Wij maken de eenheid niet, we ontvangen die uit Gods hand

2011-06-24
  • Jaargang 55
  • nummer 13
De Landelijke Vergadering 2010-2011 werd op 17 juni afgesloten. Ad de Boer, voorzitter van de LV kijkt in onderstaande ingekorte slottoespraak terug op de afgelopen bijeenkomsten.

Ik kijk terug op deze Landelijke Vergadering.
Wat sprong eruit? Wat komt spontaan in je herinnering, als je over een paar maanden terugdenkt aan deze LV?

Allereerst homoseksualiteit. We hebben een en andermaal gesproken over de kerkelijke verklaring tegen geweld tegen homo’s en besloten om daar als kerken aan mee te doen.
Daar is kritiek op gekomen. Jullie hebben je voor het karretje van het COC laten spannen, zeggen sommigen in onze kerken. Jullie zijn naïef geweest en hebben niet ingezien dat de homobeweging dit aangrijpt om de kerken ook achter haar andere doelen te krijgen. Zijn we inderdaad naïef geweest? Ik geloof er niets van.
Al een jaar geleden, toen we gevraagd werden om mee te doen, hebben we klip en klaar gezegd grote moeite te hebben met de manier waarop het COC zijn gelijkheidsideologie over Nederland uitrolt. Niks naïef dus. Maar we hebben ook gezegd: Is dat echt een blokkade om samen met andere kerken kwaad te noemen wat vanuit het Evangelie kwaad genoemd moet worden? De NGK zijn naïef, schreef Henk van Rhee, lid van de NGK Breukelen, op de opiniewebsite Habakuk.nl. In de reacties op zijn commentaar verwijst iemand die het voor ons opneemt, vervolgens naar het woord van Jezus dat we argeloos als de duiven moeten zijn en listig als de slangen. Of in de NBV: ‘Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif ’. Ik vind dat wel een mooie verwijzing. Je moet niet onnozel zijn, goed om je heen kijken, scherpzinnig zijn, analyseren wat er aan de hand is en met wie je samenwerkt. Je moeten weten wat je doet. Maar behoud alsjeblieft iets van je onschuld.
Wij zeggen – in alle openheid, ontspannenheid en onschuld – wat we vanuit het Evangelie menen te moeten zeggen. Als een ander daarmee aan de haal gaat en dat misbruikt, dan is dan zijn verantwoordelijkheid.

Tweeërlei weegsteen
We hebben met elkaar besloten om als kerken achter de kerkelijke verklaring tegen antihomogeweld te gaan staan. Heel onnederlands-gereformeerd.
Want veel uitspraken over politieke en maatschappelijke thema’s hebben we de afgelopen decennia niet gedaan. Lag daar een principiële visie achter op de taak van de kerk ten aanzien van de politiek?
Of was dat voor een deel ook een reactie op het verpolitiekte spreken van de kerk in de jaren ‘70 en ‘80 (denk aan de kruisraketten)? En wat doen we bij nieuwe vragen om ons uit te spreken over maatschappelijke thema’s? GKV en CGK hebben zich recent tot de politiek gewend in de discussie over het ritueel slachten en de godsdienstvrijheid.
Wij hebben dat niet gedaan.
Waarom eigenlijk niet? Ik stel vragen zonder de antwoorden daarop paraat te hebben. Om aan te geven: daar moeten we over nadenken. Al was het maar om niet van selectiviteit beschuldigd te worden, als we in het publieke debat op het ene moment wel en op het andere moment niet iets zeggen. Tweeërlei weegsteen is de Here een gruwel en dat moet het ook ons zijn.

Splijtzwam
Homoseksualiteit is nog op een andere manier hier onderwerp van gesprek geweest. Over de verzoeken van drie regio’s naar aanleiding van het principebesluit van Utrecht dat homoseksueel samenlevende gemeenteleden ouderling of diaken kunnen worden, hebben we meermalen intensief en indringend met elkaar gesproken. En we hebben geprobeerd een weg te vinden die we met elkaar zouden kunnen begaan.
Unaniem was het besluit om een studiecommissie te benoemen niet, maar er was wel een breed draagvlak voor. Die commissie die we hebben benoemd, heeft een zware taak. We denken als kerken en kerkleden niet gelijk over de vraag wat de Schrift zegt over homoseksualiteit. En we zien wereldwijd hoe dit onderwerp als een splijtzwam in kerken kan werken. Sommige gemeenten onder ons hebben die pijn aan den lijve ervaren.
En homo’s in de kerk niet minder. Laat er in de kerken de komende jaren gebeden worden voor deze commissie: om de leiding van Gods Geest om te verstaan wat Hij tot de gemeenten zegt.
En tegelijk: laten de gemeenten allereerst oog en hart hebben voor de homoseksuele gemeenteleden in hun eigen midden. Het is goed om elkaar als kerken onderling aan te spreken en op te scherpen: blijven wij, blijven jullie dicht bij wat de Here zegt en vraagt? Maar alleen, als we daarbij ook de hand in eigen boezem steken en voor de eigen gemeente diezelfde vraag stellen: doen we in de omgang met de homo’s in de gemeente wat de Here van ons vraagt? Kennen we ze en weten ze zich gekend? Luisteren we naar hun verhaal? En houden we van ze met de liefde waarmee Christus ons heeft liefgehad?

Onomkeerbaar
Een tweede onderwerp dat er op deze LV uitsprong, is de relatie met onze zusterkerken CGK en GKV. De ochtend dat we de broeders uit deze kerken ontvingen, hebben we als hartverwarmend beleefd. En zeker de relatie met onze vrijgemaakte zusterkerken blijft zich positief ontwikkelen.
We staan met het gezicht naar elkaar toe en zoeken elkaars hart en elkaars handen. Ook op de bespreking op de GKV-synode de afgelopen weken bleek dat voluit. De beweging naar elkaar toe is evident. En als die van God komt, en dat geloof ik van harte, is die onomkeerbaar.

Ik onderstreep hier het signaal dat ds. Jan Mudde afgaf: in het vorige Informatieboekje én op deze LV – dat wij de GKV hard nodig hebben. De Here heeft ons als kerken veel gegeven, waar we intens dankbaar voor zijn en waarmee we anderen tot zegen kunnen zijn. Wis en zeker. Maar we zijn als kerken ook klein, zwak en kwetsbaar.
Dat geldt her en der plaatselijk, maar ook voor wat er landelijk aan werk verzet moet worden, zijn er vaak handen en hoofden tekort. We leunen vaak op wat andere kerken aan goeds hebben ontwikkeld. Ik verwijs ook naar de woorden die de voorzitter van de NGP, Bram Wattèl hier heeft gesproken, toen het ging over de toekomst van de predikantenopleiding.
Zijn we nog in staat straks voldoende gekwalificeerde docenten te leveren? Zijn de kosten van een opleiding op niveau straks nog te dragen? Ook hij gaf het signaal af: we zijn klein en kwetsbaar. We hebben onze zusterkerkverbanden nodig.
Zoals ik het mooi vond dat op de GKV-synode afgevaardigden zeiden: ja, maar wij hebben u ook nodig. Wij kunnen
ook leren van de manier waarop u eigentijds gereformeerde kerken wilt zijn.

Opgeefbaar
Bij de gesprekken in de komende jaren over kerkelijke eenheid zal ook de vraag op tafel komen: wat wil je opgeven, als het er echt op aan komt rond kerkelijke eenheid? Wat is onopgeefbaar in wie en wat we als kerken zijn?
En wat mag en kan ook anders? Wat zit er in onze identiteit, in onze structuur, in onze cultuur dat we niet mogen opgeven? Wat moet er van de Here en wat mag er van de Here? Die vragen komen er aan. Misschien niet volgend jaar, maar wel over een paar jaar.

Over wat opgeefbaar is hebben we in ons AKS al iets gezegd, in artikel 40. Ik licht er een deel uit: ‘De artikelen van dit akkoord behoren gewijzigd, vermeerderd of verminderd te worden … als dit bevorderlijk is voor de oefening van de gemeenschap met kerken van eenzelfde belijdenis’. Die woorden zijn er op de LV van Breukelen, vlak voor de vaststelling van het AKS, op het laatste moment ingevoegd. Ze hadden en hebben de strekking: Wij hebben er lang over gedaan om tot dit AKS te komen. Het is een zware weg geweest om het erover eens te worden. En het is uiteindelijk maar een dun boekje geworden met een beperkt aantal en dus de meest wezenlijke artikelen. Maar zelfs dat moeizaam ontstane, kleine bundeltje kerkelijke regels willen we, nee moeten we veranderen, als dat de eenheid bevordert met kerken met wie we een zijn in geloof en belijden.

Wat in de praktijk van ons kerkelijk leven wel of niet opgeefbaar is, is daarmee nog niet beslist. Maar art. 40 geeft wel een kijkrichting aan: Bijt je niet vast in hoe we de dingen ooit hebben geregeld en besloten. Giet het allemaal niet in beton. Maar wees bereid dingen op te geven, als dat de eenheid met andere kerken dienst. Mits het niet strijdig is met het Woord van God, voegt art. 40 eraan toe. Tal van gemeenten onder ons zijn in gesprekken over plaatselijke eenheid al met die vragen bezig geweest: wat is opgeefbaar en wat is onopgeefbaar? Het zou mooi zijn als we daarin van hen kunnen leren en daar ook als kerken samen op tijd onze weg in zoeken.

Ondoordringbaar woud
Ik noem een laatste onderwerp van deze LV: het rapport van de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel.
Bij het begin leek dat op een mooi, maar bijna ondoordringbaar woud, waarvan je dacht: hoe vinden we hierin onze weg? Maar dat is gelukt en de meeste besluiten daarover hebben we met grote eenstemmigheid kunnen nemen. Het is een groot besluitenpakket geworden rond de CTP. En het wordt nog een hele klus om dat ook helder naar de kerken te communiceren, zodat om te beginnen de kerkenraden het onder ogen en vooral tussen de oren krijgen. Dat besluitenpakket kan alleen al door zijn omvang gemakkelijk de indruk wekken dat we veel dichtgeregeld en dichtgetimmerd hebben. Dat we de kerk weer een beetje gekerkerd hebben en hebben teruggeleid in het diensthuis, het keurslijf van knellende regelgeving.
Het is aan u als afgevaardigden om in eigen huis duidelijk te maken dat dat niet het geval is. Ja, inderdaad, er zitten strakke afspraken tussen: dat dominees recht hebben op jaarlijkse nascholing. Dat voorkomt dat 70 predikanten elk met hun eigen kerkenraad de discussie daarover aan moeten, met een onzekere uitkomst.
Ja, inderdaad, kerken zijn verplicht om met hun predikant jaarlijks een evaluatiegesprek te houden. Dat voorkomt dat fricties en moeiten blijven sluimeren en op een laat en dus altijd verkeerd moment tot een explosie komen.
Dus ja, er zitten in het besluitenpakket over het predikantsprofiel afspraken, verplichtingen. Maar er zitten veel meer richtingwijzers in: ga vooral die kant op, dat is heilzaam voor jullie! Allemaal met maar één oogmerk: het heil van de gemeente.
Gemeenten van Jezus Christus goed laten functioneren, zo dat ze groeien en bloeien. Doordat kerkenraden, predikanten en kerkelijk werkers weten waarvoor ze er zijn, doen wat ze vanuit het Evangelie moeten doen.
Doordat ze in staat worden gesteld om hun werk met vreugde en niet al zuchtende te doen. Doordat tijdig fricties worden gesignaleerd. Dat is echt tot heil van de gemeenten.

Bescheidenheid
Ik sluit af met een verwijzing naar het woord van Paulus uit Efeziërs 4:1-3.
We zijn op deze vergadering op uit geweest om de eenheid te bewaren die de Geest heeft gegeven. Die Hij had gegeven al voor we hier met ons werk begonnen. De eenheid in Jezus Christus, onze Heer. Wij maken die eenheid niet, we ontvangen die uit Gods hand. Stuk maken kunnen we die eenheid wel. We zien het om ons heen, ook in onze eigen kerken. En we dragen de littekens en de schuld ervan in onze geschiedenis als kerken mee. We hebben ons naar het woord van Paulus ingespannen om die eenheid te bewaren. Maar dat het gebeurde, was het werk van de Here.
We bidden om voortgaande eenheid.
Met broeders en zusters, met gemeenten in andere verbanden, met wie we een zijn. In de eigen kerken, plaatselijk, waar gemeenten in nood zijn. Landelijk, bij moeilijke vragen, bij verschillen van inzicht. We bidden om bescheidenheid, zachtmoedigheid, om geduld en elkaar verdragen in liefde. We bidden om de vervulling met Gods Geest, opdat de vrucht van die Geest in ons midden opbloeit.

In Opbouw 14 volgt het verslag van 17 juni.

Ad de Boer was voorzitter van de LV Houten en hij is lid van de redactie van Opbouw.

Commissie ambt en homoseksualiteit benoemd
De Landelijke Vergadering heeft mr. Bram Wattèl uit Hoofddorp benoemd als voorzitter van de studiecommissie ambt en homoseksualiteit.
Verder werden in de commissie benoemd ds. Jan Bouma (Kampen), mw. Bertie de Jong (Vledderveen), mw. Annette Kurpershoek (Apeldoorn), ds. Dick Lagewaard (Veenendaal), ds. Jan Mudde (Haarlem), ds. Herman Schaeffer (IJsselmuiden) en ds. Dick Westerkamp (Houten).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief