Overwinning

1984-11-30
  • Jaargang 28
  • nummer 45
Men heeft calvinisten wel eens verweten, dat zij al te strijdlustig waren en van een zeker triomfalisme niet vrij te pleiten.
Dat moge op het gebied van de politiek een zekere waarheid bevatten, op het terrein van het geloofsleven mocht er m.i. wel wat meer strijdvaardigheid zijn. Om van overwinning maar niet te spreken. In verschillende gemeenschappen van gereformeerde kleur heerst meer lijdelijkheid dan strijdvaardigheid.
Er worden meer nederlagen geleden dan overwinningen behaald. Terwijl de Schrift m.i. een andere toon laat horen.

Dat God machtiger is dan alle machten in hemel en op aarde zal voor ons allen wel vast staan.
Zijn Koninkrijk zal bestaan in eeuwigheid, terwijl alle andere heerschappijen eens niet meer zullen bestaan. En de overwinningen die de gelovigen behalen zijn aan God te danken. En niet aan ons. In 1 Kor. 15:57 schrijft Paulus met recht: "Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus".
Aan Hem is de eindzege: "Hij moet heersen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd". En dan zal vervuld worden het Woord, dat geschreven staat: "de dood is verslonden door de overwinning. Dood waar is uw prikkel, hel, waar is uw overwinning". 1 Kor. 15:54.
Dát hoeft voor ons verder geen bewijs.

Maar hoe staat het met de gelovigen, die van de genade van Christus alle verwachting hebben?
Te roemen in zichzelf is vanzelfsprekend niet geoorloofd.
Van nature zijn ze machteloos tegen de vijanden: duivel, wereld en oude natuur. Dát hoeft verder ook geen bewijs denk ik.
Maar zijn ze zo onmachtig als vaak wordt voorgesteld? Als we echt uit het geloof leven welke belofte hebben we dan? Daar is het Evangelie vol van.
Dat er geen overwinning is zonder volhardende strijd is duidelijk.
Ende grootste vijand, die achter al onze vijanden staat is de duivel. De grote tegenstander van God en
Christus. De lasteraar. Ook wel satan genoemd.
De verleider. In het Onze Vader de boze genoemd. Die onder Gods toelating grote macht heeft. Maar hij is niet onoverwinlijk.
Hij gaat wel rond als een briesende leeuw, op zoek naar slachtoffers. Maar laat niemand denken, dat Gods macht niet veel en veel groter is. Jezus heeft de verzoeking in de woestijn weerstaan. De duivel liet van Hem af. En door Zijn genade kunnen wij hem weerstaan.
Daartoe wekt Jacobus ons op.
Met de belofte dat hij van ons zal wijken. Jakobus schrijft: "Wordt nuchter en waakzaam.
Uw tegenpartij gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof; wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten." En daaraan voegt hij toe: "God zal u, na een korte tijd van lijden volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten.
Hem is de kracht in alle eeuwigheid."
En in 4 : 7 schrijft hij: "Onderwerpt u aan God, maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal voor u vluchten. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen." We hoeven dan voor de duivel niet. bang te zijn.
Een vijand, die dichter bij huis is, is de wereld. De van God afgevallen mensenwereld. Die handlanger is van de duivel.
Van kinderen van de duivel spreekt de Schrift. Maar ze spreekt er ook van, dat wie gelooft in de Here Jezus, de boze heeft overwonnen. Bemoedigend in dit opzicht is de eerste brief van Johannes. We lezen daar: "Wie zondigt is een kind van de duivel. Want hij heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is verschenen om de werken van de duivel ongedaan te maken". 3: 8. Verder nog: "God liefhebben betekent Zijn geboden in acht nemen. En Zijn geboden zijn niet zwaar. Omdat elk kind van God de wereld overwint. En de overwinning op de wereld behalen we door het geloof. Iemand kan de wereld alleen overwinnen, als hij gelooft dat Jezus de Zoon van God is". 5 : 3 v.v. Voorts: "Jongelingen, ik heb u geschreven, want gij zijt sterk en het Woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen. Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde van de Vader is niet in hem. Want al wat in de wereld is, de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven. is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid". In mijn jeugd werd ons bijgebracht, dat de wereld vooral bestond uit dans, toneel, kroeg, kermis en bioscoop.
Als we daar maar wegbleven, hadden we al veel gewonnen.
Maar tegen allerlei begeerlijkheden werden we niet gewaarschuwd.
In de preken mogelijk wel, maar in de dagelijkse samenleving niet. Tegen drankzucht en in het algemeen genotzucht, eerzucht en heerszucht en zoveel meer werden we niet gewaarschuwd.
Naar mijn mening van nu leefden we vrij werelds.
Er was vrij algemeen misbruik van drank bijv. Het zedelijk leven stond op geen hoog peil. Onze praatjes waren vrij laag bij de grond en kwade samensprekingen bedierven goede zeden. En dat we werden onderwezen in de overwinnende kracht van het geloof denk ik niet. In menige kring van kerkmensen gebeurt dat nog niet als ik het wel heb.
Waarom eigenlijk niet? De Schrift doet het wel. Als Paulus in Rom. 8 gesproken heeft over de verkiezende liefde van God en al wat ons om Christus Jezus geschonken is, dan vraagt hij: "Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of het zwaard? Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
Want ik ben verzekerd, dat dood noch leven, noch hoogte noch diepte, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Jezus Christus onze Here".
Dus ook de duivel en de wereld met al zijn begeerlijkheden kunnen ons niet losmaken van Gods liefde. In de strijd daartegen zijn wij superoverwinnaars. Dát staat er precies. Zo mogen we geloven en uit dat geloof léven. Natuurlijk zonder eigen roem. Want het is Israëls God, die krachten geeft, van Wie het volk zijn sterkte heeft, 100ft God, elk moet Hem vrezen!

De derde vijand is onze oude natuur, door Paulus de oude mens genoemd. Het dichtst bij huis. De verrader in de vesting.
Daarom wel de gevaarlijkste.
Maar, God zij dank, ook niet onoverwinlijk.
Hij omvat wel lichaam, ziel en geest. Maar in het leven der gelovigen huist de Geest van Jezus Christus. En als we ons daardoor laten leiden is onze nieuwe mens sterker dan de oude. Dat wil niet zeggen, dat wij zonder zonde zijn.
Als wij dat zeggen bedriegen wij ons en de waarheid is in ons niet. Maar als wij ze belijden, God is rechtvaardig en getrouw, zodat Hij ze ons vergeeft, en ons reinigt van alle ongerechtigheid.
In 1 Joh. 3 schrijft Johannes: "Een ieder, die uit God geboren is (die echt gelooft, het nieuwe leven aan God te danken heeft) zondigt niet.
(Maakt van de zonde niet z'n praktijk.) Want het zaad (Gods) blijft in hem (het Woord Gods blijft hem beheersen) en hij kan niet in de zonde leven, omdat hij uit God geboren is... En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in ons. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft".

Het is moeilijk verklaarbaar, waarom in verschillende kerken zo groot gedacht wordt over de macht van de oude mens en zo weinig verwacht wordt van de nieuwe mens, of liever van de Heilige Geest. Want daarop komt het neer, wanneer zo hoog wordt opgegeven van de macht der zonde en zo weinig verwacht wordt van de nieuwe mens. Zingen we in de samenkomst dan maar gedachteloos en zonder geloof: "Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort"? In de duitse vertaling vond ik dat zó overgezet: "Zij gaan steeds voort van overwinning tot overwinning", wat m.i. nog zo gek niet is. Dat komt trouwens overeen met het "superoverwinnaars"
van Paulus. En met dat andere woord uit 2 Kor. 3 : 17 v.: "De Here nu is de Geest, en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.
En wij allen, die met onbedekt gelaat de heerlijkheid des Heren als in een spiegel weerkaatsen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals van de Geest des Heren te verwachten is".
Trouwens geheel in overeenstemming met Rom. 6: "Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in gemeenschap met Christus Jezus ...
Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven". En ook in overeenstemming met het begin van Rom. 8: "Zo is er nu dan geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want. de wet van de Geest des levens heeft u in gemeenschap met Christus Jezus vrijgemaakt van de macht der zonde en des doods".
Jawel, zo hoor ik iemand tegenwerpen, maar er staat toch maar in Rom. 7 : 15 v.v. dat we niet doen wat we willen en wèl doen wat we niet willen.
Mijn wedervraag is: Kan Paulus dat van zichzelf gezegd hebben als apostel, als christen, een voorbeeld voor de kudde? Volgens mij is dat niet mogelijk.
Met die verklaarders ben ik het eens, die beweren, dat Paulus hier spreekt van zichzelf, toen hij nog uit de wet leefde en in eigen kracht met de geboden van de wet wilde klaar komen.
Dat brak hem bij de handen af.
Daar kwam niets van terecht.
Een ander woord van hem blijft staan: "Ik vermag alles door Christus, die mij kracht geeft".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief