De inzet van de verkondiging (2)

1986-11-14
  • Jaargang 30
  • nummer 44
Toen wij nog eens onze gedachten lieten gaan over wat wij de vorige keer schreven over de stimulans tot de vreugde als behorend bij de inzet van de verkondiging, werden wij bepaald bij de vreugde, die het Schriftonderzoek voor de dienaar van het evangelie meebrengt.
Toch denkt niet iedereen daarover gelijk.

R. Kousbroek noemt in zijn boek: ,,De waanzin aan de macht" een theoloog een tekstuitlegger, - die voor zijn verdriet op aarde is ...
Ja, als men het zó ziet, 'zal de blijdschap, die intensieve Bijbelstudie - steeds weer oplevert, worden gemist.
Dat brengt risico's mee voor predikant en gemeente beide. Want verdriet laat zich overplanten evenals vreugde aanstekelijk werkt. In dat kader heeft juist de verkondiger van het evangelie een reusachtige verantwoordelijkheid. Ben je ook innerlijk verrukt over wat je in de gekozen tekst gevonden hebt?
Is er iets van een ontdekkervreugde in je hart en ben je blij, dat je door je Zender verwaardigd wordt om wat je in de tekst gevonden hebt aan de 'gemeente door te geven?
Die vreugde wil God Zelf geven aan broze mensen, die worstelen om Gods Woord te verstaan en te beleven. Deze intense blijdschap mag niet overschaduwd worden door een strakke koncentratie op het effekt van het I gehoorde.
Prof. Dr A. H. Edelkoort, destijds Oud-Testamenticus aan de R.U. te Utrecht, moet eens aan het adres van zijn studenten hebben opgemerkt, dat men nadat de preek gehouden is met een heilige onverschilligheid de kansel moet verlaten.
De HERE zorgt! Het is zijn boodschap, die gebracht is. Hij is en blijft aan het Woord. Hij doet naar zijn welbehagen door zijn Heilige Geest het beluisterde resoneren in de harten van de kerkgangers. Zo wordt de vreugde beschermd!

De opbouw van het lichaam van Christus
De gemeente van onze Here Jezus Christus wordt op verschillende manieren in de Bijbel gekarakteriseerd.
Als typerende definitie 'geldt o.a., dat de kerk het lichaam van Christus is. Vooral de apostel Paulus heeft in zijn brieven hierop geattendeerd, Dat heeft uiteraard voor ons vandaag alle zin en betekenis, Want Paulus' woorden zijn geïnspireerd door. de Heilige Geest en trotseren daarom de eeuwen.
Hij belicht geen persoonlijke visie, die hij voor beter geeft. Hij geeft een bericht van Hogerhand door!
Wij denken in dit verband vooral aan wat wij lezen in Efeziërs 4 : 11 en 12 waar van Christus gezegd wordt, dat Hij zowel apostelen als profeten gegeven heeft, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon. tot opbouw van het lichaam van Christus, ... Die heiligen, dat zijn de gelovigen, vormen een gemeenschap. De gemeenschap van de heiligen (zie zondag 21 H. Cat.) berust op het deel hebben aan de heilige dingen. De gelovigen hebben deel aan het ene brood (d.i, aan de weldaden verbonden met het offer) en vormen daarna en daardoor ook één lichaam.
"Het woord lichaam heeft al vele pennen in beweging gebracht. Wat betekent toch de uitdrukking lichaam van Christus?
Het betekent in de eerste plaats, dat wij in Christus begrepen en gerekend zijn, "objectief", voorwerpelijk, om in ouderwetse termen te spreken. Het begrepen en gerekend zijn in Christus gaat aan al het andere vooraf.
Maar dan, daarna, betekent het lichaam van Christus ook, dat wij vanuit Christus als het Hoofd met zijn Geest vervuld worden (Ef. 1 : 23), 'Om onszelf op te bouwen tot volwassenheid (Ef. 4: 12, 16). De gemeente is, het "pIeroma" van Christus, het door Hem vervulde (Ef. 1: 23), het door zijn Geest vervulde. Christus verenigt Zich als het Hoofd door zijn Geest met de gemeente.
Terecht spreken we bier van de -unio mystica, de mystieke unie, de mystieke gemeenschap tussen Christus en de zijnen. Deze unie, deze mystieke gemeenschap, is zeer innig. Paulus vergelijkt haar met de gemeenschap in het huwelijk Ef. 5: 25)" (Ds' M. P. van Dijk in: "Onze enige troost en het komende Rijk", Amsterdam 1980, pag. 127).
De verkondiging van het rijke evangelie van verzoening en vernieuwing zal steeds weer de betrokkenheid van de gelovige op Christus en de verbondenheid met de andere christenen in de eerste plaats binnen de grenzen van de gemeente benadrukken. We hebben ook een bepaalde verantwoordelijkheid voor elkáár, De Bijbel spreekt ergens van -de roeping tot onderlinge opbouw. (Rom. 14:19).
Er wordt ook onder ons ontzettend veel gepraat over gemeenschap.
Maar betekent dat ook in de praktijk, dat die gemeenschap werkelijk onderhouden en geoefend wordt?
Of beperkt het zich tot de samenkomsten van de gemeente op de zondag met name? Betekent de viering van het Heilig Avondmaal werkelijk een intensivering van de door-de-weekse kommunikatie? Of doorbreekt het gemeenschappelijk beleven van Gods heil in de sakramentsdienst nergens het stugge individualisme, dat kerkverwoestend werkt? Er zijn juist in dit opzicht veel gevaren, die de kerk bespringen.
Het proces van de sekularisatie zet zich daar in waar men de dingen in de kerk steeds meer automatisch doet. Maar zo raakt de beheersende faktor van het levende geloof steeds meer op de achtergrond. Zo kan zelfs de kerk gaan lijken op een spoorweg, die al tijden niet meer in gebruik is.
De rails zijn' verroest. Het stationnetje staat daar verweerd en met ingegooide ruiten als een verwaar-10000 monument, dat herinnert aan een voorbije bloeiende periode, Het biedt alles bij elkaar alleen maar een trieste en troosteloze aanblik!
Welk een duizelingwekkende taak heeft God op de schouders van de herders en leraars gelegd!
Ze kunnen er soms onder kreunen.
Maar waar zij serieus blijven vragen aan het adres van de hemel om de kracht van de Heilige Geest zullen zij het aankunnen. Calvijn heeft zich hiermee in het bijzonder beziggehouden. Zoals de prediking genoemd wordt de kracht van God tot zaligheid voor een ieder, die gelooft (Rom. 1: 16), zo moeten de dienaren van het evangelie krachtig zijn in het ambt van de verkondiging, aldus de man van Genève. De Here wil dienaren, die zich dag noch nacht rust gunnen.
Herder, daar zit meer in dan in vader, praeses, leidsman of wachter.
De herder leidt en weidt de schapen, beschermt de wilde en verjaagt de wolven.
Zulke wolven zijn de verachters van God en de pseudo-profeten (ze doen zich nl. als profeten voor, maar zijn het in werkelijkheid helemaal niet), die de ware religie verduisteren.
De hoofdeisen, die Calvijn voor de dienaar van het Woord stelde, waren:
1. nauwkeurige kennis van de Heilige Schrift.
2. een diepe blik in het menselijke hart en leven.
3. dat hij niets zoekt dan de eer van God en de opbouw van de gemeente.
In het Visitatiereglement, in 1546 'Opgesteld voor dorpskerken rondom Genève, komen onderstaande vragen voor:
a. Predikt de' dienaar van het Woord tot opbouw van de gemeente?
b. Behandelt hij geen overtollige vraagstukken?
c.. Is hij niet te duister in zijn voorstelling?
d. Is hij ijverig in zijn bezoeken aan allerlei mensen in de gemeente?
Zó is Johannes Calvijn in zijn leven onvermoeibaar bezig geweest om het Woord van God volle doortocht te verlenen.
Door de verkondiging van het ware evangelie moet de kerk steeds meer kerk worden. Wij gaan vaak teveel uit van het kerk-zijn.
Maar we moeten meer oog krijgen voor de roeping 'Om steeds meer kerk te worden.
Opbouw van het lichaam van Christus als behorend tot de inzet van de verkondiging betekent, dat de kerk zich niet verliest in de status-quo, maar streeft naar voltooiing.

Het getuigenis in dezewereld
Expres heb ik geschreven: in deze wereld. Zonder te kapituleren voor de tijdgeest hebben wij toch wel regelmatig 'Orde op zaken te stellen wat betreft de vorm, waarin wij het getuigenis van· het evangelie gieten. Het nieuwsbericht van het evangelie wordt maar niet in het wilde weg gedropt. Nee; we hebben levende mensen, individuen op het oog. We richten ons tot een gemeenschap van mensen, die eigentijds in de wereld zoals die nu reilt en zeilt funktioneren, De verkondiging van het evangelie zal de gemeenteleden hebben te instrueren voor het evangeliseren.
Het evangelisatiewerk wordt dikwijls 'Overgelaten aan een bepaalde werkkommissie. En als er een evangelisatie-ouderling benoemd is, wordt veel aan hem gedelegeerd.
Terwijl volgens de tekst van het formulier voor de bevestiging van ouderlingen (en diakenen) zoals dit met name in de Chr. Geref, Kerken gebruikt wordt, alle ouderlingen in deze een duidelijke roeping hebben: " Zij moeten de gemeente wijzen 'Op haar roeping, in deze wereld van het Evangelie te getuigen en door handel en wandel anderen voor Christus te winnen".
De gemeente moet in aktie komen. We zijn veel te veel binnenvetters in het Koninkrijk van God. We draaien in 'Ons eigen kringetje rond en voelen ons happy en voor de rest hebben we geen 'Oog en geen tijd. Maar zo'n houding is in flagrante strijd met de intentie van het evangelie. Daaraan moet de hele gemeente worden 'Ontdekt via de verkondiging.
Het Woord van de levende God mag niet blijven hangen .binnen de muren van het kerkgebouw. Het moet naar buiten toe! Van dat Woord zijn wij getuigen. Dat is niet een job waarvoor wij zelf hebben te kiezen. Wil ons christen-zijn geen farce worden dan hoort daar inhoudelijk bij, dat wij ons het evangelie nimmer schamen. We schamen 'Ons dan nie1. voor de inhoud daarvan en evenmin voor de verkondiging daarvan.
Het is niet een zaak vuil dit moet en dat moet! Door het zó te stellen heeft' men veel mensen vooral jongeren van de kerk vervreemd terwijl met) een vertekend beeld gaf van de ware religie. Als Christus tegen zijn apostelen zegt en gij zult mijn getuigen zijn " (Hand. 1 : 8) is dit in de eerste en allesbeheersende plaats een nadere positiebepaling. Hetzelfde. geldt van wat we lezen in Mattheüs 5 waar de Heiland aan het adres van zijn discipelen zegt: Gij zijt het zout der aarde en: Gij zijt het licht der wereld. (vs. 13 en 14). Getuigen betekent de verkondiging van de magnalia Dei, de grote werken van God. Dat is een kenmerkende Pinkstertrek van de mondige kerk.
Daaraan moeten we ons houden.
Daarom ben ik ook niet zo gecharmeerd van al die bekeringsgeschiedenissen.
Het is prachtig te vernemen hoe iemand tot God gekomen is zoals het tot uitdrukking komt in de radikale verandering van, zijn leven.
Maar in de eerste plaats wil ik 'Opmerken, dat het werk van de Heilige Geest vaak in het verborgen zich voltrekt, Voorts: wie iets groots met God heeft beleefd, mag zich daarin nimmer nestelenen dat doen we allemaal ZQ gauw -, maar moet dapper voortgaan in de strijd van het geloof. Vervolgens kan een ander opgescheept raken met een vreselijk minderwaardigheidskomplex.
Waarom hij wel en ik niet? Alsof- de belofte van het evangelie niet voor allen geldt. Zullen we niet eens wat meer het aksent laten vallen 'Op het feit, dat God voor ons gekozen heeft in plaats van 'Op de daad van onze geloofskeus! Laten we toch niet het Verbond kwijtraken als het 'Over deze dingen gaat. Want dan komen wij 'Op gespannen voet te verkeren met de inzet en de inhoud van de Bijbel. Tot slot wil ik nog zeggen, dat het-zich-bezig-houden met allerlei bekeringsverhalen het gevaar met zich meebrengt, dat men - tegen wil en dank - de aandacht afleidt van Christus. Zo gauw kan de bekeerde mens centraal komen te staan. Prof. Dr H. J. Jager heeft ons als studenten destijds steeds weer voorgehouden, dat het geloof geen ding in ons is. "We moeten het niet in 'Onszelf zoeken, Als we gelovig van geloven spreken, hebben we het meer 'Over het 'Object van het geloven dan over het geloven zelf. We geloven het evangelie, we geloven de waarheid, we geloven in Christus, we geloven in God, we geloven Gods beloften, we geloven het Woord des HEREN" ("Enige 'Opmerkingen over Romeinen 1-6", pag. 14).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief