Openbaring 15: 3, 4
1985-11-22
- Jaargang 29
- nummer 45
A.Van Mozes tot het Lam
Zijn de Psalmen niet echt Oud Testamentisch? Dit verwijt heeft de Christelijke kerk steeds weer te horen gekregen. Zij kan het toch niet meer doen met deze liederen, die zo duidelijk de tijd van hun ontstaan weerspiegelen? Trouwens: de grote heilsfeiten worden daarin niet genoemd.
Wat zou je dan met de Kerst" met Pasen en Pinksteren moeten zingen?
Hierachter ligt de verkeerde gedachte, dat de Psalmen echt behoren tot de tijd van het Oude Testament en dat daarmee hun betekenis ten einde is. Je kunt ze dan maar het beste opbergen in het archief. Nu zal dat over het algemeen niet zo'n vaart lopen.
Heel het Psalmboek zal niet in één keer overboord gegooid worden. Maar er is toch een verschuiving aan de gang. De Psalmen worden teruggedrongen; ten bate van het "vrije" lied. Nu, wil ik mij niet mengen in heel de discussie over deze zaak. Het gaat er alleen om te laten zien, dat de Psalmen niet uitgediend hebben. In het Nieuwe Testament worden ze weer opgenomen en vaak gebruikt. Vooral in, het laatste Bijbelboek. Een sprekend voorbeeld hiervan vinden we in Openbaring 15.
Daar gaat het in eerster instantie over een Psalm, die niet in het Psalmboek voorkomt. Dat is wel meer het geval. Denk maar aan Habakuk 3. Hier betreft het lied van Mozes, zoals we dat vinden in Exodus 15. Dat lied werd eens gezongen aan de oevers van de Schelfzee, nadat Israël veilig en ongedeerd door het water heen was getrokken. Maar datzelfde water had de Farao en zijn leger bedolven. Toen kwam Gods activiteit wel heel duidelijk voor hen te staan. Dat bracht hen tot het loflied: wie is als Gij, onder de goden, Here, wie is als Gij, heerlijk in heiligheid, vreselijk in roemrijke daden, wonderbaar in Uw doen? (Exodus 15:11). Dezelfde tonen weerklinken hier. Ook nu staand e zangers met opperste verbazing naar Gods doen te kijken. Ze roepen het uit: groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken! Het is niet letterlijk gelijk aan het lied van Mozes, maar het is wel op dezelfde toonhoogte gezet, op de hoogte van Gods daden. Het kán ook niet gelijk zijn, want de geschiedenis van het heil is verder gegaan. Het is nu niet meer alleen het lied van Mozes, maar ook van het Lam. In Hem, in heel Zijn werk, is het vervuld!
B. De vervulde lofzang
Wat houdt die vervulling nu in? Daarvoor moeten we even teruggaan naar Exodus 15.
Daar staat (in vers 7): Gij liet uw toorngloed los, hij verteerde hen als stoppels.
Hier, in Openbaring 15, gaat het over de zeven laatste plagen, waarmee de gramschap Gods voleindigd is. Zijn toorn is daarmee vervuld. Maar dat staat niet los van Christus werk! Dat is eerst tot voltooiing gekomen. Eén brede stroom van .genade is naar de mensheid toegevloeid.
Het Evangelie heeft z'n zegetocht over de wereld volbracht. In de loop der eeuwen zijn vele miljoenen tot geloof gekomen. Maar nog veel meer mensen hebben het Evangelie verworpen. Nu komt Gods toorn tot z'n volle ontlading. Dat vormt de achtergrond van dit lied. Zoals eens de gevolgen van Gods toorn zichtbaar voor Israëls ogen Geest waren: al de Egyptenaren die in de Schelfzee omgekomen waren. Wat toen nog maar een begin geweest was, dat komt nu tot z’n voltooiing. Nu kunnen dan ook al Gods werken samengevat worden, in dit loflied, aan de glazen zee. Alle motieven, die in de Psalmen aangeslagen worden, gaan hier samenklinken, in een volkomen harmonie. Het spreekt dan vanzelf, dat Gods daden in het middelpunt staan. Die zijn zó groot, dat ze bezongen moeten worden. Nu niet door één man, die daar anderen toe aanspoort, maar door een machtig koor. Allen verenigen zich tot deze lofzang, omdat er zó veel gebeurd is, dat lof verdient. Heel de wereldgeschiedenis komt in het licht te staan van Gods werk, hoe Hij alles geleid heeft naar het grote einddoel. Ze roepen het uit: Here, God, Almachtige! Ze staan versteld van Zijn majesteit, zoals die in Zijn daden zichtbaar geworden is. Ze hebben in alle gebeurtenissen Gods rechtvaardigheid ontdekt, vooral in Zijn oordelen, die Hij over Zijn vijanden deed komen. Vaak zetten de mensen daar een vraagteken bij. Ze vinden het dan helemaal niet rechtvaardig; hoe het allemaal gaat. Maar achteraf zullen wij toch zien, hoe de Here in alles rechtvaardig te werk ging. Juist als Koning van de volkeren! Van een koning werd allereerst verwacht, dat hij recht zou doen (Psalm 72). Al Gods werken moeten de mensen dan ook wel brengen tot vrees, tot diep ontzag en zo tot het verheerlijken van Zijn naam. Dat lijkt vreemd. Zullen ze zich niet eerder van de Here afkeren? Zullen ze Hem niet zien als een strenge, onverbiddelijke God? Maar hier komt weer het motief van Gods heiligheid naar voren. Hij gaat wonderlijk te werk. Mensen kunnen er niet bij.
Maar eens zullen zij hef inzien, dat Gods werk toch rechtvaardig was. Het zal er tenslotte op uitlopen, dat. alle volken zullen komen en Hem aanbidden.
Hoe moeten wij dit opvatten? Is dit een gedwongen zich neerbuigen voor de Here? Móeten ze wel, al willen ze het eigenlijk niet? In de Psalmen komt dit motief ook herhaaldelijk naar voren. Dan gaat het om Gods grootheid, die zó overweldigend is, dat de volken zich wel moeten buigen voor de Here. De Psalmen, waarin dit alles tot uiting gebracht. wordt;. hebben dan ook niet hun tijd gehad. Hun tijd komt nog, nl. de tijd van hun volledige vervulling. Daarin zal dan ook delen dit lied van Mozes en van het Lam, van heel Gods machtige werk!