Pastorale notities
1984-12-07
Het was de recensent van ,,1984-Informatieboekje voor de Ned. Geref. Kerken" opgevallen dat er in die kerken slechts één vrouwelijke koster functioneert.- Jaargang 28
- nummer 46
Hij zal Maassluis bedoeld hebben: wij hadden een vrouw in dat ambt. Het werd haar toch teveel en in het plaatselijke kerkblaadje deelt ze mee, dat tot haar vreugde Francien en Wessel haar taak hebben willen overnemen.
Ze schrijft in haar afscheidsstukje verder een zin, die voor mij een motief werd voor een pastorale notitie: "De zaterdagse nachtrust was voor mij een onrustig nachtwaken omdat ik bang was dat er 's zondagsochtends iets mis zou gaan".
Ondertekend: Ria Cordia.
Dat is het, waar de koster mee zit. Er kan van alles misgaan.
De c.v. kan uitgevallen zijn, er kan een kat in de kerk zitten of een duif op een trekstang; het kan zijn dat de organist het orgel niet aan de praat kan krijgen; zelfs kan het gebeuren dat de organist niet komt opdagen en dit laatste kan ook het geval met de dominee zijn. In het gunstigste geval komt deze man te laat met z'n briefje voor het tekstbord. De koster moet op alles voorbereid zijn; hij/zij moet een technische knobbel hebben, want je kunt niet voor elk mankement een timmerman of een loodgieter laten komen: de koster moet "goede contactuele eigenschappen" hebben en horeca-vaardigheden; hij is op alle uren van de dag en de nacht inzetbaar als er weer eens onverwachts een vergadering bijeengeroepen is; hij is altijd ver-uit als eerste bij de kerk en de laatste die naar huis gaat; hij moet sneeuwruimen en de gladheid bestrijden, dweilen en boenen, ramen lappen en met een beitel de kwakken kauwgum afsteken van de onderkant van de zittingen. We leven in een tijd waarin de mensen, zeker op zondag, graag vrij zijn om uit te gaan of uit te slapen en dan is het kostersambt een heel "verband".
Je zit er aan vast, de gehele week, met name de zondag.
Vroeger had je ook nog de kachels. Ik weet er 'van mee te praten. Onze koster had het in z'n rug en had z'n nachtrust nodig. De pastorie zat aan de kerk vastgebouwd en op mij dus de taak om in de nacht van zaterdag op zondag één of twee keer op te staan; in het open veld, waar het kolenhok stond, twee reusachtige kolenkitten volklauwen met cokes en die op de kachel gooien. Die kachel had een te kleine capaciteit, zodat ik ondanks: mijn inspanning, de moppers kreeg dat het in de kerk niet te harden was; de mannen klaagden dat ze nog ijspegels in de snor kregen, tijdens de preek. Hoe is de koster ondergewaardeerd! Er is één boekje over hem, het is van W. G. v. d. Hulst, "Van de bo-ze koster" en boos moet hij zijn, want hij moet vele heren dienen.
Zelf zingt hij zachtjes dat hij liever een dorpelwachter is in Zijn Bondsgods woning, dan gewend aan d'ijle vreugd in 's bozen tent", maar hij cijfert zichzelf wel geheel en al weg.
Ria schreef dat ze bang was dat er iets mis zou gaan en inderdaad, als de koster z'n ambt verzaakt, gaat alles mis. Laten we dit schaap met vijf poten hoog waarderen. Die kosters, ze doen het dan toch maar. Ze zijn bereid, ze zetten zich in. Ik denk: omdat ze de gemeente liefhebben, en de heilige eredienst.