Een Amsterdamse kerk verandert

2008-04-25
  • Jaargang 52
  • nummer 9
Het mag niet alleen anders, het moet ook anders. Met de kerk, maar ook met mijzelf. Meer open. Meer uitnodigend. Meer missionair. Maar hoe kom je tot een vrijmoedig en geloofwaardig getuigenis? Hoe verander je als kerk van gesloten in open? Ik heb niet het definitieve antwoord. Maar wel een verhaal met een persoonlijke insteek. Over een verandering als mens en een verandering als kerk.
Een praktijkverhaal van mijzelf.
Wanneer ik terugkijk, dan zie ik een reeks veranderingen die bepalend zijn geweest voor de missionaire benadering die ik nu in mijn leven herken.
Het begon allemaal met een fundamentele verandering. In de Friese kerk van mijn jeugd werd veel over de uitverkiezing gesproken - en dan moest je nog maar afwachten of jij daar ook onder viel. Als student in Groningen besloot ik dat dát in elk geval niet mijn kerkelijke richting was - áls er al een kerkelijke richting was waar ik bij zou willen horen. Rond mijn twintigste kwam ik in contact met de Christelijke Gereformeerde Kerk. Ik had geen idee wat voor club dat was, kende zelfs de naam van dat kerkverband nauwelijks.
Maar er ging een wereld voor mij open. Ik ontdekte dat de Bijbelse beloften voor mij persoonlijk gelden.
Dat God mij, Siebrand Wierda, nooit zal verlaten en mij altijd wil dragen.
Dat Jezus ook voor mij, Siebrand Wierda, de zonden heeft gedragen en de dood heeft overwonnen. Dat de Heilige Geest ook in mij, Siebrand Wierda, woont vanaf het moment dat ik mij toevertrouw aan Jezus Christus en dat die Geest mijn leven vervult!
Dat veranderde mijn leven. Ik was christen geworden.

Jongste dag
De tweede verandering had plaats op een gemeenteavond, enkele jaren later. Ik had daar een duidelijke mening over evangelisatie: eerst moest binnen de gemeente de zaak op orde zijn voor we naar buiten konden treden. Na mijn pleidooi ging een oude broeder staan en zei: 'Maar Siebrand, dan kunnen we toch wel wachten met naar buiten treden tot de dag van Jezus' wederkomst? We zullen het binnen immers nóóit allemaal op orde hebben?' Die opmerking sloeg in als een bom en veranderde mijn denken over evangelisatie.
Laten we inderdaad maar beginnen, ver vóór we alles op een rijtje hebben, anders komt het er nooit van.

Het kan
Derde verandering, weer een paar jaar later. Ik merkte dat het kon. Als gemeente groeiden we in die tijd sterk in openheid. We hadden op een bepaald moment wel zestig belijdeniscatechisanten, terwijl er daarvoor jaren waren geweest met slechts een handjevol. Sommigen van die zestig hadden geen kerkelijke achtergrond en zouden ook worden gedoopt. Zij die wel een kerkelijke achtergrond hadden, kwamen uit een stuk of twaalf kerkelijke stromingen. Slechts een minderheid kwam uit de eigen gemeente! Het kon dus echt!

Twee motieven
Belangrijk motief voor evangelisatie was het verloren gaan van al die mensen die Jezus niet kenden. Niet dat dat onterecht is, maar als motief voor evangelisatie is het wel eenzijdig.
Want het andere motief is de eer van God. God heeft recht op de eer en de lof, ook van al die mensen die hem nog niet kennen en nog niet met hem leven! Evangelisatie doe je niet voor je eigen goede gevoel, hoewel het fijn is om te doen. Evangelisatie doe je niet in de eerste plaats voor anderen, hoewel het heel belangrijk is dat zij redding ontvangen. Evangelisatie doe je primair voor God... Het is een voorrecht betrokken te worden in zíjn plan met deze wereld!

Gemeentestichting
Aan het eind van mijn studie theologie had opnieuw een belangrijke verandering plaats. Ter afronding van mijn hoofdvak Gemeenteopbouw maakte ik een studiereis naar Amerika, met naast colleges en conferenties als hoofddoel een onderzoek van de Redeemer Presbyterian Church in New York. Ik herkende mij qua theologie erg in die kerk en ze leken daar als geen ander in staat de gerichtheid op 'binnen' en 'buiten' te integreren. Daar wilde ik meer van weten. Maar tot mijn verbazing sloot het model van gemeenteopbouw in deze kerk nergens aan bij de boekjes die ik had bestudeerd! Wat was het punt? Ze werkten in die gemeente niet alleen aan de opbouw, maar ook aan vermenigvuldiging van de gemeente. Nieuwe gelovigen deden de gemeente groeien, maar er werd óók doelbewust gewerkt aan stichting van nieuwe gemeenten. Ze gingen met het evangelie de straten op, de wijken en netwerken in. De nieuwe gelovigen die daaruit voortkwamen, vormden een nieuwe gemeente.
Belangrijkste gedachte hierachter was, dat je door meer gemeenten met uiteenlopende culturen meer mensen met het evangelie kunt bereiken.
Voor mij compleet nieuw. Later ontdekte ik dat het wel meeviel met die nieuwigheid. Want leef je in een land waar voornamelijk niet-christenen wonen (zoals ook Nederland), dan leef je in een zendingsgebied. En wat doen zendelingen? Die stichten nieuwe gemeenten, Paulus voorop. Toch was het voor mij een belangrijke verandering in denken.

Om je heen
De zesde verandering was ook een fundamentele. Waar ik eerder ontdekte dat God ook mij op het oog had, ontdekte ik nu dat hij zelfs heel prakde wereld op het oog heeft. Hij richt zich niet alleen op de christelijke gemeente, maar op de hele wereld en in het bijzonder op de komst van zijn koninkrijk in die wereld! Een buitengewoon stimulerende tekst vind ik het bericht van Jeremia aan de ballingen in Babel. Die zouden het liefst zo snel mogelijk een enkeltje Jeruzalem kopen, maar Jeremia (hfd. 29) daagt hen uit hun focus te verleggen. Ga niet navelstaren en isoleer jezelf daar in Babel níet, schrijft hij. Integendeel, 'bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.' Want de bloei van de stad is ook jullie bloei… Pas dat eens toe op de gemeente waar je bij hoort. U en ik kunnen naar die gemeente blijven kijken en daar het beste voor zoeken.
Maar voor je het weet ga je navelstaren en isoleer je jezelf. Doe dat niet!
Kijk naar het dorp, de regio, de stad waarin je bent gevestigd en zoek de bloei van dat dorp, van die regio, van die stad. En kijk wat er dan gebeurt!
Als gemeente lift je dan als het ware mee, want 'de bloei van de stad is ook jullie bloei'. Voor mij is de consequentie, dat ik niet zozeer streef naar een visie op de gemeente, maar allereerst naar een visie op de stad. En ik vertrouw op de belofte in de Bijbel, dat de gemeente in die stad een middel zal zijn om de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend te maken aan die stad (Ef. 3:10).

Geen doe-het-zelver
Zeven, tenslotte. De geweldige ontdekking dat je het niet zelf hoeft te doen. Dat het evangelie kracht heeft.
In 2001 werd ik predikant in een Amsterdamse gemeente die op sterven na dood was. Mijn taak was te zorgen voor een heropleving.
Maar dat kan geen mens, ik zeker niet. Ik begon mijn werk met Romeinen 1:16: 'Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven.' Het evangelie gééft niet alleen kracht, het evangelie ís een kracht.
Een reddende kracht. Voor mij. Voor jou. Je hoeft het niet zelf tedoen.
Samengevat: hoe kom je tot een vrijmoedig en geloofwaardig getuigenis?
Hoe verander je als mens van gesloten in open? Ik heb ontdekt: (1) Een persoonlijk geloof is de basis.
(2) Begin vóór je alles op een rijtje hebt. (3) Kijk om je heen en zie: het kan. (4) Wees betrokken op de eer van God en zíjn plan met deze wereld. (5) Denk out of the box, met naast gemeentegroei ook gemeentestichting.
(6) Zoek niet slechts de bloei van je gemeente, maar zoek de bloei van de plaats waar je leeft.
(7) Allerbelangrijkst: geloof in de kracht van het evangelie zelf. Deze veranderingen hebben mij ruimte gegeven.
Ruimte in mijn hart qua vertrouwen, in mijn hoofd qua denken en voor mijn handelen in de dagelijkse prak- tijk. De wereld ligt open. God is aan het werk! Laten we in vertrouwen op Hem meedoen en overal en aan iedereen laten zien en horen wie Jezus Christus is.

Verandering als kerk
De verandering als kerk is ook een praktijkverhaal. Via Nova Amsterdam is een dynamische en creatieve grote-stadsgemeente. De gemeente waarin ik begon is uit een heel diep dal opgeklommen en voor allerlei mensen tot een aantrekkelijke plek geworden. 'Amstelgemeente' heet ze nu en Via Nova is de dochtergemeente.
Werkend in beide gemeenten heb ik grote veranderingen in gemeente-zijn zien voorbijtrekken.
Van een kerk waar in 2001 op zondagochtend veertig overwegend oudere mensen kwamen, zonder predikant, zonder kerkenraad en al zoekend naar een goede manier van opheffing, veranderde de Christelijke Gereformeerde Kerk Am sterdam in een gemeente met aantrekkingskracht en met hoofdzakelijk twintigers en dertigers. Pakweg 120 nieuwe mensen uit allerlei achtergronden (inclusief 'geen kerk') zijn toegetreden. Ik heb de afgelopen paar jaar dertig huwelijken mogen bevestigen. Er zijn net twee baby's geboren, zes vrouwen zijn in verwachting.
Tweemaal per jaar draait een introductiekring voor mensen die overwegen toe te treden. Ik vind het een onvoorstelbaar wonder. Een illustratie ook van de belofte in de Bijbel, dat God niet loslaat wat zijn hand begon!
Er waren ook moeilijke beslissingen, met pijnlijke momenten, met teleurstelling.
Recent zei een van de senioren in de gemeente tegen me: 'Ik ben lid geworden van een nieuwe gemeente.' Hij had lange tijd gedacht dat de gemeente zo'n beetje in hetzelfde spoor zou blijven met hier en daar wat veranderingen in stijl en vorm. Maar eigenlijk alles was veranderd. Dit is typerend voor wat je een 'herplant' kunt noemen: een fundamentele verandering van het gemeente-zijn. Van kern tot rand wordt een nieuwe start gemaakt.
Enkele voorbeelden uit de Amsterdamse situatie:
- Een sterke focus op Jezus Christus en de kracht van zijn boodschap.
We zijn begonnen met het Markus-evangelie. Twintig weken lang lazen we daar 's zondags uit, met twee vragen centraal: Wie is Jezus? en Wat heeft Jezus gedaan?
- In alle onderdelen van het gemeente-
zijn een gerichtheid op christenen en niet-christenen. Geen jargon in de preken, niet ervan uitgaan dat men er de vorige zondag ook was, niet veronderstellen dat Bijbelse figuren bekend zijn, toepassingen in de preken maken naar mensen die al christen zijn én naar mensen die dat niet zijn.
- Een positieve gerichtheid op de stad. Ons mission statement is: 'Diepe vrede in kleurrijk Amsterdam'. En we hopen zelf in die diepe vrede te delen.
- Terug naar een elementaire gemeenschap, met zondagse samenkomsten voor iedereen; doordeweekse samenkomsten in huiskringen en persoonlijke ontmoetingen.
That's all.
- Brede inzet van gaven. Mannen en vrouwen, gavengericht ingezet bij de opzet van de samenkomsten, de presentatie ervan, de muziek en liederen, tot en met de leiding van de gemeente aan toe.
- Investeren uit de reserves. Misschien wel bijzonder: je geld opmaken zonder te weten of je over een paar jaar nog rond kunt komen. We hebben dat gedaan in de gelovige verwachting dat er uiteindelijk weer een vitale gemeente zou zijn.
Onze zekerheid zochten we niet in een bankrekening, maar in God en zijn beloften.
- De laatste stap van de herplant hebben we volgens mij eind 2006 genomen, toen we verhuisden van Amsterdam-Zuid naar Amsterdam-Centrum-Oost, omdat we later wilden beginnen met de zondagse samenkomsten. Zodoende is het daarom beter te spreken van de Amstelgemeente als jonge christelijke gemeente in Amsterdam.

Via Nova
Uit de Amstelgemeente kwam de nieuwe gemeente Via Nova ('nieuwe weg') voort. De visie is, dat groei van de bestaande gemeente én stichting van nieuwe gemeenten het evangelie een grotere impact op de stad geeft.
In 2002 werd een missionair team ingericht en ik heb er versteld van gestaan hoeveel mensen plotseling voor die visie aan het werk wilden.
Het team deed onderzoek, zocht een doelgroep uit, leerde die met onder meer diepte-interviews kennen en begon uiteindelijk een verbinding tot stand te brengen tussen het evangelie en die groep mensen. De drie belangrijkste initiatieven zijn: - Vrijwilligerswerk. Amsterdammers wilden wel iets voor de stad doen, mits ze ongebonden konden blijven.
Via stichting Present helpen wij hen zich in te zetten op een door hen gewenst tijdstip. Onze overtuiging is, dat ook God denkt in termen van woord én daad.
- Gesprekskringen over het geloof, die uitgroeiden tot een reeks oriëntatieavonden, waarin gesprekken met allerlei niet-christenen zijn verwerkt.
Dit initiatief is het beste voorbeeld van wat we noemen: contextualisatie. Met het evangelie aansluiten bij het denken van de mensen die je wilt bereiken, zodat ze uiteindelijk gaan zien wie Jezus is. Hopelijk.
- Samenkomsten sinds Pasen 2006 op zondagmiddag om vijf uur in de Vondelkerk in Amsterdam-Oud-West. Gedachte: de mensen die we willen bereiken slapen eerst uit.
Dan brunchen. Dan sporten. 's Avonds niet te laat naar bed, omdat maandag de wekker weer vroeg gaat. Kortom, vijf uur 's middags, de beste tijd. Het zijn samenkomsten met veel aandacht voor creativiteit, cultuur, muziek en interactie. En een open Bijbel.

Ruim 45 mensen zijn formeel 'deelnemer' aan Via Nova. Altijd zijn er in de samenkomsten ook wel mensen zonder kerkelijke achtergrond. Ik heb goede hoop binnenkort twee van hen te mogen dopen. Lang niet alles loopt voortreffelijk en het blijft zoeken naar de juiste weg, maar het is een feest om het mee te maken! Onthoud dit: er is hoop voor deze wereld, want die is van Christus. Alles mag veranderen, bij mensen persoonlijk en in de kerk. Het gaat immers om Christus en zijn koninkrijk. Het mag niet alleen, het kan bovendien. Denk daarbij aan Jezus' geweldige belofte en opdracht, vlak na zijn opstanding (Johannes 20:21): 'Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.
Ontvang de heilige Geest…'

Siebrand Wierda is als voorganger verbonden aan de Amstelgemeente en Via Nova in Amsterdam.

Dit artikel is een samenvatting van de toespraak van Siebrand Wierda, die hij tijdens de Ontmoetingsdag hield.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief