Persschouw

1984-12-14
  • Jaargang 28
  • nummer 47
In de Verenigde Staten is kort geleden in een kerkdienst een ongewoon gebruik gemaakt van een collecteschaal. De bedoeling was dat ieder gemeentelid geld nam in plaats van geld te offeren.
Volgens het bericht moet het weggenomen geld over een maand met 'winst' worden teruggegeven, gedachtig aan de gelijkenis van de talenten.
Een wonderlijke manier van collecteren.
De collecte gekoppeld aan een stuk aanschouwelijk bijbelonderwijs, waarbij men zich ook nog kan afvragen of op deze wijze de betekenis van de gelijkenis wel duidelijk wordt.
Toch hebben we in ons land ook eigenaardige gewoonten rond het collecteren in de kerk. In hoeveel gemeenten wordt het collecteren niet gecombineerd met psalmzingen? Wie dat gewend is, denkt er waarschijnlijk nauwelijks over na. Maar collecteren is collecteren en psalmzingen is psalmzingen. Twee verschillende dingen met elk een eigen betekenis, die hoe dan ook aan waarde inboeten, als ze allebei gelijktijdig om aandacht vragen.
Collecteren is meer dan geld inzamelen.
Het is het offeren van gaven die we eerst van de HERE hebben ontvangen en die we in Zijn dienst moeten gebruiken.
Hij krijgt daarvan het eerste.
Offeren is niet: iets geven wat je eigenlijk niet kunt missen. Offeren is: je gaven aan God wijden.
Met vakantie in Engeland maakten we deze zomer een kerkdienst mee, waarin dit prachtig tot uiting kwam. De diakenen brachten de gevulde collectezakken naar voren, waar de predikant met een zilveren blad gereed stond. Nadat de collectezakken op het blad waren gelegd, werden de gaven - voor de gemeente zichtbaar - door de predikant met een kort gebed aan God gewijd.
Zeker, ook dit kan sleur worden.
Maar de liturgische gedachte achter dit gebruik is in ieder geval rijker dan de gedachte om collecte en psalmgezang maar te combineren ter wille van de tijd!

We namen dit stukje over uit het "Nederlands Dagblad" waar het een plaats vond in de rubriek Signalement.
Het is goed apart aandacht te besteden aan de kollekte in de eredienst.
Het is een belangrijk moment en element in de orde van dienst. De gemeente dient zich er terdege van bewust te zijn waarmee ze bezig is als de diakenen rondgaan om de gaven in te zamelen. J. C. Sikkel merkte destijds al op. dat veel mensen denken, dat de kerk een zakie met een zakkie is. Laten we die indruk nergens naar binnen of naar buiten wekken. Want het leidt tot een enorme nivellering van het hele kerkzijn.
We geven onze gaven, omdat we die gaven hebben ontvangen van Hogerhand. We geven ze aan God terug. Hij heeft blijvend zeggenschap over ons, over ons hele hebben en houden. Dat is ingekalkuleerd in de belijdenis van zondag 1 van de H. Catechismus. We zijn immers met huid en haar, van top tot teen, van binnen en van buiten helemaal dus het privé-bezit van onze levende Heiland.
Hij gaf zijn leven voor ons. In zijn offer zit ook de tendenz van het voorbeeld. Hij deed het voor ons en deed het ons voor. We mogen het één niet van het ander losmaken. Als we dan maar met blijmoedigheid geven!
Ik hoorde eens het verhaal van iemand, die nooit iets in de kollektezak deponeerde tijdens de kerkdiensten.
Daarop aangesproken door zijn predikant. antwoordde hij, dat er in de Bijbel staat dat de HERE de BLIJMOEDIGE GEVER liefheeft.
Nu, zei hij, ik kan niet met blijmoedigheid geven en daarom laat ik het maar na. Maar zo ga je een Bijbeltekst misbruiken als dekmantel voor je zondige opstelling. En wie dat doet verspeelt de zegen van de God van het Verbond. Als we het geven van onze gaven taxeren als een m6gen zullen problemen in dat kader verdwijnen en zal men ervaren, dat het zaliger is te geven dan te ontvangen.
Want de vrek is instrument van de duivel, de milde gever instrument van de Geest!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief