De ploeger
1985-11-22
Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren- Jaargang 29
- nummer 45
ik sta in uwen dienst sonder bezit.
Maar ik ben rijk in dit:
dat ik den ploeg van uw woord mag besturen,
en dat gij mij hebt toegewesen
dit afgelegen land en dese
hooge landouwen, waar - als in het uur
der schafte bij de paarden van mijn wil
ik leun vermoeid en stil -
de see mij sichtbaar is soover ik tuur.
Ik vraag maar een ding: kracht
te dulden dit besef, dat ik geboren ben
in 't najaar van ren wereld
en daarin sterven moet.
Gij weet hoe, als de ritselende klacht
van dit voorbije schoonheid mij omdwerrelt
weemoed mij talmen dort
rot ik welhaast voor u verloren ben.
Ik zal de halmen niet meer sien
noch binden ooit de volle schoven,
maar dor mij in dm oogst gelooven,
waarvoor ik dien...
Opdat, nog in de laatste voor,
ik weten mag dat mij uw doel verkoor
te zijn een ernstig ploeger op de landen
van een te worden schoonheid; eensaam tegen
der eigen liefde dalend avondrood -
die siet beneden aan den sprong der wegen
de hoeve van sijn deemoed, en her branden
der sachte lamp van een gelaten dood
"De elementen zullen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden" - zie 2 Petrus 3: 10. Dominee Rietkerk heeft daarover bij ons gepreekt, hij heeft ons daarmee bemoedigd, perspectief geboden. Het vuur, zei hij, is niet allereerst beeld van vernietiging, maar van loutering, reiniging: het slechte zal verwijderd worden. Maar de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden!
Hij verbond dat woord "gevonden' met de tekst uit de gelijkenis over de verloren zoon die ook "gevonden" was! Ons werk hier op aarde is niet tevergeefs, niet zinloos, het heeft zijn nut. Er schijnen mensen te zijn die zeggen: "Kom maar op met die atoom- en,waterstofbommen, zet 'maar neer die kruisraketten, want de wereld zal immers tóch door vuur vergaan, maar dan komt óók de Here Jezus" Ze roepen. als het ware om de vernietiging van de schepping om zo de Here te dwingen tot zijn terugkomst, niet op Zijn tijd maar, op hun tijd. Goddeloos gepraat!
Hebben wij als mensen niet de opdracht gekregen de aarde te behéren? Ik denk wel eens dat het één van de grootste zonden van de mensheid is dat zij de aarde uitbuit; de gaven die erin verborgen liggen, worden verspild. De kostbare natuur wordt verknoeid, en naar het lijkt, op onherstelbare manier. En soms springen we even onverantwoord om met het cultuurgoed dat onze voorouders ons hebben nagelaten.
In Zwolle is kortgeleden het "Gouverneurshuis" tegen de vlakte gegaan; dat zal straks wel een betonnen flatgebouw verrijzen.
Mogen wij ernaar verlangen dat het werk van onze handen maar verloren zal gaan?
Ik heb er in mijn hart altijd moeite mee gehad dat bij voorbeeld ook de schilderijen van Rembrand allemaal vernietigd zouden worden. En zou God het werk van Zijn handen zelf allemaal willen vernietigen?
Dat zijn zo enkele gedachten die mij ertoe brachten u vandaag eens kennis te laten maken met een fraaie rijmprent. Het gedicht, De Ploeger, is in 1917 geschreven door A. Roland Holst; de houtsnede is van Fokko Mees en de rijmprent is uitgegeven door de VAEVO, een vereniging die niet meer bestaat.
Ik nodig u uit de prent eens goed te bekijken en het gedicht eens rustig door te lezen.
De volgende keer hoop ik er dan iets over te zeggen.
Voor deze keer wens ik u veel genoegen met dit kunstwerk!