"Geef de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is"

1984-12-21
  • Jaargang 28
  • nummer 48
Middagpauze-dienst van de ,Alle-dagkerk' 14 november 1984.


Ik wil dit korte ogenblik gebruiken om iets te zeggen over een bekende bijbeltekst die de laatste tijd wat in opspraak gekomen is.
Het is dit woord van de Heiland: “Geef dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is".

Tot dusver had ik dit gezegde van Jezus altijd begrepen als een woord dat een prachtige en duidelijke onderscheiding aanbrengt op een netelig gebied, waarop men gemakkelijk in de fout gaat, namelijk dat van geloof en politiek.

Om onze weg door het leven te vinden hebben we in het algemeen al behoefte aan goede onderscheidingen, maar op genoemd terrein is dat helemáál nodig.
Wat fijn dan als de bijbel daar ook voor zorgt!
Wat kunnen we God danken voor de duidelijkheid en de klaarte van Zijn Woord!

Evenwel, nu komen sommigen ons vandaag vertellen dat wij dit Schriftwoord altijd verkeerd hebben gelezen. Het is helemáál niet een tekst die ons helpt om godsdienst en politiek heilzaam uit elkaar te houden (gesteld al dat dat zou moeten!) maar integendeel, het is revolutionaire taal van Jezus, waarmee Hij het startsein heeft gegeven (geestelijk dan) voor de opstand tegen Rome.

Ra, ra, hoe kan dat? Wel, men heeft een blik geslagen in het Nieuwe Testament volgens de grondtaal, het grieks, en daar las men, heel letterlijk vertalend: "Geef aan de keizer terug wat des keizers is en Gode wat Gods is". Geef terug!
Laat de keizer van Rome zijn verrotte, stinkende geld houden!
Jezus spoort dus met zijn gezegde zijn joodse volksgenoten die Hem vragen of het geoorloofd is de keizer belasting te betalen, aan zich te bevrijden van dat vervloekte romeinse geld, dat stinkt naar de uitbuiting van zijn volk en naar de vergoddelijking van de keizer.

"Toon mij zo'n belastingmunt" zei Jezus tegen zijn ondervragers.
En daaruit zou dan blijken dat Jezus Zelf geen romeins geld, dat hatelijke teken van de vijandelijke bezetting, in zijn zak had.
Jezus Zelf was dus al begonnen met het teruggeven aan de keizer.
Hij wilde er niets mee te maken hebben, onttrok zich aan het gangbare geldcircuit en raadde nu de mensen aan Hem dat na te doen.

Vindt u dat ook geen verrassende uitleg?
Echter, alles wat verrassend is, is daarom nog niet waar.
Laten we eens gaan kijken. 'Teruggeven' staat er dus letterlijk, zegt men.
Ik ga er nu aan voorbij dat men dit argument ontleent aan de griekse grondtekst.
Die griekse grondtekst van de evangeliën is namelijk voor het overige bij deze heren uitleggers nogal verdacht. Dat grieks van het Nieuwe Testament is maar vertaal-grieks; de eigenlijke waarheid staat in het hebreeuws en kan ook eigenlijk alleen maar in het hebreeuws worden uitgedrukt, zegt men.

Eigenaardig dan dat nu opeens dat grieks van het Nieuwe Testament mag dienen om het belangrijkste argument voor deze uitleg te leveren. Maar, zoals gezegd, daar ga ik nu maar aan voorbij.

Ik beperk me tot het argument zelf, - : 'terug-geven' staat er, "geef aan de keizer terug wat des keizers is". Zoals Judas de dertig zilverlingen terugsmeet in de tempel, zo zouden wij moeten doen met alle geld van elk onderdrukkend systeem. (Waaraan we moeten denken als er 'staat' dat we God het Zijne moeten 'teruggeven', vermeldt de historie niet.)

Maar is dat zo? Staat er dat nu werkelijk, dat 'teruggeven'?
Ach, het argument is eigenlijk belachelijk. De bijbel zegt in het bekende hoofdstuk Romeinen 13 (: 7): "geef belasting aan, wie belasting toekomt".
Daar wordt datzelfde woord 'teruggeven' gebruikt.
Je moet dus volgens de bijbel je belasting 'teruggeven'. Wat zou dat anders kunnen betekenen dan dat we onze belastingen moeten betalen?

Zo moet dan ook dat 'teruggeven' worden verstaan, heel gewoon als 'betalen', 'het verschuldigde geven', en daarmee recht doen aan een vordering. Van de keizer èn van God.
Zo simpel is dat.
Het argument heeft werkelijk geen draad om het lijf.

Er blijft dus gewoon staan wat er altijd al stond: "Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en geef aan God wat God toekomt".
Wat inderdaad ook de plicht tot belasting betalen inhoudt. Geheel in overeenstemming met de overige leer van de bijbel, dat wij onze overheden gehoorzaam moeten zijn èn dat deze gehoorzaamheid aan de overheden begrensd is door de gehoorzaamheid aan God.

Zo is het ons ook door de eerste christenen voorgeleefd. Zij betaalden belasting, zij eerden de keizer, maar zij weigerden hem te aanbidden als was hij een God.
En om die weigering werden ze voor de leeuwen gegooid. Duidelijk genoeg.

Maar het is zo verdrietig te moeten konstateren dat vandaag zoveel duidelijke bijbelteksten tot onduidelijkheid worden omgesproken.
De indruk wordt gewekt dat wij een uitzinnig moeilijke bijbel hebben en dat je om de bijbel te lezen wel theoloog, om niet te zeggen: geheimschriftkundige moet zijn.
Terwijl de Schrift zichzelf aanprijst als het Woord van God dat de eenvoudigen wijsheid leert.

Jezus horen we er in het evangelie over klagen dat de Schriftgeleerden de sleutel der kennis verstopten. (Lukas 11 : 52). Die klacht, die aanklacht zou Hij ook vandaag kunnen laten horen.
Dat is een vreselijke mogelijk heid van alle Schriftgeleerdheid dat zij de sleutel der kennis wegstopt.
Daarom moeten alle Schriftuitleggers voortdurend bidden om de Heilige Geest, de Geest van God en Christus, om de mensen de Schrift werkelijk te openen in plaats van te sluiten.

Zeker zijn er moeilijke teksten, maar verreweg de meeste en verreweg de belangrijkste zijn eenvoudig.

Zo ook het Woord van Jezus over het belasting betalen.
Velen maakten daar in zijn dagen een punt van: belasting betalen, ja-nee?
En men stelde ook Jezus voor die vraag.
Wat zegt Jezus? Hij houdt het praktisch. Hij zegt: jullie met je theorieën, jullie met je verhalen, doe je portemannaie eens open!
Bekijk je geld eens! Geld van de keizer, geld van het systeem.
Jullie gebruiken het, jullie kopen en verkopen er mee, jullie draaien dus mee in het systeem.

Waarom zou je dan opeens 'nee' gaan zeggen als het erom gaat dit systeem te onderhouden? Wat toch het doel van alle belastingen is! Dat is toch gehuichel?
Van Jezus zelf ook. Het zou toch huichelachtig van Hem zijn als het waar was wat deze uitleggers beweren dat Hij om principiële redenen geen geld op zak droeg en daarom moest vragen: tóón mij een munt? Dat Hij dus geen geld op zak had omdat-ie d'r 'teugen' was? Dat zou toch huichelachtig zijn?

"Jezus zelf liet zich niet in met het vieze geld, 0 nee!, 0 nee!"
Oh, juist. En daarom zeker Het Hij Judas de kas beheren (Joh. 13 : 29) en speelde Hij aan dat zwarte schaap die zwarte Piet toe. Ach nou toch!
Gelooft u nu werkelijk dat een Jezus van zulke bedenkelijke trucjes 'Heiland der wereld' geworden zou zijn?
Gelooft u in zo'n schijnheilige Jezus?
Terecht geven zijn tegenstanders Hem toch de eer dat Hij waarachtig is en de weg Gods in waarheid leert? Zo kennen wij onze Heiland toch? Zo is Hij ook!

En als Hij vandaag onder ons verkeerde en de luidruchtige maatschappij- en systeem-kritici zou horen, die nu óók, net als toen, toegekomen zijn aan de vraag: belasting betalen, ja of nee? - dan zou Hij vanuit diezelfde praktische en waarachtige instelling van toen tegen ze kunnen zeggen: 'meneer, zoudt u even een blik willen werpen op uw salaris-strookje? U eet van het systeem dat u kritiseert. En niet eens zo'n heel dunne boterham!
Zou dat u misschien tot enige matiging kunnen brengen in uw kritiek?

Jezus leert ons de weg Gods in waarheid. Laten wij dat hoog houden. Ook als wij zelf ons belasting-biljet invullen. Dat we daarin als christenen eerlijk en betrouwbaar zijn en naar vermogen waardering opbrengen voor het stelsel, waarin we funktioneren.
Al heeft dat systeem ook fouten, geef aan de keizer wat de keizer toekomt.
Maar bouw uw eigenlijke levenshuis op God, die blijft als alle keizers allang gestorven zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief