Pastorale Notities
1986-11-14
Die mannen, die mannen!- Jaargang 30
- nummer 44
Mijn vrouw "zit". Niet IN de nor (hoe kunt u het denken!); maar MET een voetbalknietje.
(O die - soms - alle proporties tartende ver-klein-woord-jes van ons).
Dit euvel brengt uiteraard huiselijk ongemak.
Maar geen nood. Daar komt de vrouw van onze Christelijke Gereformeerde collega aangestormd.
Ze vat pleeboy en zwaanshals en doet een schoonmaak-aanval op onze privaten, onder het slaken van de strijdkreet: "Dat vergeten ze immers altijd, die mannen!". Dan verdwijnt ze, even snel als ze gekomen is, met achterlating van een bos zoetgeurende roze rozen.
Durf nu nog eens te zeggen dat het niet vlot tussen onze beide kerken!
Nee, dit was geen plaatselijke bui; dit was een moesson!
Wat een dijk van een vrouw.
Zelden ben ik krachtdadiger ontdekt aan mijn tekort aan bevindelijkheid in de diepten, waar onzichtbare gevaren vàn alle kanten dreigen.
Eén troost is er: Onze vriendin riep: "Die mannen!". Niet: "Die Nederlands Gereformeerde mannen!".
Dan had ze trouwens de wind van voren gekregen!
Maar, in het algemeen: "Die mannen!".
Daar vallen dus ook onze Christelijke Gereformeerde broeders onder.
Hetzij hooggeleerd, geleerd, weledelzeergeleerd, weleerwaard, eerwaard of alleen maar weledel.
Ook zij missen (dat staat nu wel vast!) somwijlen de-nuchtere kijk op de gewone dingen des levens!
Het worde hun aangezegd.
Wat mij betreft hebben ze daar de vrouw in het ambt.
Uiteraard sluit ik de vrouw met haar ambt dan niet op in het gemak. Dat ware een belediging, niet alleen voor haar, maar ook voor Hem.die haar met zovele gaven gezegend heeft en haar een eigen plaats gaf in de gemeente. ' Denk aan de wijze vrouw uit Abel-Beth-Maiicha, die met haar wijsheid een broederstrijd voorkwam en censuur oefende: "Die mannen, die mannen!".
Ik denk ook aan wat gebeurde in een kleine Nederlands Gereformeerde gemeente. De weinige mannenbroeders van de kerkeraad slaakten de verzuchting.dat ze kwamen te staan voor zoveel zware problemen en dat hun de wijsheid ontbrak die naar aller overtuiging gevonden werd bij een zuster, die er door de HERE rijkelijk mee gezegend was. Het is wel duidelijk dat deze broeders niet leden aan een superioriteitscomplex. Dus vroegen ze: "Lieve zuster, we kennen niet de vrouw in het ambt. Maar wilt u wel in onze kring zitten als we kerkeraadsvergadering houden, om ons te dienen met uw wijsheid?". De zuster leed niet aan een antidiscriminatie-syndroom. Daar was ze tenslotte een wijze vrouw voor! Dus stemde ze toe. Zo kwam de wijze vrouw tot al het volk met haar wijsheid, 2 Sam. 20 : 22. En de gemeente had een moeder in Israël in de kerkeraad.
Wat waren ze wijs: die mannen!!!