Lifter
1985-11-22
Neemt u wel eens lifters mee in de auto? En zo ja, denkt u dat lifter een Engels woord is? Het een zowel als het ander schijnt onjuist te zijn. Beter kunt u geen lifters meenemen - zegt mijne geliefde - en lifter is in het Engels: hitchhiker. Dat is gans andere koffie, nietwaar?- Jaargang 29
- nummer 45
Inderdaad, mijn wederhelft, die mijn zorgen deelt en mijn geluk vergroot, ontraadt me pertinent en categorisch lifters mee te, nemen. Ze staan de hele zomer regelmatig langs de weg: studenten, vakantiereizigers en boeven.
De eersten zijn niet gevaarlijk, de laatsten des te meer. Die pakken uw beetje zakgeld af, mishandelen u misschien en gaan er in elk geval met uw wagen vandoor; tenzij u ze te sterk of te slim af bent.
Maar, het genoegen van een reisje met een student of een holidaymaker (zoals een vakantieganger hier heet) is toch een apart plezier, dat enig risico waard is: Daarbij wordt wel een beroep op uw beetje mensenkennis gedaan, maar tot dusver bleek dat voldoende te zijn. En wat kun je veel horen van een student: zijn motieven, zijn beroepskeuze, zijn visie op het mensenleven..
Stond me daar deze zomer een man langs de weg, in het dorpje Connel, bij Oban. Vrij slordig gekleed, een ongecompliceerde persoonlijkheid die me niet aantrok. Een plunjezak aan de voet en een vragende houding, meer niet. Pas toen ik langs hem heen gleed zag ik zijn ogen en trapte de rem in. Voor ik terug kon gaan, was hij al aan de deur en vroeg correct: zou ik wel een eindje met u mee mogen rijden?
Een eindje dan, het was nog net 20 mijl of 32 km tot Dalmally. Maar daar was hij al gelukkig mee: hij hoefde pas morgen in Glasgow te zijn. En wat moest hij morgen doen in Glasgow?
Een conferentie of zo, aan het eind van een zwerftocht door dit mooie land. Zo rustig als hij zijn plannen maakte, zo rustig sprak hij ook. Zeeën van tijd. En dat was nu net wat me in zijn ogen aantrok: de verten der zeeën, die hij moest hebben bevaren.
Inderdaad bleek hij zeeman te zijn geweest en hoe ik dat nu wist. Dat, bleef mijn geheim, maar ik mag het weten: een zeeman heeft vaak van die blauwe, bodemloze kijkers. Waar hij zo al geweest was? Al de "zeven zeeën" had hij bevaren, en die moet u zelf maar eens in de atlas opzoeken: Ik citeerde voor het lied van de Zeven Zeeën van mijn vriend Agnus Maclntyre, de gewezen bankier van Tobermory op het eiland Mull. Dat lied eindigt met:
The great seas, they are seven and I sailed them all in my day...
But there is no place nearer heaven than Tobermory Bay.
(Voor wie het in het Nederlands wil lezen: er zijn zeven grote zeeën en ik heb ze in mijn leven alle bevaren; maar geen plaats ligt dichter bij de hemel dan de Baai van Tobermory.) Hij kende het lied niet, maar het pakte hem. Daar hij veel op San Francisco had gevaren, vertelde ik hem dat ik een paar weken in California dacht te gaan doorbrengen, maar zuidelijker dan San Francisco, Niettemin, mocht ik in Frisco komen, zei hij, dan moest ik bepaald een adres bezoeken en zijn hartelijke groeten overbrengen. Hij haalde een kaartje uit zijn zak en schreef er zijn adres bij. Over mijn schouder waagde ik een snel oogje aan zijn drukwerk en las: "Calvary Lutheran Church". Alstublieft - zijn vrienden aan de overkant waren christenen. Dat heb je er van, als je een wildvreemde lifter meeneemt!
U bent zelf een christen? Vroeg ik verrast.
- Ja, u ook misschien?
- Jazeker!
- Een hand werd uitgestoken. Een broederhand drukte de mijne, langs de kronkelende oevers van Loch Etive. Typisch verschijnsel in een postchristelijke wereld: dat je aangenaam verrast wordt als je een broeder in Christus langs de weg treft. Doet het u niet denken aan de tijd van het ondergrondse christendom in Rome? Toen herkende men elkaar met blijdschap door het geheime teken van de vis.
Houdt u van onze Heiland? Vroeg ik hem ten overvloede, Hij beheerst mijn leven, was het antwoord, Hij heeft er van gemaakt wat het geworden is!
- En bent u Lutheraan?
- Och ja, lid van een Lutherse kerk, nu ergens in Sheffield; maar wat doet de denominatie er toe? De Heer is meer betrouwbaar dan zijn vertegenwoordigers op aarde. Zo is het, moest ik, erkennen. En ik vertelde hem van een bevriende oude organist, die als heiden uit de Rode Zaankant een functie in de Lutherse Kerk had gekregen: "en door die dode, corrupte kerk ben ik: tot Christus gebracht", had hij me eens toevertrouwd.
Het gesprek ging nu over Luther, de simpele boerenjongen die op zijn eentje de Bijbel vertaalde.
Over Calvijn, de begaafde advocaat en theoloog, die naties tot het christendom bracht. Van beiden hadden we het een en ander meegekregen. Hij kende werk van Edward Schillebeeckx, de ketter die correcties in de Roomse Kerk aanbracht. De naam van Karl Barth viel, en of ik diens werk kende?
– Eigenlijk alleen de titels, moest ik erkennen; maar wat ik van KB heb begrepen is: dat deze ons verlost heeft van het Lieberheiland christenthum, van mensen die God In hun zak dachten te steken.
- Inderdaad, was zijn reactie, "Barth heeft ons geleerd dat God de Gans Andere is. Daarmee gaf hij correcties zowel op Luther als op Calvijn". Zo werden we het eens dat noch een Calvinist, noch een Lutheraan, noch een Barthiaan op zichzelf het koninkrijk der hemelen beërven - maar dat Christus ons dat schenkt, als we Hem geloven en liefhebben.
De reis liep op een eind, maar we konden nog net vaststellen, dat er een categorie kerkgangers bestaat, ook een categorie mensen die de Heiland liefhebben, en een derde categorie mensen die zowel het een als het ander doen. Toen waren we in Dalmally en stopten voor het hotel.
Hij haalde zijn reistas achter uit de auto (de boot, zeggen ze hier) en kwani toen aan de deur een hand geven. Hij zou, verder de weg naar Glasgow wel vinden, zei hij, en met blijdschap, omdat we elkander ontmoet hadden. - God bless you, was mijn antwoord.
In mijn spiegeltje zag ik nog even een hand omhoog gaan. Een broederhand, een kostelijk voorwerp in deze, wereld.
Thuisgekomen en na de geschiedenis opgebiecht te hebben, las ik het drukwerkje dat hij me meegaf. "I love you", stond er op, "Drie Grote Woorden". Moeders zeggen die woorden, met een teer knuffeltje. Vaders zeggen het, soms op een wat andere manier. Grootouders zeggen het soms, tegelijk met een geschenk. Verliefde mensen zeggen het met diepe gevoelens. Andere mensen zeggen het om vele redenen, goede én kwade: Maar vooral God zegt het, want Hij houdt werkelijk van ons en Zijn liefde is volmaakt".
Neemt u ook wel eens lifters mee in de auto?