Contacten met de Gereformeerden Kerken (vrijgemaakt)?

1986-10-24
  • Jaargang 30
  • nummer 41
In het voorafgaande heb ik geprobeerd een indruk te geven van de bespreking op de Chr. Geref. Synode te Den Haag over contact en samenwerking met onze kerken.
Tevens heb ik getracht door 'te stoten naar achtergronden die bepalend zijn voor de trage gang van zaken.
Eenheid in belijdenis en kerkregering betekent nog niet eenheid van kerkelijk samenleven omdat er zich meer factoren doen gelden.
Lees ik het verslag over de genoemde zaak in "de Wekker" dan stuit je weer op het moeilijk verstaan van elkander, hoe je je woorden ook wikt en weegt.

Uit de berichten over de synode blijkt dat de broeders niet beducht zijn voor kloeke besluiten en afgewacht-
moet worden hoe de doorwerking hiervan naar de kerken zal zijn en welke invloed dit zal hebben op ons "samen op weg".
Opvallend is dat de moeiten met de Chr. Gereformeerden vóór en na de scheuring in de vrijgemaakte kerken niet zo veel verschillen.
De leer over de ware kerk is niet langer struikelblok, maar de verschillen over de prediking en de toe-eigening van het heil zijn dezelfde.
Logische conclusie zou zijn dat we veel beter contact en hereniging kunnen zoeken met de Vrijgemaakte kerken, omdat we uit hetzelfde "nest" komen.
Helaas zijn pogingen om tot een beter verstaan te komen mislukt en constateren we steeds weer dat er binnen verband zoveel bezwaren tegen en kritiek op ons kerkelijk leven zijn, dat een weg tot elkander niet in het verschiet ligt.
Van onze kant zijn er ook bezwaren uit een diepe overtuiging, met name tegen de orde- en tuchtmaatregelen waardoor deze kerken trouwe dienaren van onbesproken gedrag en belijdenis en met hen veel oprechte gelovigen hebben verstoten, omdat men voort moest gaan met Christus. In het leven, ook in het christelijke leven zijn onherroepelijke dingen en dan is er geen weg terug. En zo blijven gelovigen, die elkaar zeer na staan, kerkelijk gescheiden.

Een volgende generatie?
Nu is er sinds de vrijmaking al een tweede en derde generatie aangetreden en het zou kunnen zijn dat de jongeren in onze snel veranderende tijden tot de ontdekking komen dat de verschillen tussen de gescheiden kerken niet zo groot zijn als ze zijn voorgesteld.
Even denk ik aan een grootmoeder, die nachten had wakker gelegen, in tweestrijd of ze de doop van haar kleinzoon in een buiten-verband-kerk wel zou bijwonen en ontdekte dat er uit de catechismus gepreekt werd en nog gereformeerd ook!
Hetzelfde zou anderen kunnen overkomen.
Dezer dagen werd in het Ned. Dagblad een artikel overgenomen van ds C. J. de Ruiter, die de akta van onze Landelijke Vergadering heeft doorgenomen en ondanks zijn kritiek op de aard van ons. kerkverband, een geest van verwantschap ontdekt. De schrijver acht het uitzicht op hereniging niet gunstig, maar vraagt zich af: ",of zou de 'extreme nadruk op de plaatselijke zelfstandigheid van de kerken juist mogelijkheden bieden voor plaatselijke samensprekingen".
Met kromme stokken worden wel eens rechte slagen uitgedeeld, wie weet.
Nu maakt één zwaluw nog geen lente, maar' het treft dat hier onbevangen wordt gesproken over samensprekingen en dat is wel anders geweest. ' Met, een zekere verbazing heb ik zo nu en dan in het Ned. Dagblad gelezen van plaatselijke samensprekingen met verontruste synodalen.
Er moet in Groningen zelfs een comité ,,samenspreking verontrusten" bestaan.
De tijd is blijkbaar 'voorbij waarin een predikant die samensprak met "synodalen" het risico liep te worden geschorst en afgezet, en dat is een verheugende ontwikkeling.

Teleurstellende vertekening van de geschiedenis
Er zijn, naar mij ter ore kwam, op een: paar plaatsen besprekingen tussen Geref. Vrijgemaakte en Ned. Geref. kerkeraden gehouden.
Aardige bijzonderheid was dat toen het onderwerp: de leer van ds Oosterhoff" aan de orde moest komen, niemand wist wat die "leer" inhoudt.
Ook dit zou een gelukkige ontwikkeling zijn ware het niet dat de kerkscheuring in Beverwijk opnieuw tegen ons in stelling is gebracht.
Onder de titel: "Van Tolerantie 'tot Doleantie" is deze strijd door F.W. IJkel te boek gesteld met een ,,tengeleide" van Prof. J. Kamphuis; beiden waren zeer nauw bij het conflict betrokken.
In een recensie in de Gereformeerde Kerkbode voor het Noorden schrijft H.B. en alles wijst er op dat dit ds H. Bouma is, dat het document van groot belang is voor onze kennis van een stuk kerkgeschiedenis dat mede- geleid heeft tot het ontstaan van de Nederl. Geref. Kerken.
De classis Haarlem en de Part. Syn. van Noord-Holland kregen met bezwaren van de kerkeraad van B. tegen de dwaalleer van de predikant te maken en tolereerden haar.
We kennen ds Bouma als een zeer accuraat man die goed thruis is in de kerkgeschiedenis en belangrijke bijdragen heeft geleverd in de uitgaven van het comité Herdenkingen van de Geref. Kerken (syn.).
Uit zijn pen had, ik een vertekening van de werkelijke gang van zaken in de classis Haarlem van de zestiger jaren niet verwacht.
Hij kan weten dat wanneer de "Overwinnaar" de geschiedenis' beschrijft, zoals in dit geval, het gevaar aanwezig ,is van een erg subjectief oordeel.
Het is niet waar dat de dassis de opvattingen in geding zonder meer ' heeft getolereerd, zoals het rapport dat over de "leer" is uitgebracht, dat vermoedelijk niet bij het documentatie-materiaal is opgenomen, kan leren.
Het is niet mijn bedoeling een verslag te geven van wat er zich al zo heeft voorgedaan in de tijd dat de classis wekelijks vergaderde, maar volsta met te zeggen dat de moeilijkheden in Beverwijk en de kerken veel meer zijn veroorzaakt door wat men noemde "de Doleantie" dan door de leer van de betrokken predikant.
Waar het mij om gaat is dat onze kerken niet zijn aan te spreken op de "leer" die in geding was, zoals ik herhaalde malen heb aangetoond: Nu het nodig blijkt dan nog maar een keer. Nadat de synode van Rotterdam-
Delfsmaven in 1964 de "dolerenden" in Beverwijk in het gelijk had gesteld met een krasse veroordeling van de leer, heeft de classis Haarlem zich geconformeerd aan die besluiten. De "dolerende" kerk van Beverwijk werd weer opgenomen in het kerkverband en de anderen bleven daar buiten.
Bij de breuk in de classis Behoorde ds O. niet meer bij het kerk verband.
De dolerenden namen kort na hun terugkeer het voortouw in de zaak van de Open Brief en omdat de kerkeraad van Haarlemmermeer O.Z. en de classis weigerden ondergetekende te schorsen of weg te zenden, kwam de breuk toen de kerk van Beverwijk het initiatief nam voor een nieuwe classis HaarIem. In geding was de Open Brief; niet de leer van ds O. Hiermee is het verhaal nog niet af.
Nadat de kerken in Noord-Holland buiten het kerkverband werden gesloten is aan de classis Haarlem gevraagd de kerkelijke positie van ds L. E. Oosterhoff te regelen.
Genoemde predikant en zijn gemeente zijn opgenomen in' ons kerkverband nadat ds O. een verklaring had getekend dat hij niet meer zou leren wat door de kerken afgewezen was.
Deze verklaring is opgesteld door ds C. P. Plooy en ondergetekende Wil het tot betere verhoudingen komen dan zal men eens moeten ophouden ons met dit soort verhalen tot in Zuid Afrika te achtervolgen.
Zou het ergens tot samenspreken komen dan zijn de broeders bij deze, zij het summier, ingelicht over "een leer" die onder ons niet gevonden wordt.

Toch nog een bijdrage van H.B. voor de geschiedenis
In de genoemde recensie doet ds Bouma een mededeling die het waard is doorgegeven te worden.
Het was ons bekend dat de opvattingen van ds O. over de doop en de verzoening in de gemeenten die hij vóór Beverwijk diende niet onopgemerkt zijn gebleven. Ds Bouma vertelt ons dat zijn vroegere collega J. van Bruggen indertijd in Ten' Post in Groningen navraag heeft gedaan naar de leer van L.E.O. "Hem bleek echter ook, dat de Kamper professoren K. Schilder en P. Deddens er reeds bij betrokken waren; die meenden dat het met de dwaalleer wel zo'n vaart niet zou lopen".
Ook de classis Haarlem heeft advies ingewonnen bij hoogleraren en zo kwamen prof. dr L. Doekes en Prof. H. J. Jager 'Onste hulp.
Deze hoogleraren zagen na bestudering van de stukken vreemd op dat hier zoveel moeite' was ontstaan.
Zij hebben niet geadviseerd om tot schorsing over te gaan.
Op de Generale Synode van Rotterdam heeft een commissierapport gediend van de hand van ds J. J. Verleur waarin uitlatingen en leringen werden afgewezen als in strijd met Schrift en belijdenis, maar men wilde niet spreken van bewuste, notoire ketterij en opzet tot valse leer.
Ook vestigde de commissie er de aandacht op dat ds O. ernstig poogde de gereformeerde belijdenis naar de Schriften te verstaan. Deze billijke beoordeling is in de uitspraken van de synode niet terug te vinden.
Dank zij ds H. Bouma weten we nu' ook dat broeders die toch wel onderscheidingsvermogen hadden als K. Schilder en P. Deddens, de adviseurs vim de classis L. Doekes en H. J. Jager en de rapporteur van de commissie ter synode, niet zo zwaar tilden aan de dwaalleer, De vraag vanwaar dan die explosie van strijd waarin zoveel tijd is verdaan en leed geleden is laat ik graag aan ieders beoordeling over.
Zou eens de tijd aanbreken dat deze en andere onverkwikkelijke zaken voor altijd begraven kunnen worden en er zich een weg van beter verstaan gaat aftekenen.
Moge het een volgende generatie gegeven zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief