De inzet \lande verkondiging (1)

1986-11-07
  • Jaargang 30
  • nummer 43
De eer van Gods Naam
Als we het hebben over de prediking van het evangelie komen allerlei dingen successief aan de orde. Het kan gebeuren, dat men in een diskussie helemaal verzandt, omdat men het horizontale vlak overaksentueert.
Men let teveel op allerlei uiterlijkheden, schuift te zeer de persoon, die de boodschap brengt, naar voren. Weegt heel sterk zijn kapaciteiten en kan het niet laten zijn gebrek aan kapaciteiten te belichten.

Hoevaak verloopt een gesprek over de prediking niet doordat het uitmondt in een beschouwing van allerlei menselijke dingen. Het eind van het Liedje tis dan ook: Och, hij is ook maar een mens. Wanneer die predikant er zelf bij 'aanwezig is wordt natuurlijk van hem als reaktie verwacht: Ja, gelukkig wel.
Maar intussen overvraagt men hem. Want men eist eigenlijk zo nu en dan iets bovenmenselijks. Wat blijft er zo over van de opdracht de HERE te eren en te prijzen dn de gemeenschap van de kerk?
Er lis ook nog iets anders aan de hand. Men kan zich als dominee zo verliezen tin de exegese van de tekst annex met het ventileren van de nodige theologische spitsvondigheden, dat het geheel niet landt in de luisterende gemeente. De exegese krijgt geen effekt in de homilese. D.W.Z. de uitleg van de gekozen tekst is nergens de aanloop voor de "toepassing op deze tijden op de situatie waarin de gemeente plaatselijk en nationaal zich bevindt. Om dan nog maar te zwijgen van het internationale aspekt, We moeten ons bewust zijn, dat in elke prediking een oekumenische tendens hoort te zitten. Het gaat de HERE om de hele wereld! Overal waar mensen wonen. Als we onszelf daarin beknotten doordat we eenzijdig letten op' het belang van de kerk waartoe wij onszelf mogen rekenen, korten we het eerbetoon aan de levende God enorm in. Het prijzen van Gods Naam behoort tot de werkelijke inzet van de verkondiging, De pastor op de preekstoel moet vol zijn van de Naam van God. Dat is een eerste ver eiste. Daarin vertoont hij dan het beeld van de Christus. De gemeente moet toch in de prediking van de goede boodschap ontdekken Wie de werkelijke Christus is! Om Hem gaat het echt Dan zijn we in overeenstemming met het zgn.
Hogepriesterlijk gebed van onze Heiland zoals we dat 'aantreffen in Johannes 17. Jezus heeft het daar meerdere malen over de imponerende betekenis van Gods Naam. Bijv. "Ik heb uw Naam geopenbaard.
aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt"
(vs. 6a). "Zolang Ik bij hen was, ' bewaarde Ik hen in uw Naam, dien Gij Mij gegeven hebt, ... (vs. 12a) ... "en Ik 'heb bun uw Naam bekendgemaakt en Ik zal hem bekendmaken, opdat de liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen." Die Naam van God is ons alles waard. W~ hangen aan die unieke Naam. In die Naam laat God ons zien Wie Hij voor ons is en wJI zijn en niet in de laatste plaats wat Hij voor ons heeft gedaan. Wij vertrouwen op die Naam en verheugen ons in die Naam. Die Naam is representatief voor God Zèlf. En we worden in O. en N.T. allerwegen opgeroepen die Naam te loven en te prijzen.
Het eren 'van Gods Naam als centraal en allesbeIieersend gebeuren in de verkondiging is richtinggevend voor de lofzang van de gemeente als liturgisch moment in de viering van Gods heil!

De versterking van het geloof
Het tweede waarop we de aandacht willen vestigen als het gaat om de taxatie van de inzet van de verkondiging is de versterking van het geloof van de kinderen Gods.
Zij ,komen nimmer naar de kerk om over de bol te worden geaaid, omdat ze het er zo best hebben afgebracht als gelovigen.
Integendeel. Veel nederlagen staan op hun naam. De kracht van satan bleek steeds weer sterker dan hun geloofsweerstand. Dat gaat soms zover, dat het vertrouwen op God geschaad wordt. Dan komt een mens van vlees en bloed in een punt van vertwijfeling terecht. Zou God mij nog wel, genadig willen zijn? Die vraag houdt meer mensen bezig dan wij denken. Niet ieder loopt daar vlot mee te koop.
Die vraag gaat soms schuil achter een façade van kerkelijkheid. Het zwakke geloof, dat nog in hen leeft, moet worden versterkt. Dat gebeurt door de verkondiging. Het geloof komt immers van de Heilige Geest; die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sa"
kramenten. Jamaar, door die hoorbare verkondiging werkt de HERE niet alleen het geloof, maar versterkt Hij het ook! Daarbij' komt dan nog het zichtbare Woord naar de uitdrukking van Augustinus waarmee bedoeld wordt de toediening van de heilige sakramenten (zie verder zondag 25 H.Cat.).
Het is niet van vandaag of gisteren, dat ons verweten wordt, dat wij ons bezondigen aan een vorm van beilsegoïsme. Wat dat betreft moet de Heidelbergse Catechismus en dan wel met name zondag 1 het vaak ontgelden. Dat is eigenlijk voor de mondiale mens van 'deze eeuw een gepasseerd station.
Het leidt alleen maar-tot Introvertie.
En dat betekent geestelijke zelfmoord, Maar we zijn het van harte eens met Dr G. de Ru, die onlangs in het "Centraal Weekblad" tien stellingen over politiek en prediking publiceerde. We lichten er twee stellingen uit: 6. De prediking is primair verkondiging van Gods liefde in Christus, gericht tot individuele mensen in een niet te onderschatten, mateloze persoonlijke (zedelijke, geestelijke en lichamelijke) nood, waarin zij het Woord Gods terecht verwachten als een antwoord.
De Heilige Schrift geeft hier vele voorbeelden.
7. De zorg om "eigen ziele heil" is geen misplaatste, benepen egoïstische, maar veeleer een adembenemende zorg: deze maakt de gemeente - wonder van de Heilige Geest - bereid 'en in staat om ondanks de dagelijkse, folterende strijd nog oog en oor te hebben voor de wijde wereldnood en metterdaad aan de doorwerking van recht en gerechtigheid mee te helpen.
Het ,isdus duidelijk niet het één OF het ander, maar het één EN het ander! We mogen nooit het één tegenover het ander uitspelen. Maar hoe kan ik ooit als christ-gelovige mijn taak blijven verrichten in het midden van deze wereld als ik zelf niet elke 'Zondag mijn levensakku . laat opladen in de samenkomsten van de gemeente door de prediking van het evangelie?

De stimulans tot de vreugde
Het gaat om de vreugde in ons leven, niet om blijdschap of plezier zonder meer. Het heeft dus niets te maken met de stijl van het liedje waarin de regels voorkomen: Schep vreugde in het leven zolang het lampje brandt, Dan zitten we op de horizontalistische tour. Terwijl de verkondiging ons juist op een hoger plan wil brengen. We laten het leven op aarde niet los, maar leren een vertikale spanning kennen, die ons bestaan verheft tot de dingen van Gods Koninkrijk.
Daarom zullen steeds weer de heilsfeiten in de verkondiging voor het voetlicht worden gebracht. Je kunt niet ,preken 'als je de feiten van Gods heil verdonkeremaant en niet het volle pond geeft. Dan raakt de verkondiging uitgehold en worden de gedachten van de hoorders een andere richting ingestuurd.
En dat is levensgevaarlijk!
Dan bloedt de ware bediening van het goddelijke Woord absoluut dood. Dat alles betekent intussen niet, 'dat we in elke preek alle heilsfeiten moeten noemen. Wanneer men dat voor zichzelf eist, perst men het geheel in een onmogelijk keurslijf' en bezondigt men zich aan een vreselijke vorm van schematisme. De sprankelende evangelieverkondiging wordt gevoed door de heilsfeiten en stimuleert zo tot de echte vreugde. Maar we moeten nooit doen alsof Kerst en' Pasen en Pinksteren op één dag 'gevallen zijn. De ene keer zal een bepaald heilsfeit meer aandacht krijgen dan de andere keer, maar daardoor wint de boodschap aan koncentratie en ontvangt de gemeente meer houvast, Hoewel we uiteraard nooit de indruk mogen wekken alsof ooit de; heilsfeiten geïsoleerd van elkaar hun plaats in de geschiedenis innemen.
Zo openbaart God zijn genade aan verloren zondaren, aan mensen, die in de misère zijn beland, die dreigen weg te zakken in het moeras van de pure ellende.
"Dat heet nu genade, nederdaling, nederbuiging Gods, ons geopenbaard in kribbeen Kruis. En deze nederdaling is geen degradatie van Zijn recht en heiligheid, maar juist de hoogste opluistering ervan.
Gods recht 'gaat niet schuil achter de kribbe, en nog veel minder achter het Kruis, maar wordt er 'Onthuld.
God bewijst geen genade voor recht, maar genade door recht. In Christus, Die de volle last van Gods toorn en de zonde eenmaal droeg, is God' gerechtvaardigd.
In Jezus' heilig bloed is de weg ontsloten om tot een Majesteit te naderen, Die troont op een genadetroon.
Bij de koningin 'Op audiëntie: missohien hebben we er in 'Onze kinderjaren wel eens van gedroomd.
En zie, nu krijgen we boven denken en dromen: toegang tot een heilig God, thuiskomst bij een verzoend Vader, en ronder enige andere 'toegangsprijs dan het kostbaar bloed van het Lam. Het is Hem een eer OnI armoedzaaiers asiel te verlenen. En het is het hoogste wat een rechteloos en dakloos zwerver overkomen kan. Het is bijna niet te geloven," aldus Drs A. de Reuver uit Delft in zijn tweede artikel over: "Majesteit-Middelaar" in "De Waarheidsvriend".
De vreugde is essentieel voor de beloften, die God zijn volk geeft.
Vooral het boek. van de profeet Jesaja is bier vol van. Ik vind altijd weer dat slot van Jesaja 35 zo indrukwekkend en machtig vertroostend: "de vrijgekochten des HEREN zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal 'Op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvluchten."
De blijdschap is er als blijvend gegeven in het leven van een christenmens vanwege de verlossing door het bloed van Jezus Christus. En de volle reële beleving daarvan wordt gevonden in de afgebouwde kerk, het nieuwe Jeruzalem. Zo mag het leven van het kind van Gods Verbond, zo mag de hele gemeente van de levende Heer doortrokken zijn van de echte permanente vreugde. Zo komt de mens door Gods genade tot waarachtige 'Ontplooiing! Maar die vreugde, die niet ten 'Onrechte getypeerd is als beheersend kenmerk van het echte christen-zijn is niet alleen geschenk, maar ook opdracht! We hoeven maar te denken aan de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Hij roept op blij te zijn in de Here, de grote Kurios, die het voor het zeggen heeft, De apostel der heidenen gaat daar in zelf voor terwijl hij in de gevangenis van Rome wacht op de voltrekking van het doodvonnis.
Het is opvallend, dat in I ThessaIonicenzen 5: 16-18 dat liefdevolle bevel tot de vreugde in Christus als eerste genoemd wordt.
Daarna volgt pas de 'Opdracht tot bidden zonder ophouden waarmee 'annex is het danken onder alle omstandigheden. Je komt pas tot het rechte bidden en danken aan bet adres van de hoge God als je die waarachtige levensvreugde kent, die vast verankerd ligt in het offer van de Heiland der wereld.
Het behoort tot de inzet van de verkondiging, dat ze prikkelt tot een leven op het nivo van de houdbare vreugde als een onvervreemdbaar bezit van Gods Bondsvolk!

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief