Pastorale Notities

1986-11-07
  • Jaargang 30
  • nummer 43
Uitgesteld rouwproces?
Vandaag hebben we kleine Ilse begraven.
Ze was tien maanden "oud" en ze is zo maar ingeslapen.
Verbijsterd zaten we die 'zaterdagnacht bij elkaar: de jeugdige ouders, vrienden, een grootvader, een man in spijkerbroek (de dokter), en de man in het zwart.
Er werd gerookt.
En gezwegen.
En zo nu en dan een zinnetje geproduceerd.
Wat valt er in zulke 'verbijsterende omstandigheden nog te zeggen?
Ik had mijn Bijbeltje in de zak.
Straks zou ik lezen en bidden.
Maar dat kon wachten: eerst zou de dokter weggaan (dat leert de ervaring) ; daarna de bedienaar,' dan kwam mijn tijd.
Maar de dokter bleef.
Iemand vroeg: Is Ilse al gewassen?
Nee, maar daar kon de bedienaar voor zorgen.
Maar moeder wilde zelf haar kindje andere kleertjes aandoen.
Toen kwam de dokter uit zijn hoekje.
Hij zei tegen-het moedertje: "Je kimt het ook zelf wassen! Kom maar, ik zal je helpen". Even later brak in de kinderkamer het verdriet door: als 'een bandjir, hartverscheurend.
'In een ogenblik stonden we allen om de rouwende ouders heen.
We hielpen allemaal een beetje, terwijl mamma haar lieve, mollige, kleintje waste.
de één hield het hoofdje even vast, een ander een handje.
En we huilden!
De dokter had zich weer teruggetrokken in zijn hoekje: hij had het rouwproces een sterke impuls gegeven. Wat goed van die man!
Toen we terugkwamen in de huiskamer, vroeg hij me zachtjes: "Nu gaat u zeker lezen en bidden?'. Hij wilde er bij blijven.
Toen las ik van de Here Jezus, die de babietjes Zijn lichaamss warmte laat voelen, als Hij ze zegent (Mk. 10: 16) en van hun ~engelen, die altijd zien het aangezicht van de Vader, die inde "hemelen is, Mt. 18.
Toen brachten we onze tranen bij de hemelse Vader.
En we huilden.
Nee, we moeten nooit proberen om rouwenden te beschermen tegen hun verdriet.
Eén keer heb ik die kapitale fout gemaakt.
Het was in het begin van mijn pastoraat, toen ik dacht: "Dit is te erg!".
Een uitgesteld rouwproces kan fataal zijn.
Onverwerkt verdriet kan vreselijke verwoestingen aanrichten.
Rouwenden moeten kunnen roepen, huilen, klagen, schreeuwen, bidden: alles door elkaar.
"We kiezen niet voor het vermijden van pijn" (E. Kübler-Ross, Dood, 137-139).
Onze Here Jezus huilde ook.
Hij komt straks alle tranen van de aangezichten afwissen.
Dat veronderstelt dat we met tranen in de ogen bij Hem aankomen .
Dan moeten wij niet tegen elkaar zeggen: ,;Flink zijn, niet huilen".
We hebben veel geleerd in die verdrietige nacht.
Ook verdriet moet geleerd worden.
En,omgaan met verdriet.

2 oktober 1986

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief