Pastorale notities

1984-12-14
  • Jaargang 28
  • nummer 47
In de kerkdienst van de kerstdag kan de "Engelenzang" een probleempje geven. Het lied staat niet in het Liedboek, althans niet in de traditionele vorm. Dat behoeft geen bezwaar te zijn, want iedereen kent het uit het hoofd. Maar misschien wil de organist het niet spelen, omdat dit indruist tegen zijn muzikale geweten. Er is behalve Jan Zwart, bij mijn weten nog geen musicus geweest die zich door de melodie van het "Ere zij God" tot een compositie liet inspireren. We hadden in mijn jeugd bij ons op het dorp een organist die onbedoeld de bezwaren tegen de wijs van "Gezang 11" voedde. Hij speelde namelijk "naar de woorden".
Na een wilde aanloop zette hij met het volle werk de eerste regel in en de gemeente was spoedig op haar grootste volume, niet zozeer in den hoge als wel in het luide. Maar dan waren we genaderd tot de vrede op aarde.
Ineens viel het orgel stil.
Enkele traag reagerende mannen brulden nog even door, tot hilariteit van het jonge volk op de drie galerijen. Daarna hoorde je hoe de organist bezig was de registerbalkjes boven z'n hoofd naar binnen te schuiven, de tremulant werd opengetrokken en met een klein roertlultie ging het orgel verder.

Aarzelend kwam de gemeente weer op gang. Je durfde haast niet meer te zingen, zo zachtjes speelde het orgel. Dit herhaalde zich enkele malen, want dat heb je zo in dat gezang.
Ik begrijp niet waarom het "Vrede op aarde" zacht gezongen moest worden, want vrede mag je wel luid proclameren: het volk steekt dan vuurwerk aan en de soldaten vuren saluutschoten af. Daarentegen zou het "Ere zij God", de eerste regel dus, zachtjes gezongen moeten worden, want "de lofzang is in stilheid tot God".
Het kan ook zijn, dat de predikant bezwaar maakt tegen het "Ere zij God", want dat staat genoteerd volgens de Statenvertaling en hij preekt uit de Nieuwe Vertaling. Dat maakt hier in de uitleg een hemelsbreed verschil. Hij preekt dus niet over Afghanistan en El Salvador, omdat de "vrede" het Joodse Sjaloom" is, de groet van de binnenkomende gast: "Vrede zij ulieden". De prediker zegt ook niet, dat de engelenzang verkondigt dat God van alle mensen houdt, want dat is niet bedoeld, als er staat: in mensen een welbehagen of "van het welbehagen". Ik geloof dat de engelenzang vaak en ten onrechte is losgekoppeld van wat de eerste engel zei: Grote blijdschap voor geheel het volk.
Dat is Israël. En het koor der engelen vult aan: .Herders, jullie zijn het volk van 's HEREN welbehagen, Israël is tóch nog Gods verkoren volk. Een oude lezing van vers 15 (Luc. 2) heeft: "En zij, de ménsen, de herders, zeiden tot elkander".
Zie Kantt. St. Vert. Het is een lied voor Israël, die engelenzang.
Het is om zo te zeggen de verhoring van psalmen als de negentiende: "De hemel roemt den Heer - Verlosser, doe mij staan in uw groot welbehagen" en zoals psalm 106 het zegt: ,,0, HEER, laat mij naar 't welbehagen, dat G'in uw volk steeds hebt getoond, ... met Uw zegen gekroond". De vrede, de sjaloom, de zegen van Abraham is naderhand doorgegaan tot de heidenen, Gode zij dank, maar de mensen in de engelenzang, dat zijn niet de kinderen van Adam, doch die van Abraham. Zo moeten de engelen het bedoeld hebben, meen ik. Zo moet het bij de herders overgekomen zijn.
"De vrede van Jahveh is op aarde, voor jullie, gaat maar kijken in Bethlehem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief