't Is een vreemd'ling zeker

1984-12-14
  • Jaargang 28
  • nummer 47
Je komt uit één kultuur en je probeert te leven in een andere kultuur, te werken en het evangelie uit te dragen in een wereld die op veel manieren anders is dan de wereld die je bent gewend. Je komt uit een wereld waarin veel vertrouwd is, zelfs wanneer je niet alles begrijpt. Je weet ongeveer wat aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is. Dit weet je, niet omdat je het bestudeerd hebt, maar omdat je erin bent opgegroeid. Als Nederlander hang je de verjaardagskalender op het toilet. Waarom?! En dan stap je uit die kultuur en vlieg je een andere kultuur binnen; in een paar uur ben je op een plaats waar het anders is. Niet alleen wat de materiële dingen betreft, maar ook wat de immateriële zaken betreft. Ik wil proberen om in een paar plaatjes iets te laten zien van de verschillen die ik ervaar.

Plaatje 1: vee
Met Musa loop ik achter de koeien aan.
Eindelijk kan ik 'cowboytje' spelen. We zijn op weg naar het huis van zijn moeder, waar de koeien zullen overnachten. Zijn eigen erf is nog niet voldoende op orde om het vee daar te laten blijven. Voordat we op pad gingen, zei Musa: "Een man zonder vee is geen man." Een paar keer heeft hij dat nu al gezegd. Ik heb niets, geen koe, geen kalf.
Kleine kinderen raken al vertrouwd met het vee. Je ziet kleine jongetjes met een grote stok de koeien uit de maisvelden houden.
Vrouwen lopen met hun breiwerkje achter het vee aan. Ik sta er buiten. Ik val onder andere gewoonten.

Plaatje 2: vrouw
Saulo komt niet zo vaak langs. Zijn kennis van de Swahili-taal is nog geringer dan de mijne en dat bevordert de kommunikatie niet. Hij heeft mij al wekenlang alleen in het huis bezig gezien. Nu zit hij tegenover mij aan de tafel. Het licht van de stallantaarn speelt schaduwen op de muur.
"Is je vrouw nog in Europa?", vraagt hij, met de beste bedoelingen. "Ik ben niet getrouwd", antwoord ik. Er valt een stilte.
We overwegen allebei wat we nu moeten zeggen. Zo'n antwoord had Saulo niet verwacht.
Ik probeer wat uit te leggen over de verschillen tussen hier en daar, maar ik merk dat mijn woorden nergens arriveren.
Het doet me denken aan een voorval van drie jaar geleden.
Ik loop na de kerkdienst richting huis met een kollega-leraar. Hij brengt het gesprek op het huwelijk. "Waarom ben je nog niet getrouwd?". Ik vertel wat over liefde, bij elkaar passen. Dat vindt mijn gesprekspartner allemaal te omslachtig.
"Je neemt een vrouw, trouwt met haar en dan vorm je haar."
Zo eenvoudig ligt dat blijkbaar.
Trouwen is belangrijk, kinderen hebben is nog belangrijker, De voortgang van de geslachten, verzorging voor de oude dag.
En dan leef ik helemaal alleen, nog geen familielid in huis.
Helemaal niemand.
De dominee heeft de moed nog niet opgegeven.
Tijdens zijn laatste bezoek zei hij: "Wanneer je gaat trouwen, moet je huis wel worden uitgebreid."

Plaatje 3: akker
Ik praat met Hosea, de evangelist uit Teber.
Het gaat over de onregelmatige opkomst voor de kerkdiensten en voor de bijbelstudiebijeenkomsten.
"Voor de Kalenjin zijn er maar drie dingen belangrijk", zegt hij, "kinderen, vee en de akker". "Hoe zit het dan met je vrouw?", vraag ik. Hij grijnst, maar zegt niets.
Van oorsprong zijn de Kalenjin veehouders, maar in de loop der jaren is de akkerbouw ook belangrijk geworden. Rond elk huis staan de gewassen, mais en gierst. Een stukje hier, een stukje daar. Werken met de hak.
Basis voor het bestaan.
Ik ben nog niet verder gekomen dan het planten van 80 boompjes rond mijn huis, met de hoop dat er ooit eens een fatsoenlijke heg van te maken is. Mijn bestaan hangt niet af van de opbrengst van mijn akker. De bezorgdheid van mijn buren, toen de regens uitbleven, begon ik pas een beetje te delen toen ik mijn boompjes had geplant. Maar wanneer mijn boompjes het niet overleven, wat dan nog?!

Plaatje 4: taal
14 weken heb ik in Nairobi gezwoegd op de Swahili-taal.
Dag in, dag uit. Talenlab, gespreksgroep, klassikaal dreunen, verhaaltjes schrijven.
Na mijn aankomst in de Kerio Valley ging ik op eigen houtje verder. Meer en meer merk ik dat slechts een deel van de mensen een gesprek in het Swahili kan voeren. Zij spreken liever hun eigen taal, het Kalenjin.
Een moeilijke toontaal. Ik kan een paar groeten over mijn lippen krijgen en de vraag 'Waar ga je naar toe?' stellen. Wanneer men mij deze vraag stelt kan ik vier verschillende antwoorden geven. Ik heb de indruk dat de mensen één zo'n antwoord mooier vinden dan een heel verhaal in het Swahili. Toch maar proberen om weer naar een taalschool te gaan. Spreek hun moerstaal.

Plaatje 5: tijd
Hij komt 40 minuten voor het officiële begin van de kerkdienst bij mij langs. Vandaag heeft hij de leiding van de dienst.
"Er is nog niemand", zegt hij met een verbaasde klank in zijn stem. Ik kan mijn oren nauwelijks geloven. Als hij naar de kerk gaat, komt hij meestal een half uur na de officiële aanvangstijd binnen lopen. Wanneer het elf uur is; horen we te beginnen, meestal zijn de evangelist en ik de enigen die dan in de kerk zitten. Na een uur, anderhalf uur komen er nog steeds mensen binnen druppelen.
Wachten, wachten, je krijgt ontelbare mogelijkheden om het te leren. Wachten voor vergaderingen, bij de bank, bij de benzinepomp, noem maar op. Voor mij is een aanvangstijd van drie uur nog altijd 3 uur, maar hier kan het ook 4 uur zijn of 5 uur. Je moet het ruim zien.
Voor mijn werk heb ik als regel genomen dat ik een half uur wacht; is er dan nog niemand dan ga ik weg. De eerste bijeenkomst ging dan ook niet door; na een half uur was er nog niemand. Opdringen van mijn kultuur?
Er zijn echter momenten dat mensen niet alleen op tijd zijn, maar reeds vóór de tijd komen. Toen Micah aan mij vroeg of hij de volgende morgen mee kon rijden naar Eldoret, zei ik 'ja' en vertelde hem verder dat ik om 7 uur zou vertrekken, met of zonder hem. De volgende morgen was hij alom zes uur in de buurt van mijn huis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief