Tolerantie
1984-01-06
In 'De Reformatie' van 10 december jl. heeft dr. W. G. de Vries ons blad bekritiseerd vanwege de 'leiding der leidingloosheid' die erin gegeven wordt. Hij haalde het stukje van ds A. H. Algra aan waarin deze beweerde dat de post-staking helemaal geen ramp was voor Opbouw omdat we immers bewust afzien van het leidinggeven. Enkele mensen schrijven graag eens wat en andere mensen lezen graag eens wat en that's all. Ds De Vries, mijns inziens geheel voorbijziende aan het speelse karakter van Algra's rubriekje, greep dit op en toonde aan de hand van een voorbeeld uitvoerig aan dat Opbouw wel degelijk leiding geeft, alleen: funèste leiding volgens hem. Zo is ons blad naar zijn mening een huis dat tegen zichzelf verdeeld is en niet kan bestaan. Het is mijn gewoonte niet om op dit soort van artikelen in te gaan. 'Afval-produkten' pleeg ik ze te noemen: men spijst en laaft zich met de (vermeende) afglijdingen van anderen.- Jaargang 28
- nummer 1
Dat ik op dit stukje nu toch inga heeft zijn bijzondere reden. Ik denk namelijk dat het bezwaar dat dr De Vries tegen ons blad inbrengt ook onder onze lezers wel leeft en om heel eerlijk te zijn vindt het ook bij mijzelf wel enige weerklank, We maken het immers regelmatig mee dat in ons blad over toch niet zo heel onbelangrijke onderwerpen in verschillende zin geschreven wordt. me noem maar een paar voorbeelden van de laatste tijd: 'Israël', de kernwapens, de dubbele predestinatie, de ambten.
Zelf heb ik me over meer dan één van deze onderwerpen ook uitgelaten en het was mijn oprechte bedoeling met mijn bijdragen leiding te geven aan het denken en handelen van mijn lezers. Is het dan niet fnuikend om te merken dat in datzelfde blad, ja soms in het zelfde nummer van het blad, die leiding door andere leiding doorkruist wordt? Ieder die de ander en zichzelf serieus neemt zal hier moeite ervaren, dunkt me.
Wat hiervan te zeggen, zo in het eerste nummer van het nieuwe jaar.
In de eerste plaats dan zou ik ervoor willen waarschuwen dat we van deze nood geen deugd moeten maken. Ik keer me dus tegen zinnen als: Dat is nu onze tolerantie!
Zoiets kan bij ons allemaal!
Ik vertrouw zulke zinnen niet. Ik word trouwens in het algemeen skeptisch wanneer bet woord 'tolerantie' hoog wordt aangestemd.
De ervaring kan ons leren dat tolerantie vaak een mooi woord voor onverschilligheid is. Zolang de dingen oningevuld blijven, is het niet moeilijk om verdraagzaam te zijn.
"Vele mensen roemen hun eigen welwillendheid", moet je dan zelfs met de hemelse Wijsheid opmerken (Spreuken 20: 6). Maar kom je aan punten waarover de mensen zich een mening hebben gevormd en waarvan ze dus het belang hebben leren zien, dan blijkt verdraagzaamheid een bijna onhaalbare kaart te zijn. Ieder die zichzelf een beetje kent zal daarom het woord 'tolerantie' met schroom en bedachtzaamheid in de mond nemen.
Maar, zal iemand zeggen, móet de kaart van de verdraagzaamheid wel gehaald worden? Er is toch maar één waarheid? Die van de Schrift?
En met de Schrift kun je toch niet alle kanten op? Behalve uit geestelijke dwingelandij kàn deze opmerking voortkomen uit een sterke en zuivere liefde tot de bijbel.
Daarom ga ik er op in. Er doet zich hier inderdaad een probleem voor. Ons geloof zegt dat de Heilige Schrift doorzichtig is, maar de praktijd wijst anders uit. De kerken waartoe dr De Vries behoort lossen dit probleem zo op dat ze zeggen: mag het bij de bijbel al zijn of lijken dat je er alle kanten mee op kunt, bij de belijdenis ligt dat anders. En dus staan wij geen diskussie toe over die punten waar de belijdenis zich over uitgesproken heeft. De Schrift is het IJsselmeer en verschil van mening is alleen te tolereren bij dat gedeelte dat niet konfessioneel is ingepolderd. Hier sta ik niet eens zo ver vanaf. Alleen, we zijn nu lang genoeg met elkaar kerk geweest om te weten dat ook over punten die konfessioneel zijn vastgelegd bet gesprek onder de bijbelgelovige christenen blijft voortduren.
Dat is wel niet bij alle, maar toch hij sommige stukken duidelijk het geval. lk noem de kinderdoop, ik noem ook de leer van de verkiezing. En zo is er meer.
En dat maakt de vrijgemaakte oplossing tot een gekunstelde. Want waarom zou je over het onderwerp 'Israël' (waarover de belijdenis zich niet uitlaat) vrij kunnen praten en zou dat bij de uitverkiezing (waarbij dat wèl het geval is) opeens ontoelaatbaar zijn?
Beide onderwerpen zijn immers belangrijk voor het geloof. Bij het ene zowel als bij het andere gesprekspunt kan aan beide fronten van het verschil de bijlbel in stelling worden gebracht. Of dat terecht gebeurt is natuurlijk de vraag, maar dat het serieus gebeurt is buiten kijf. Dan moet er toch over zulke verschillen te spreken zijn? Welis het zo dat als je bijvoorbeeld kritisch over de kinderdoop zou schrijven, het duidelijk moet zijn dat je tot een kerk behoort die hierover belijdenis aflegt, ja, de Here God voor de kinderdoop zelfs dankt. Je zult dus in je argumentatie uiterst zorgvuldig te werk moeten gaan en gevoelens moeten ontzien. Je mag - ik noem maar iets - niet de indruk wekken dat het gereformeerde voorgeslacht, toen het tegenover de wederdoperij aan de kinderdoop vasthield, zomaar wat traditionalistisch bezig was en verzuimde om de teksten die voor het tegenovergestelde gevoelen (schijnen te) pleiten, serieus te overwegen.
Maar wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet het mogelijk zijn de kinderdoop aan een kritische beschouwing te onderwerpen.
Het is niet zo: confessio locuta, causa finita, de belijdenis heeft gesproken, de kous is af. Tenminste niet op alle punten is dat zo.
Het kan zelfs geen kwaad wanneer af en toe zo'n konfessioneel vastgelegd punt als probleem wordt opgeworpen. Men moet daar zeker niet uit afleiden dat wij als blad met de gereformeerde belijdenis een loopje zouden nemen.
Vooreerst immers moet iemand die zoiets onderneemt, ermee en er zelfs op rekenen dat hij geargumenteerd wordt tegengesproken.
Voorts is de kerkgemeenschap waartoe de kritische schrijver behoort, er nog lang niet aan toe om zelfs al zou er iets in zijn geschrijf zitten, haar belijden terzake op te geven. Zoiets vergt immers geduldige en langdurige overweging van de bijgebrachte argumenten, die op een later tijdstip onder een andere gezichtsboek bekeken niet zelden opens volstrekt voos blijken te zijn. Onderwijl is de overtuiging gegroeid en dat is winst. Ik werk nu wel met het voorbeeld van de kinderdoop, om reden dat die vandaag onder ons niet in diskussie is. Maar ik zou konkreter kunnen worden en het gevoelen van ds B. Telder ten aanzien van de tussentoestand kunnen noemen.
Zoals ieder weet hebben wij van Opbouw op dit punt vrijheid van gesprek bepleit. Kun je nu zeggen dat in onze kerken Telderiaans over 'sterven en dan' gedacht wordt? Bepaald niet. Als ik dat bij mijzelf naga: ik ben inderdaad door 'Telder' heengegaan en dat niet zonder enige blijvende winst, maar zie nu toch in dat zijn gedachte een vrucht is van een sterke aandacht voor het Oude Testament, die ik als reaktie op de verwaarlozing ervan wel kan verstaan maar die ik inmiddels toch eenzijdig vind. Het Oude Testament heeft gewoon minder antwoord op de dood dan het Nieuwe.
Vrijheid van gesprek, tolerantie van verschil van mening, en dan met name op punten waarover oprechte christenen bij een open bijbel met elkaar in de clinch liggen, - het moet mogelijk zijn. Ik zeg dit zonder enig triomfalisme.
Ik zeg ook niet: als je die vrijheid beknot en dat gesprek afknijpt, is de dood in de pot. Voor mij is verschil van mening geen teken van leven, Ik geloof heilig dat we 't in de hemel (waar niets anders dan leven in de pot zit) over alles volkomen eens zullen zijn. Daarom lijd ik hier aan verschillen.
Bijvoorbeeld aan het verschil over de doop met mijn baptistische mede-christenen, aan wie ik persoonlijk zoveel te danken heb. Ik lijd eraan, en daarom probeer ik verschillen ook weg te schrijven.
Niet door wollig te doen of in de neutraliteit te vluchten. Juist niet!
Ik slijp mijn artikelen als puntige pijlen omdat ik geloof in de kracht van het geestelijke argument: de opnieuw en nieuw ter sprake gebrachte bijbeltekst. Lijden aan verschillen mag echter nooit een argument worden om ons voor de pijn ervan af te sluiten. Daarom zal ik als redaktie-lid ook niet zo gauw ijveren voor het weghouden van een artikel uit ons blad. Als ik maar merk dat er luisterend naar het Woord geschreven wordt, dan - nee, dan ben ik niet tevreden, maar dan getroost ik mij de pijn van het verschil en neem mij voor om zèlf voortaan nog gewetensvoller, nog geargumenteerder, nog schriftuurlijker te schijven.