Nederlands Gereformeerde identiteit (2)
1986-10-31
Tenslotte wil ik ook nog iets zeggen over onze verhouding tot de Evangelicalen. Het is bekend, dat onze jeugd meer met hen in aanraking komt dan de ouderen die ons kerkelijk gezicht bepalen. De evangelische mentaliteit is dan ook weleens een oorzaak van spanning tussen ouderen en jongeren in onze kerken. En als wij dat bedenken, dan zullen wij mild op het verschijnsel van het Evangelische reageren. Ze hebben trouwens ook mooie dingen, waarvan ik er één concreet noem, (want alleen maar zeggen: mooie dingen, wekt meer' argwaan dan dat mensen zich erdoor gerustgesteld voelen.) Eén concreet ding dus. Ik denk dat het vanwege de Evangelischen is, dat er onder ons ook gebedskringen ontstaan; dat er meer nadruk komt te liggen op het gebed, ook in de onderlinge kring, het kringgebed.- Jaargang 30
- nummer 42
Dat vind ik wel een winst; dat onze gebedsbeschroomdheid toch wat vermindert, dank zij hun invloed.
Een heel concreet ding dat ik apprecieer, en als winst begroet.
Ik vind het prachtig dat er naast bijbelkringen onder ons ook gebedskringen komen. Ze kunnen elkaar wederzijds verrijken. Vooral de bijlbelstudie kan zo uit de sfeer van de vrijblijvende weterigheid gehouden worden. Het heerlijk Verbond bestaat toch immers ook uit Woord en antwoord? Ik denk dat dit goede van de Evangelischen, deze toegenomen aandacht voor het gebed, vooral via l'Abri bij ons binnengekomen is.
Maar natuurlijk moet niet alles geprezen worden wat van die kant komt. En dan wil ik ook met name één punt noemen en een serieuze waarschuwing plaatsen, echt ook wel vanuit de pastorale praktijk.
Dat betreft de opvattingen die je onder Evangeliealen tegenkomt over de leiding van de Heilige Geest. Veel te gemakkelijk, zo is mijn indruk, spreekt men daarover, alsof uit allerlei, merkwaardigs in het gebeurtenisverloop Zomaar de conclusie zou kunnen worden getrokken: dit is .leiding van de Heilige Geest. Het gebeuren is een verborgenheid, een ingewikkeldheid.
De Heilige Geest daaruit te leren kennen is een hachelijke zaak. De Heilige Geest laat zich vooral kennen aan de beloften van de Schrift, en aan de geboden van de Bijbel. Dat is zijn visitekaartje. Dat Hij ons leven leidt, is waar, en wij geloven het, maar . .. wij geloven het, het is lang niet altijd zichtbaar te maken.
Het is echt onverantwoord, om, als je onder opmerkelijke omstandigheden een jongen of een meisje 'Ontmoet te zeggen, 0, dus, God bedoelt daarmee, dat wij het voor het leven eens worden, moeten worden. Jongelui die zo bij mij komen, geef ik weleens ten antwoord: Kom over 25 jaar nog eens terug.
Als je dan nog bij elkaar, bent, ben ik bereid, God te danken, dat Hij jullie bij elkaar heeft gebracht.
Maar tot zo lang overtuig je me niet met een beroep op Gods leiding.
Let wel, ik vind het prima, van die verkering, maar, maak verkering niet ontijdig religieus: Ik vind in zulke dingen het Gereformeerde veel en veel verkieslijker dan het Evangelische. Een beetje Gereformeerde nuchterheid kunnen onze jongelui goed gebruiken, is mijn mening. Maar je krijgt weleens de indruk onder onze mensen dat het, Gereformeerde mislukt is, en dat we eigenlijk wel gedwongen zijn, om 'met het Evangelische verder te gaan. Dat mislukken V3lI1 het Gereformeerde maakt men dan op uit het feit dat er veel kerken zijn. Maar onder de Evangeliealen heb je ook talloze groepen. Maar nog eens: mijn grootste bezwaar gaat toch tegen de mystiek van de leiding van' de Heilige Geest waàrmee zeer wille-keurig omgesprongen kan worden.
Je kunt er alles en nog wat mee bewijzen, en dat vind ik griezelig.
Ook voel ik het weleens als een bezwaar dat onze jongelui naar Youth for Christ of Ichthus gaan en daardoor de eigen jeugd verwaarlozen.
Ik zeg niet: stop er dus mee, maar zin op middelen 'Om, ook de verantwoordelijkheid naar eigen jeugd na te komen, dus dat je daar b.v. groepsgewijs heen gaat, en dan ook samen daar nog eens over kunt napraten. Maar 't is waar, er gaat vooral op de jeugd een grote aantrekkingskracht uit vanwege de Evangelicalen. En om dat" in goede banen te leiden, zou je eigenlijk de jongelui' onder de waan vandaan moeten halen, dat ze vanwege hun Gereformeerde opvoeding overal- scheef voorgezet zijn; dat is niet waar. Ik bedoel te zeggen, dat onze jongelui zich te gemakkelijk laten intimideren van die kant, te weirug beseffen, dat ze zelf ook iets hebben om in te brengen. En dat zich gemakkelijk laten intimideren, dat zou weleens hiermee samen kunnen hangen, dat de opvoeders, dus dat wij, ze eigenlijk te weinig eigenheid hebben meegegeven. '
Tot zover de causerie. Ik voeg nog wat brokstukken uit de vragenbeantwoording toe. Die zijn van de tape afgehaald, wat aan de stijl te merken is.
... De vraag is: U hebt gesproken 'Over het werken aan betere verhoudingen tussen de kerken, 'moet daar geen vervolg op komen, zodat het naar Johannes 17 ook tot meer eenheid komt? Of ziet. U daar alleen maar moeilijkheden?
Mijn standpunt is een beetje laconiek.
In die zin laconiek, dat ik zeg: nou, laten we de doelen maar niet te hoog stellen, laten we maar beginnen met goed over elkaar te praten en een goed getuigenis van elkaar te geven; want wat mij opvalt, dat is, wanneer mensen aanstoot nemen aan de veelkerkigheid, dat het dan vooral ook wel gaat 'Om de onderlinge verhouding tussen die kerken, het gehakketak en het kleinzielige. Dus als we daar iets aan doen, doen we al wat.
Natuurlijk doen we dat in de hoop ook. dat de Here het zegenen zal.
Maar inderdaad zie ik er niet zoveel in, 'Om bij elkaar te gaan zitten en te vragen: kunnen wij' samengaan?
Ik verhinder anderen niet om dat te doen, om er iets in "tezien, maar ik geloof dat we - ook wat geleerd door: hoever zijn we nu eigenlijk gekomen hè, nog niet zo erg vergeleerd door deze ervaring aan de taktiek van de kleine stapjes de voorkeur moeten geven.
... Of ik dan ook vind, dat, waar het kan, het ook moet? - Ja, weet u waar het kan? .. Ja, ik probeer mijn laconiciteit uit de sfeer van het cynisme te houden. Dus, ik gun u 'Ook uw hoop. U ziet toch, , zo werd mij voorgehouden, u ziet toch in Nieuwegein dat het kan.
En daarop antwoordde ik: Afwachten!
Dat is bijna cynisch, hè, bijna cynisch. Maar het is toch ook gemakkelijker samen te sterven dan samen te leven ... ? Ja, dat is serieus dat is toch ook in het concentratiekamp zo geweest, dat je samen de dood onder ogen moest zien en dat toen, wat verbond, ook inderdaad verbond. Maar daarna
kwam het leven weer met zijn grote diversiteit van: welk antwoord moet" 'Op dit probleem gegeven worden en welk antwoord op dat?
En dan is het ergens ook reëel, dat je dan weer minder één bent.
Ik moet zeggen, dat ik daar nietzo zwaar aan til, dat ik vrede heb leren sluiten met het feit, pat er nu eenmaal verschillende antwoorden gegeven worden op levensvragen.
Het zou natuurlijk bet mooiste zijn, wanneer dat in één kerk kon, maar zo niet, dan moet het dan toch maar gedaan worden, dan moet dat verschil er maar zijn en dan moet je ook met dat verschil zochristelijk mogelijk omgaan. Maar in de grenssituaties van ziekenhuis en concentratiekamp, grenssituaties van het leven, is het zo vreemd, dat je daar tot meer eenheid komt dan in het open veld? Het pad is daar toch veel smaller zodat je eerder naast elkaar loopt?
... Of een eigen identiteit ook vraagt om een eigen opleiding? Is dat de vraag? Ik dacht dat het tot de identiteit van de Nederlands Gereformeerden behoorde, dat er verschillende mogelijkheden zijn.
En ik ben er niet zo rouwig om eigenlijk We hebben onder ons het Seminarie en we hebben de Begeleiding en' er is de mogelijkheid om bij de Christelijke Gereformeerde school in Apeldoorn opgeleid te worden. En de Begeleiding heeft iets overkoepelends, wij ontmoeten daar de mensen van Apeldoorn, Utrecht ook, Groningen en Amsterdam en van het Seminarie.
Dat is dat eigenaardige instituut van de Begeleiding waar ik zelf ook bij mag zijn en wat ik eigenlijk zo' leuk vind, omdat het zo weinig officiëel is. Wij hebben zo weinig status, dat wij onder alle radar door vliegen en daardoor echt lekker werken. Dat mag ik u toch wel eens hiervandaan gewoon zeggen, dat wij uiterst nuttige bijeenkomsten hebben, waar op intense wijze gediscussieerd wordt en hard gewerkt op zo'n dag. Je komt doodmoe thuis 's avonds, op de zaterdagavond, en dan moet het nog zondag worden, maar ik heb het er graag voor over. En daar zie je eigenlijk geen verschil van....
die komt daar vandaan en die komt daar vandaan, we zijn met de zaak bezig. Het heeft weinig status en dat is juist; haar kracht. Ikvind dat een typisch Nederlands Gereformeerd instituut, die Begeleiding.
Echt samenbrengend wat ook nog weleens apart gaat en zijn eigen zelfstandigheid bewaart, ja, dat is kenmerkend voor een kerkverband als het onze, geknipt als dat is, met zijn schokbrekertjes, voor de gauw aangebrande mensen die we met elkaar zijn.