Leven in negentienvierentachtig
1984-01-06
Het is 1984 geworden. Het jaar, dat een klank heeft gekregen van onderdrukking, totalitaire beheersing en leugen op alle niveaus van de samenleving is aangebroken.- Jaargang 28
- nummer 1
In vier artikelen hoopt Pieter van Kampen aandacht te schenken aan de vraag: hoe moet een mens leven in 1984.
Kan een mens "het hoofd boven water houden" - of rècht overeind houden - als er onderdrukking en manipulatie in de samenleving voorkomt? Hoe moet iemand zich op arrestatie, ondervraging, intimidatie voorbereiden?
Leven in 1984: weerbaar leven.
Ervaringen van de gevangenen van gisteren in dienst gesteld van de mogelijke gevangenen van morgen ...
Iemand die innerlijk niet is voorbereid op geweld, is altijd zwakker dan de overweldiger.
0, als ze de verdachten eerst eens gevangeniskunde hadden onderwezen.
Solsenitsyn, Goelag Archipel I, M, 109.
Grote Broer in Jeruzalem
We stonden aan de balie van het El Al hoofdkantoor in Jeruzalem.
Als leiders vaneen jongerengroep moesten we formeel onze terugreis bevestigen.
De noodzakelijke gegevens werden op een computerband ingetikt. Toen vroeg het meisje: "Jullie hadden een deelnemer aan de reis die ziek geworden is. Kan die wel mee terug?"
We stonden even perplex! Inderdaad, acht dagen tevoren had een meisje tekenen van uitdroging vertoond. Voor alle zekerheid hadden we haar - per taxi - laten terugbrengen naar Nes Ammim.
Daar was ze zwaar ziek geweest, had zelfs in een naburig ziekenhuis enkele uren aan een infuus gelegen.
Acht dagen later en 300 km verderop komen we de gebeurtenis tegen. Iemand (wie?) had het geregistreerd en wie?). El Al wist ervan. De politie ook? Gezondheidszorg ook? En Binnenlandse Zaken of Buitenlandse Zaken?
Alhoewel de gebeurtenis zelf niet erg bedreigend was, voelden we ons opeens ingesponnen in een netwerk van informatie. Dat we ons dat normaal niet bewust zijn is geen garantie dat het niet bestaat!
En denk je dan, is dat niet een beeld van "Grote Broer", George Orwells geheimzinnige maar reële machthebber, die on!betwisten onkwetsbaar heerst. Met behulp van (onzichtbare) camera's die al je doen en laten vastleggen. Met behulp van computers die (zonder dat ik profaan wil zijn) "sluimeren noch slapen". We zijn bekend.
En - jaren later nog - kan ons handelen van nu bewijsmateriaal zijn. Voor een tenlastelegging.
Voor een veroordeling.
Wie weet, loopt Orwells "Grote Broer" (wie is het?) momenteel al warm langs de zijlijn.
Straks doet hij mee met het spel.
Als de technologische middelen nog wat verder verfijnd zijn.
Nog nooit zóveel ...
Het zal in dit verhaal niet gaan om computers en technologische macht. Daar weet ik gewoon niet genoeg van. En bovendien, als rechtgeaarde "alfa" ben ik waarschijnlijk überhaupt veel te kritisch of beangst, als het om technologie gaat. Er wordt waarschijnlijk al genoeg onzin over computers geschreven, Laat ik er niet aan meedoen.
Maar iets ànders is het volgende: Op dit moment leven zo'n vier miljard mensen op aarde. Dat gegeven is verantwoordelijk voor duizelingwekkende problemen: vragen rond voeding, huisvesting, werkgelegenheid en vrijetijdsbesteding.
Hoe laat je die vier miljard mensen leven?
Een groot aantal overheden vindt dat je die vragen niet aan de eigen bevolking zèlf kan overlaten en oefent dus stevige invloed uit; de helft van de wereldbevolking leeft onder totalitaire regimes, van linkse of rechtse signatuur. (Waar het linkse of rechtse precies in verschilt valt niet altijd gemakkelijk te zeggen!) Maar inelk geval gaat - voorzover het aan de machthebbers ligt tenminste - geen enkel aspekt van het leven der burgers aan de waakzaamheid van het regime voorbij.
En dus zijn er nog nooit zoveel mensen betrokken geweest bij het controleren en/of bespioneren van land- of tijdgenoten. Hebben nog nooit zoveel mensen opgesloten gezeten als in onze twintigste eeuw. Is er, veronderstel ik, nog nooit op zo grote schaal - en met zoveel technologische en psychologische "know how" - gemarteld en gekweld. Zijn nog nooit zoveel mensen vanwege een (afwijkende) politieke of maatschappelijke visie terechtgesteld of gewoonweg verdwenen.
Latere generaties (àls die komen!) zouden deze twintigste eeuw wel eens als de meest verscheurde en
schizofrene tijd van alle eeuwen kunnen aanmerken: nooit werd zoveel gesproken over vrede, liefde, zorg. En nooit is er zoveel gedaan aan geweld, haat en onderdrukking.
Ik ben in de gevangenis geweest ...
Zoals te verwachten was, is er ook nooit eerder zoveel geschreven over het leven (of gebrek daaraan) in gevangenschap. Om maar een zeer onvolledige opsomming te geven, ik denk hierbij aan het werk van Solsenitsyn en Amalrik (beiden Russen), Arthur Koestier (een Hongaarse Jood van origine), Dietrich Bonhoeffer (een Duitse theoloog), Corry ten Boom, Floris Bakels, Etty Hillesum (Nederlanders), terwijl boeken van de Praagse Jood Franz Kafka zeker ook met dit thema kunnen woroen geassocieerd. En dan kan ik nog Richard Wurmbrandt noemen, Haralan Popoven andere mensen uit Oost-Europa, die als Christen voor hun geloof hebben vastgezeten.
Het valt niet mee om al die boeken onder één noemer te brengen en ik heb dat ook maar ten dele geprobeerd. Toch hier de opmerking dat de meeste schrijvers niet als hoofddoel hebben gehad te vertellen hoe slecht het regime wel was. Economische of politieke waarden in dictaturen worden slechts zijdelings besproken. Het gaat de meesten erom te vertellen hoe je in zo'n omgeving mens moet blijven, je eigen innerlijke vrijheid moet behouden, hoe op dat vlak - lichamelijk of psychisch/ mentaal - de aanslagen tegen je persoonlijkheid gericht worden. En wat je dan kunt doen. Of niet.
Weerbaarheid
Zo maar wat dingen die ik in die boeken heb gevonden. Houdingen of gedachten die een mens kennelijk kunnen helpen om sterker (of liever: minder zwak) te staan tegenover machthebbers. Dat kan ons, mensen in het relatief zo veilige Nederland, helpen om het kwaad te zien aankomen en ons ertegen te wapenen.
Natuurlijk betekent het niet dat we Christus' woord niet serieus nemen.
Hij belooft immers de bijstand van de Heilige. Geest? Die zal ons de woorden geven die we spreken moeten. En toch, moeten we niet weten wat ons overkomen kan? Hoe kan een mens, die dan alleen staat, zich verdedigen? Hoe kan je, als je bewust in onzekerheid gehouden wordt, over àlles, toch op de been blijven? Het gaat hier over "weerbaarheid", over gedachten die we niet dàn, maar nu, moeten hebben. Over houdingen en gedrag die we nu moeten doordenken, in plaats van stràks, als het niet meer kan.
Een houding van "weerbaarheid" dus; een houding die past in het jaar negentienvierentachtig.
Hoe zouden we dan leven?
We beginnen met een paar heel simpele dingen die ik uit mondelinge verhalen heb gehoord. Dingen als: leer nu al morsetekens.
Bij een verhaal dat Ds Wurmbrandt inmiddels al weer zo'n 10 jaar geleden aan de Bijbelschool hield, was dat een van zijn stellingen.
Leer morse en doe het nu!
Wie weet wat je in de gevangenis ooit moet "doorseinen" van cel naar cel.
En inderdaad, morse moet je kennen als gevangene. Nergens wordt de noodzaak daarvan zó weergegeven als in Arthur Koestlers boek Nacht op de Middag. (Wat is dat trouwens een indrukwekkende analyse van de geestelijke gesteldheid van de sowjetburger.) Mensen houden het geestelijk vol, omdat ze met elkaar berichten kunnen uitwisselen.
Een tweede ding - ik heb het een paar keer ergens opgepikt, maar weet niet meer waar - is dat vrouwen nooit de juiste tijd van menstruatie moeten opgeven. De ervaring met verschillende regimes zou zijn dat men juist dàn pogingen in het werk stelt om de geestkracht van vrouwelijke gevangenen te breken.
Belangrijker is echter, denk ik, wat Solsenitsyn ons vertelt over "gevangeniskunde". In zijn monumentale (en verder niet gemakkelijk te lezen) werk de Goelag Archipel, dat ik voor deze artikelen aan het doorploegen ben geweest, las ik onder andere het bovenstaande citaat: ,,0, als ze de verdachten eerst eens gevangeniskunde hadden onderwezen". Hij zegt dat, sprekend over mensen die voor het eerst Of bij herhaling met het sovjet-strafsysteem in aanraking komen. De mensen die voor de tweede of zoveelste maal in hechtenis worden genomen, krijgen, zegt Solsenitsyn, een andere behandeling dan' "eerstkomers": " ... met de herhalers in 1948 hebben ze immers niet meer de hele poespas van het vooronderzoek uitgevoerd: dat zou verloren moeite zijn geweest. Maar de beginnelingen hadden geen ervaring, hadden geen kennis van zaken! En ze hadden evenmin iemand aan wie ze raad konden vragen. De eenzaamheid van de verdachte! ... "
(G.A. I, 109).
Je laten beetnemen
Gevangenisleven begint met de arrestatie.
Daar begint, zeggen verschillende schrijvers, de onderworpenheid en passiviteit van de gevangene al. Wat moet je dan doen, als men je komt ophalen?
Verschillende schrijvers suggereren dat je weerstand moet bieden en misbaar moet maken. In zijn Goelag Archipel vertelt Solsenitsyn dat twee mannen van de Tsjeka (de toenmalige geheime politie) op een plein een vrouw proberen te arresteren. Dat gebeurde overdag.
"Ze had een lantarenpaal vastgegrepen, was gaan schreeuwen, wilde zich niet gewonnen geven.
Er ontstond een oploop ...
Die behendige kerels stonden er op slag bedrempeld bij. Zij kunnen hun werk niet doen, als de gemeenschap op hen let. Ze waren in de auto gestapt en er vandoor gegaan. (En op dat moment had die vrouw meteen naar het station moeten gaan en uit de stad moeten wegreizen. Maar ze was naar huis gegaan om er te overnachten.
En 's nachts hadden ze haar weggevoerd naar de Loebjanka" (gevangenis) (25).
Solsenitsyn laat aan dit gebeuren de zin voorafgaan: "In 1927, toen de gedweeheid onze hersens nog niet zó erg had verweekt ... ".
Dezelfde agressieve weerbare houding trof ik ook in Andrej Amalriks verhaal Niet-Begeerde Reis naar Kaloega: "Ik begon mij te verdedigen en zei: Ik ga mee maar ik wil eerst uw papieren zien ... een van hen die zo te zien de leiding had... (liet) mij een rood boekje zien. Hierbij hield hij echter zijn naam en de naam van de instelling die hem dat boekje had verstrekt met de hand bedekt ...
Ondertussen keek bij steeds zenuwachtig om. Dat hij mij zijn legitimatie niet had laten zien vond ik geruststellend. Dat betekende dat hij bang voor mij was... Het dient gezegd dat ik helemaal tijdens deze geschiedenis mijn koelbloedigheid beter wist te bewaren dan mijn kidnappers en de andere mensen met wie ik te maken kreeg.
lik schrijf dat niet toe aan mijn dapperheid of zelfbeheersing en ik wil niet zeggen dat rk me geen zorgen maakte over wat me te wachten stond, maar het was inderdaad allemaal gewoon voor mij, niet de eerste keer, ik had alles al een paar keer meegemaakt en dat element van routine vond ik op de een of andere manier gerustgevend." (103, 104).
Het slechts 26 pagina's tellende korte (autobiografische) verhaal van Amalrik zou men moeten lezen in vergelijking met Het Proces van Franz Kafka. In laatstgenoemd boek wordt Jozef K., een nietsvermoedende kamerbewoner, gearresteerd in zijn eigen slaapkamer, 's morgens bij het wakkerworden.
Wie de eerste twee pagina's van Het Proces analyseert zal opmerken dat Jozef K. al voordat tegen 'hem enige aanklacht wordt ingediend (dat gebeurt in het hele boek niet) de beschuldiging al toelaat. Hij is gedwee, eist niet op hoge toon een legitimatie, zet de mannen die hem komen halen niet met geweld van zijn kamer. Hij háált het ook niet!
Amalrik daarentegen schertst met zijn ondervragers, maakt sommigen nerveus, eist telefonisch opheldering van de kant van superieuren van degenen die hem zijn komen arresteren. Zijn vrouw bestaat het zelfs om Joeri Andropow te bellen, die destijds hoofd van de KGB was. Hij is innerlijk vrij, laat zich er niet onder brengen door ondervragers. En het gevolg: hij wordt vrijgelaten!
Geen marionet
Hetzelfde geldt voor de russische filosoof-theoloog Berdjajew, Solsenitsyn vertelt over hem. Dat iemand werd vrijgelaten kwam maar zelden voor. Maar Berdjajew werd opgepakt èn vrijgelaten!
Tot tweemaal toe werd hij - in 1922 - aangepakt en voor de hoogste machthebbers bij de geheime politie geleid. "Maar Berdjajew verlaagde zich niet, deed geen voetval, maar zette hun standvastig de religieuze en zedelijke beginselen uiteen, op grond waarvan bij het in Rusland gevestigde gezag niet aanvaardde . . . en ze hebben hem niet alleen geheel onbruikbaar voor het gerecht bevonden, maar hem zelfs... op vrije voeten gesteld. Dat was iemand met een STANDPUNT!" (115).
Ja, zegt iemand, dat was toen. Nu werkt dat niet meer. De sovjetheerschappij is, zeker binnenslands, al te stevig gevestigd.
Misschien. Toch zijn er redenen te geloven dat een gevangene geestelijk - mentaal, psychologisch of moreel (niet per sé intellectueel)zijn bewakers en ondervragers de baas moet blijven. Vanaf het allereerste moment moet je op je strepen staan. Opdat je als mens kunt existeren. Zelfs in de gevangenis.