Engelen in soorten
1984-11-23
Dat elk kind (des koninkrijks) een engel naast zich heeft, een beschermengel, zei de Heiland duidelijk in Matth. 18 : 10. Hij zei erbij dat die engelen gedurig het aangezicht van God zien en dat zij rapport uitbrengen. Wellicht bent u in de afgelopen weken vertrouwd geworden met de gedachte dat ook u vergezeld gaat van een speciale hulp van God, door een engel uitgevoerd.- Jaargang 28
- nummer 44
Er zijn echter veel meer engelen dan beschermengelen. Dat bijvoorbeeld volken een vorstelijke engel boven zich hebben, blijkt bij de profeet Daniël 1), waar gesproken wordt van "Michaël, de vorst van uw volk". In die omgeving wordt ook gesproken van "de vorst van Perzië" 2), die God drie weken lang had opgehouden.
Een engelenvorst, die het tegen God durft opnemen dat is natuurlijk een gevallen engel, een die in het rijk van Satan (Lucifer) is ingelijfd.
Ook vinden we in de bijbel de aartsengel of archangel genoemd 3), die een aparte orde vertegenwoordigt. Met de nu genoemde drie groepen, de beschermengelen.
de engelenvorsten en de aartsengelen, heet de bevolking van de "eerste hemel" te zijn opgesomd.
Maar er zijn meer hemelen 4) en meer engelensoorten. In de evangeliën wordt ook van "krachten" gesproken 5), waar kennelijk engelen zijn bedoeld. Bij Paulus komen we voorts "heerschappijen" tegen als behorende bij Gods onzienlijke wereld. Verder weten we dat engelen met "machten" worden aangeduid, bijvoorbeeld 8): "Christus is geplaatst ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij".
De nauwkeurige vertaling van deze Griekse woorden nu daargelaten is het duidelijk, dat niet drie namen voor een zaak, maar drie namen voor drie soorten worden opgenoemd. En inderdaad worden deze drie: de krachten, de heerschappijen en de machten, beschouwd als de bewoners van de tweede hemel.
Ook in de derde of hoogste hemel wordt aangenomen op goede gronden, dat zich drie orden van engelen bevinden. Het zijn eerst de serafs, die we uit het Sanctus kennen 7). Zij spreken voortdurend het "heilig, heilig, heilig is de Heer der heirscharen" uit en de schrijver biedt ons een verrassende blik op de waarde van deze woorden. Vervolgens zijn daar de "tronen", die samen met andere machten uit de onzienlijke wereld door Paulus worden genoemd 8). En eindelijk zijn er de cherubs of cherubim, die we al bij het verloren paradijs zagen als strijdbare zwaardvechters. Die cherubs vormen letterlijk de troon van God; waarom de Heere op de ark in het heilige twee cherubs liet afbeelden 9). Paulus verklaart huiverend van ontzag, hoe hij eenmaal tot in deze derde hemel is opgetrokken geweest 10).
De schrijver, dr H. C. Moolenburg, gaat bij deze engelen-hiërarchie uit van het systeem van Dionysius uit de eerste eeuw.
Hij is die Dionysius 11), die als de areopagiet bekend staat. Aan hem worden de Joodse geschriften toegekend, die eeuwen lang mondeling waren doorgegeven en waar de kerk zich eeuwen lang aan heeft gehouden. Weliswaar worden deze geschriften tegenwoordig later gedateerd dan de eerste eeuw - maar de schrijver van "Engelen" ziet goede gronden om de samenvatting der Joodse overlevering inzake engelen aan Dionysius toe te kennen.
Laten we niet te spoedig denken aan kunstig verdichte Joodse fabelen.
Zoals we immers zagen gaat de Bijbel uit van een behoorlijke algemene kennis van het rijk der engelen. Er bestond in de dagen van Paulus een mondelinge overlevering en wellicht ook litteratuur over dit onderwerp.
Men wist wat een troon, wat een heerschappij en wat een aartsengel is. Dan kunnen wij ons niet onwetend houden ten aanzien van kinderen, met het Roomse badwater weggespoeld!
Zo zult u de naam van de engel Rafaël niet in de Bijbel vinden, maar hij bestond in Christus' dagen en u vindt zijn naam wel bijvoorbeeld in het apocriefe boek Tobias. Waar nog meer?
In een van de Oumran-rollen, aan de Dode Zee gevonden, dertig jaar geleden. (En laten we die Oumran-bibliotheek niet te laag aanslaan: de aldaar gevonden rol van Jesaja - duizend jaar ouder dan het oudste beschikbare handschrift - bevestigt ons bijbelboek volledig.) En waar nog meer? U vindt de naam van Rafaël ook in het verdwenen boek Henoch, waaruit de apostel Judas citeerde.
U komt immers bij Judas' briefje enkele onbegrijpelijke uitdrukkingen tegen, waar hij over engelen spreekt. Judas zegt daar 12) bijvoorbeeld: "Michaël, de aartsengel, toen hij met de duivel twistte over het lichaam van Mozes... " En even later dat "Henoch, de zevende van Adam, geprofeteerd heeft, zeggende: zie, de Heere is gekomen met Zijn heilige tienduizenden... " 13).
Welnu, het boek Henoch is in 1773 te Addis Abeba gevonden en wel in de Ethiopische taal; in 1886/7 werd het in Opper-Egypte gevonden, in de Griekse taal; in de Oumran-rollen werden Hebreeuwse fragmenten aangetroffen. De apostel Judas heeft blijkbaar het boek Henoch gekend: hij ontleende er niet alleen zijn citaat aan maar vond er ook de geschiedenis van Mozes' strijd met de satan over het lichaam (de boeken?) van Mozes. 14) We gaan nu niet verder in op Henoch, hoe verleidelijk dit ook is.
Nee, we gaan naar ons oudste kerklied, het oude Te Deum. Het dateert uit de vierde eeuw, we zongen de berijming van Ahasverus van den Berg vijftig jaren met vrucht en vinden het gecorrigeerd in Lied 399 van ons Liedboek. Voorheen luidde het: "zingt serafs engelen, zingt, heft - machten - aan en tronen."
Vandaag zijn de gewone engelen uitgevallen (hoewel de tekst oorspronkelijk ook omnes angeli noemt) en we zingen van hemelen, serafs, machten en tronen, die even reëel zijn als de apostelen, de profeten en de martelaars.
Nog iets over de aartsengelen?
Van de vier (of zeven?) aartsengelen wordt de groep en worden enkele namen in de bijbel genoemd. Daar is eerst Michaël, Gods generaal. Op het ogenblik dat Jozua klaar stond voor de aanval op Kanaän 15) verscheen hem "de vorst van het leger des Heeren". Ook bij de politieke en militaire woelingen, beschreven bij Daniël 16), wordt Michaël in deze functie genoemd. In de door Johannes beschreven eindstrijd treedt de generaal Michaël opnieuw naar voren. Zijn strijd over het "lichaam" van Mozes is al genoemd.
Een andere, niet minder bekende aartsengel is Gabriël. We vinden hem bij Daniël vermeld 17), waar hij Daniël inzicht gaf in de betekenis der politieke woelingen.
Maar beter leerden we hem kennen in de evangeliën. Het was Gabriël die zowel aan Zacharias 18) als aan Maria 19) de geboorte van een zoon aankondigde.
Volgens de overlevering is Gabriël bizonder betrokken bij onze vleeswording, de incarnatie.
(Waarom? Hij stond "rechts van het reukaltaar" 20) en volgens de Joden heeft deze Noordzijde van de tempel te maken met het lichamelijke, de stof. Zo is er ook een gevallen engel, die de mensheid leert hoe abortus te plegen: hij is de tegenhanger van Gabriël. Maar u moogt dit proberen te vergeten.)
Dr Moolenburgh legt er alle nadruk op, dat engelen nooit iets zelf scheppen of regelen, maar altijd uitvoerders zijn van Gods bevelen. Ook dat zij nooit willen worden aangebeden 21) maar naar God verwijzen en zichzelf mede dienstknechten van ons noemen. Wie God wegdenkt zegt hij - maakt van de engelen afgoden.
Misschien is het nog te vroeg een balans van dit boek op te maken. Maar u zult wel gezien hebben, dat de engelenwereld ongelooflijk belangrijk voor ons blijkt te zijn. We hebben met geallieerde legers te maken, van meer heiligheid dan wij hebben, sterker bewapend en met meer inzicht dan ons verleend is, en zonder wie wij maar niet aan de komende eindstrijd moeten denken!
1) Dan. 12: 1
2) id. 10: 13
3) bijv. 1 Thess. 4: 16
4) Hand. 2: 34
5) Matt. 24: 29; Mrc. 13: 25; Luc. 21: 26
6) Col. 1: 16
7) Jes. 6 : 2, 6
8) Col. 1 : 16
9) Psalm 99 : 1
10) 2 Cor. 12 : 2
11) Hand. 17: 34
12) Judas: 9
13) idem : 14
14) dr M. A. Beek in W.P. Enc.
15) Joz. 5 : 13-6: 5
16) Dan. 10: 13, 21
17) Dan. 8 : 16 en 9 : 21
18) Luc. 1 : 19
19) Luc. 1 : 26
20) Matt. 1: 11
21) Openb. 19: 10.