De zonde van het vooruitgrijpen (2)

1986-11-14
  • Jaargang 30
  • nummer 44
,,...maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, ik zal het vergelden, spreekt de Here."
(Rom. 12: 19)

Kunnen wij dat nog: ergens op wachten tot we een ons wegen? Deze vraag van vorige week brengen we nu in verband met het onrecht in onze (of beter: mijn) wereld. Kunnen wij nog onrecht lijden, dat overgeven aan God en wachten op zijn oordeel? Of nemen we het recht liever in eigen hand en grijpen we vooruit door Gods rechterstoel voor' onszelf te claimen? Kunnen wij dat nog: ergens op wachten tot we een ons wegen? Deze vraag van vorige week brengen we nu in verband met het onrecht in onze (of beter mijn) wereld. Kunnen wij nog onrecht lijden, dat overgeven aan God en wachten op zijn oordeel? Of nemen we het recht liever in eigen hand en grijpen we vooruit
door Gods rechterstoel voor' onszelf te claimen?

De kern: het geloof
Toen de gemeente in Rome van de kant van de synagoge tegenwerking ondervond, schreef Paulus haar: denk eraan, de kerk is geen knokploeg! Geliefden - een woord dat werkt als een kalmerende hand op je schouder -, wreekt uzelf niet, maar laat plaats voor Gods toorn. Daarmee herinnerde hij aan wat Mozes namens Jahweh al had gezegd in zijn afscheidslied: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden. De waarheid daarvan had Mozes in eigen leven ervaren. Toen Mirjam en later Koraoh, Dathan en Abiram hem in zijn ambtswaardigheid aantastten, zei hij niet: i:k zal eens laten zien wie hier de lakens uitdeelt, toen deed hij een stap terug en zei: de HERE zal doen weten wie Hem toebehoort. En voor zijn verdediging hoefde hij geen vinger Uit te steken.
David zei het later ook: Sta af van toom en laat de grimmigheid varen, dat sticht louter kwaad; Hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht (Psalm 37). Paulus had tegenover zijn' Romeinse broeders en zusters ook nog het Spreukenboek kunnen aanhalen, waar we lezen: "Zeg niet: Ik zal' het kwaad vergelden; wacht op de HERE, Hij zal u helpen" (20: 22).
Een woord voor alle tijden: verteer u niet in toornige gedachten, speel niet voor eigen rechter. Niet omdat het koesteren van wrok- en haatgevoelens je geestelijke en lichamelijke gezondheid schaadt op den duur. Niet omdat "er bovenop slaan" zo onbeschaafd is. Paulus , geeft in Romeinen 12 geen zede-lessen, maar een uitwerking van het op Christus' werk gegronde vermaan: richt u niet naar het schema van deze wereld (12: 2).
De gemeente heeft haar eigen schema.
Zij kan verdragen, zij speelt niet voor eigen rechter, want zij heeft een Rechter. Het gaat om de vraag wie de regie voert in de wereld.
De rechtspraak is geen gemeentelijk maar een Goddelijk privilege, en het is de gedelegeerde verantwoordelijkheid van de overheid en haar rechters (13 : 4). Laat plaats voor de toorn, dat is: beneem God niet de gelegenheid om God te zijn. Luther heeft dat tot grondnotie van zijn denken gemaakt: aan Gods Godheid wordt recht gedaan alleen door het geloof, sola fide. Het "wreekt uzelf niet" vloeit regelrecht 'voort uit het thema van Paulus' schrijven: Ik schaam mij het evangelie niet, want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft (1 : 16). Het geloof in het evangelie behoudt: Dat houdt ook in: afzien van jezelf, opzien tot, geloven in Hem die zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Eigenrichting heft het geloof op en vergrijpt zich aan God.

En de wraakpsalmen dan?
Wreekt uzelf niet. En de wraakpsalmen dan;waarin de rechtvaardige wraak Gods wordt afgebeden?
Hoort dat schijnbare specimen van oosterse heethoofdigheid wel thuis in het liedboek van de Nieuwtestamentische gemeente die Christus heeft horen zeggen: Hebt uw vijanden lief? Of ligt het omgekeerd en is het feit dat de revolutie ons na aan het natuurlijke hart ligt er de oorzaak van dat de wraakpsalmen weinig gezongen worden? Waar spanning met het woord van Paulus gevoeld wordt, is de vraag op haar plaats of we wel oog hebben voor het recht van God, het recht Vll/11 zijn -verbond, zijn verbondstrouw die voor muren van martelkarners en politiecellen geen halt houdt. Ook de liederen van Gods wraak zijn Iiederen van het verbond.
Mag de vervolgde broederschap - en wij met en voor haar - nog een appèl doen 'Op de God van, dat verbond en op zijn beloften?
Afzien van eigenrichting en intussen roepen om recht zijn twee kanten van dezelfde zaak! Juist David, auteur van de meeste wraakpsalmen. had- zijn vijanden lief. Eén speerstoot door het hart van koning Saul had aan al Davids ellende een einde kunnen maken.
Maar hij riep ",tot God, de Allerhoogste, tot God, die het voor mij voleindigt", Psalm 5 ("een kleinood toen hij voor Saul in de spelonk vluchtte"). Liefde voor de vijand wH niet zeggen dat je niet op je recht gesteld bent. David zei niet: ik ben het maar, ik ben toch eenmaal een verschoppeling; evenmin zei hij, als een stoïcijn gepantserd: mij raakt het niet... hij wist: dit raakt Gods recht. Gods volk heeft bij de liefde voor zijn vijand rechtsgevoel, meer nog dan wie zichzelf wreekt.

Afzien van eigenrichting en opzien naar Hem die richten zal - niemand heeft daar zo voorbeeldig naar geleefd als Davids Zoon Jezus Christus. Vuur kon Hij van de hemel laten neerdalen, legioenen engelen stonden Hem ter beschikking, maar als - Hij gescholden werd, schold Hij niet terug, en als Hij leed dreigde Hij niet maar gaf het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt, 1 Petr. 2 : 23. Zelfs vanaf het kruis bad Hij nog voor zijn vijanden: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
Daar -blijkt dat het afzien van 'weerwraak een missionair doel dient: het impliceert het gebed om bekering van de vijand. Zoals Stefanus deed, waarvan Augustmus zei: als Stafenus niet gebeden had, had de kerk geen Paulus gehad.
Geen wonder dat Paulus' "wreekt uzelf niet" ingeklemd staat tussen een dubbele oproep tot liefde (12 : 9 en 13: 8). Aan die liefde had hij zijn leven te danken!

Lijdelijkheid of lijdzaamheid
Dit eigen schema van de gemeente trekt van de kant van de wereld het verwijt van lijdelijkheid naar zich toe. Alsof het geen moeite kost, alsof het niet tegen je vlees ingaat om te wachten op God!
Wachten op God en zijn verlossing is misschien wel de zwaarste opgave waarvoor het geloof gesteld kan worden. Daarom is Paulus' oproep geen oproep tot lijdelijkheid maar tot lijdzaamheid, geen quiëtief maar motief, geen rustpunt maar beweegreden. Christenen mogen zijn, wat H. de Jong in ander verband genoemd heeft: ongeduldige dulders. Nu eens staat het geduld dan weer het ongeduld voorop. We nemen en we nemen het niet. Zo is er een weg midden tussen berusting en verloedering door. De weg van het geloof. Zeg, vroeg Jezus eens toen Hij een gelijkenis verteld had over een weduwe die bij een onrechtvaardige rechter bleef roepen om haar recht als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan dat geloof nog vinden op aarde?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief