waarschijnlijk velen die kerk blaadjes bewaren zullen, en terecht. Hij schrijft ook over Marinus van de Giessen uit Waardhuizen, die als "Afgescheidene" in de gevangenis van Den Bosch gestorven is. Een gewone arbeider; hij reisde naar Gameren om Scholte te horen, hij werd door soldaten weggeslagen "maar ik dacht aan de geselslagen van mijn lieven Heiland en zoo waren mij de slagen zoet en aangenaam". Hij schrijft kort voor zijn dood, dat hij "geen reden tot klagen heeft over de Heere, maar wel over zijn zonden."
Ds v. d. Heuvel zegt: "We zouden de gevolgtrekking kunnen maken, dat de afgescheidenen wel wat lijdelijk waren." Ja, dat is een vraagstuk. Velen waren al maar aan het wachten, of God hun zekerheid zou geven van hun zaligheid. Och mocht het nog eens ... En velen leken ook zo passief in de verdrukking.
Maar de Christenen in het rijk van Rome 'lieten zich 66k als slachtschapen de arena binnenleiden.
In de tijd van de Reformatie zie je hetzelfde gebeuren.
Verzet had ook geen zin in die tijden en ook de afgescheidenen wisten van de woorden van de Here Jezus over zijn discipelen, dat ze gezonden zouden zijn als schapen onder de wolven. Hun stond ook 1 Petrus 2: 21 voor ogen, dat de Here Jezus ons een voorbeeld nagelaten heeft: "die als Hij leed niet dreigde en als Hij gescholden werd, niet terugschold".
Over de "lijdelijkheid" kun je dus ook zeer positief denken; het kan ook een geduldig wachten zijn op wat de Here doet.