Weidmansheil of: een voorspoedige weg

1984-12-21
  • Jaargang 28
  • nummer 48
Ons verhaal *) begint met een ware geschiedenis, vier duizend en vijftig jaar geleden gebeurd.

Daar woonde in het Zuiderland van het huidige Israël, ongeveer waar nu Beërsjeba ligt, een zwervende familie. Een stelletje ontheemden zogezegd. Izaäk ben Ibrahim en zijn Chaldese vrouw Rebecca hadden nog laat twee zonen gekregen. De jongens waren tweelingen - maar zo tegengesteld als twee-eiige tweelingen maar kunnen zijn. De "oudste", Ezau, was een ruige jongen, behaard en onverschillig. Hij nam de mooiste herdinnetjes die hij tegen het lijf liep, was een geboren avonturier, een geboren jager en de trots van zijn vader. De "jongste", Jacob, keek de kat uit de boom, wist goed wat hij wilde, bleef nog wat bij moeder thuis en bewaakte de kleine kudde, het familiekapitaal. Hij was allerminst ruig, eerder het type van de gladgeschoren heer, de gladjanus. En ... hij was de oogappel van zijn moeder!

Ach, wat maakt vijf minuten leeftijdsverschil nu helemaal uit?

In die tijd: alles! De "oudste" zou de stamboom voortzetten, familiehoofd worden en een dubbele portie erven. De "jongste" zou krijgen water over bleef.
Het is nu eenmaal ongelijk verdeeld in deze wereld. En wat de zaak nog ingewikkelder maakte: over deze tweeling was vooraf een paradoxale Godsspraak gehoord: "de meerdere zal de mindere dienen".

Dat voorspelde grote moeilijkheden, want adat is een taai ding.
Dat bleek al vóór de geboorte: ze bakkeleiden in de moederschoot, tot groot ongenoegen van Rebecca. Dat bleek ook bij de geboorte, want Jacob hield zijn broertje bij de enkel vast, als om diens eerstgeboorte te verhinderen.
Dat bleek bij het opgroeien: de jongens hadden niets gemeen en Ezau leerde al gauw, dat hij broer Iacob in de gaten moest houden.

Vader Izaäk ben Ibrahim beleefde er geen schik van. Onvrede in huis, botsingen buitenshuis, meningsverschillen met zijn vrouw - het maakte hem ziek! Hij werd blind, afhankelijk, dacht aan zijn levenseinde. Bovendien hinderde hem de Godsspraak: dat de meerdere de mindere zou dienen.
Dat wilde hij voorkomen, tot elke prijs.

Daarom riep hij zijn lievelingszoon Ezau bij zich. "Ga er op uit", sprak hij, "schiet een lekker stuk wild, maak het klaar zoals alleen jij het kunt, en we gaan samen fijn dineren. Daarna zal ik je mijn zegen geven, voor ik sterf". - En Ezau ging.

Maar in een zwerverstent hebben de muren oren. Achter het gordijn had Rebecca alles afgeluisterd.
Ze riep háár lievelingszoon Jacob bij zich. "We moeten vlug zijn" - zei ze - "of de eerstgeboortezegen ontgaat je. Slacht een paar bokjes van onze kudde, laat de rest aan mij over, en je brengt het "wildbraad" bij je blinde vader, lang voor Ezau terug kan zijn".

Jacob overzag de risico's terdege.
Als zijn vader het bedrog ontdekte zou zijn zegen een vloek worden. Als hij het niet ontdekte zou Jacob levenslang oorlog met zijn broer hebben. Maar hij was handig genoeg om aan moeder's plannen mee te werken.
En zo kwam hij, veel eerder dan Izaäk verwachtte, hem met zijn "wildbraad" verrassen.

“Hoe ben je zo vroeg terug?", vroeg Izaäk. En onbewogen antwoordde de huichelaar: "uw God heeft mijn weg voorspoedig gemaakt, ik had weidmansheil", Zo stal hij de patriarchale zegen, die voor broer Ezau bedoeld was. Einde van de jacht, zonder haláli.

Wat die zegen dan inhield? Het beste van de aarde. Overvloed van koren en wijn, van leven en blijdschap. Stamhoofd, 'heerser over je broers, en een weldaad voor de hele mensheid zijn.
(Want een gezegend mens is niet iemand, die zegeningen ontvangt-en-vasthoudt - maar iemand die zegeningen ontvangt-en-doorgeeft.) Nu, zo'n zegen was nog wat anders dan ons weidmansheil", nog wat meer dan "onze allerbeste wensen". Zo'n zegen was een cheque aan toonder, getrokken op de Grote Bankier boven, die alle zegeningen in monopolie bezit en uitgeeft!

En nauwelijks had Jacob zijn hielen gelicht of Ezau kwam thuis, met zijn legale jachtbuit.
Om van het bedrog te horen.
Om, schreeuwend van ellende, een resterend zegent je te ontvangen: armoede, ondergeschiktheid, en wellicht enige vrijheid die met wapens zou moeten worden bevochten. Vraag niet naar de komende tonelen. Jacob heeft zich 14 jaar voor zijn broer's wraak moeten verschuilen. Zonder van zijn “weidmansheil" te genieten.

Dit oergemene bedrog heeft de afgelopen 4050 jaren overleefd.
Het geluk is nog met de handige jongens, de doelbewuste succesjagers, de onweidelijke schooiers Zelfs in de jacht - een bedrijf aan zoveel bepalingen gebonden - ontloop je het immers niet?
Bij een van mijn allereerste varkensjachten schoot ik een geringe overloper in de eerste drift: beginner's luck. Bij de tweede drift trad echter een kapitale keiler uit o wonder, eveneens in mijn sector. Ik wachtte tot hij buiten de schutterskring zou komen, klaar om dan mee te zwaaien. Maar lang voor hij vrij was schoot een buurman tussen diverse benen door en de keiler lag. Men wenste hem weidmansheil. Tegen mij mompelde hij: "ik wist dat jij er al een had".

Een Indischman vertelde van een grootse drijfjacht op Borneo.
Hij was daar politie-officier en een der drijvers meende reden te hebben, de man gunstig te stemmen. "Allah zal u vandaag alle weidmansheil geven dat u wenst", fluisterde hij de officier in. En zie daar: de hele morgen kreeg onze schutter aanloop, schot na schot gaf hij af, stuk na stuk viel, tot hij er misselijk van werd. Want hij kende de Indische bezweringspraktijken.
Dit was geen eerlijk spel. Toen bij de picnic algemeen de vraag werd gesteld hoe hij zo'n ongekend jachtgeluk kon hebben zei hij korzelig: "jij mag vanmiddag met mij ruilen en ik neem een zijpost" . Maar die middag nam ook het wild die zijpost en alle jagersvreugde was afwezig.

En is zo het leven niet ongeveer?
De hele mensheid jaagt op geluk en succes, legaal en illegaal, weidelijk en onweldelijk. Met middelen boven tafel en middelen onder tafel. Rijke jongens hebben de pachtprijzen opgejaagd en de kleine man het veld uit gejaagd. De predatoren bejagen de kleintjes. De jagers bejagen het wild. De stropers bejagen andermans wild. De anti's bejagen de jager, legaal en megaal, fatsoenlijk en schandalig.
Waar het recht in de weg staat wordt het recht terzijde gesteld.
In deze djungle maken rijken jacht op armen, leveren sommige mensen voedsel en wapens aan beide partijen van een burgeroorlog, verdienen handige jongens miljoenen aan de dood van tienduizenden kinderen. Allemaal weidmansheil ? Zakengeluk?
Voorspoedige weg?

De Grieken en Romeinen hadden een god, die handelaars en dieven beschermde. Hij heette Hermes oftewel Mercurius. Hij stond er op gevleugelde voeten achter, wanneer eigendom van bezitter verwisselde, of dat nu legaal of illegaal gebeurde. En een van onze eigen goden - de E.E.G. - laat arme landen premies betalen aan rijke landen, volgens de richtlijnen daarvan zijnde. In het buurland moesten drie politieke topfiguren dit jaar aftreden: questions de monnaie.
En zullen we het RSV-schandaal even trachten te vergeten? Om van de ABP te zwijgen? In dat beestenspul zitten we. En trachten ons geweten schoon te houden.

Maar zo blijft het niet! De God van Ibranim, Izaäk en Jacob heeft het zo niet gewild. Hij laat het er niet bij zitten. Hij had zijn zegen aan Ibrahim gegeven: in u zullen alle volken der aarde gezegend worden. Hij houdt zijn afspraken wel - wát wij er ook van maken! En al was de cheque gestolen, zij werd wel uitbetaald.
Uit het geslacht van de handige Jacob werd [uda geboren, werd koning David geboren, werd later het meisje Maria geboren en werd - op Gods tijd en wijze de Messias geboren, die het Recht onder ons terugbrengt.

Het pleit is beslist. Godzelf gaf zijn Zoon, aan het begin van onze jaartelling, die orde in deze djungle brengt. In Hem zullen alle volken der aarde gezegend worden. Godzelf verzoende deze verlopen schepping met Zichzelf.
De uitwerking is nog maar een kwestie van tijd, waarschijnlijk van zeer korte tijd. Wie "weidelijk" is komt dan aan zijn trekken en mag van geluk spreken. Wie het onrecht en eigenbelang prefereert komt ook aan het licht en zal de voosheid van zijn gestolen weidmansheil ervaren. En gelukkig zij die jagen op recht en gerechtigheid: zij zullen goede tijden beleven.
De bergen van Schotland zullen vrede dragen, de heuvels van de Veluwe heilig recht. Er komt een nieuw begin. Er komen nieuwe kansen.

A propos weidgenoot - ik wens je een gezegend Kerstfeest en een voorspoedige weg: recht op de Verlosser van deze wereld aan. Weidmansheil!

*) Zoals de lezer zal merken is dit artikel geschreven voor het kerstnummer van "De Ned. Jager", een blad dat zich nu en dan openstelt voor een stukje evangelie. Misschien willen onze lezers daarvan ook wel eens proeven?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief