De exegese van Rom. 11:25-26 (I 2)

1984-01-20
  • Jaargang 28
  • nummer 3
Nu zal men vragen: maar hoe weet ik nu, dat op een bepaalde plaats met 'houioos' 'daarna' is bedoeld, en niet 'zo'?

Wel, er kunnen zich zeker twijfelgevallen voordoen. Maar om te beginnen suggereert vaak de context, wat de bedoeling is. Zo staat b.v. in de NBG-vertaling van Hand. 7 : 8 "En Hij (God) gaf hem (Abraham) het verbond der besnijdenis; en aldus verwekte hij Izak, en besneed hem op de achtste dag".
Maar ieder ziet, dunkt mij, dat de tekst geen enkele aanwijzing geeft over de wijze waarop Abraham Izak verwekte, maar wèl over de tijd, nl. na de instelling van het verbond der besnijdenis! Pas toen God Abraham in het teken van de besnijdenis had duidelijk gemaakt, dat Hij alleen verstopte bronnen opent, stelde Hij den verstorven Abraham in staat Izak te verwekken (vgl. Rom, 4 : 19). Men moet dus niet vertalen "en aldus", maar "en daarna pas". 9) Wie de pas besproken teksten uit Thucydides, Plato en Xenophon nog voor de aandacht heeft, zal mij, denk ik, toestemmen, dat het ook in Hand. 27: 17 (waar door Lucas nog eens de klassieke constructie - ptc. aor. + vf. - is gebruikt) toch wel zal gaan om een weloverwogen volgorde in de handelingen: pas na het tuig te hebben neergehaald, durft de bemanning zich verder te laten drijven.
Iets merkwaardigs is er aan de hand met 1 Cor. 11 : 28. De opstellers van het avondmaalsformulier zeggen na het citeren van de verzen 23-29 m.i. terecht, dat het nodig is, "dat wij ons tevoren recht beproeven". Toch heeft men het pas veel later aangedurfd dan ook maar te vertalen "men moet zichzelf onderzoeken, en eerst dan
van het brood eten en uit de beker drinken". 10) Apart wil ik ook stilstaan bij Opb, 9 : 16, 17, waar bovendien de versindeling m.i. het recht begrip in de weg heeft gestaan. Men moet na de woorden "En het getal der legerscharen van de ruiterij was tweemaal tienduizend tienduizendtallen"
een punt zetten. Zonder voegwoord begint dan nl. een nieuwe zin, bestaande uit twee door 'kai houtoos' aan elkaar geregen persoonsvormen (die door onze versindeling uit elkaar zijn gerukt): "ik hoonde" en "ik zag". Hier moet men, dacht ik, vertalen: "Eerst hoorde ik hun aantal, en toen pas kreeg ik de paarden en hun berijders ook te zien 11). Er is hier m.i. nl. een duidelijke parallel met het begin van dit laatste bijbelboek, t.w. 1 : 10-12. Ook daar krijgt Johannes eerst achter zich een stem te horen. Pas als daardoor zijn aandacht is getrokken en hij zich heeft omgekeerd, krijgt hij degene die tot hem sprak ook te zien.” In de pas besproken teksten was het steeds nog een kwestie van 'proeven' wat de context suggereert.
Daarnaast zijn er ook gevallen waarin de context uitdrukkelijk aangeeft, dat een volgorde van gebeurtenissen is bedoeld. Dan is misverstand dus uitgesloten. Behalve met de middelen die ik boven al noemde, doet men dat vooral op de volgende' twee manieren:

A. Door bij de eerste handeling het woord 'eerst' of 'eerder' (wij vertalen in het laatste geval liever 'vooraf') te zetten. Een aantal voorbeelden uit de scholia op de Basilica:

1. BS 583, 2 - 12) "Want eerst moet men ... het er over eens worden, dat hij eigenaar is, en dan pas moet tussen de twee eigenaren de actie 'communi dividundo' worden ingesteld".
2. BS 653, 5 (bij het faillissement van een bankier genieten bepaalde schuldeisers voorrang, zo is uiteengezet) "Want altijd moet in eerster instantie dié som (die nl. aan zulke eisers-met-voorrang is verschuldigd) worden gereserveerd, en dan pas moet men de rest van het vermogen van den bankier bekijken".
3. BS 846, 21 "Als met de actie over eigendom ook de kwestie van bezit is verbonden, moet vooraf die kwestie van bezit worden uitgezocht, en daarna voor denzelfden rechter het punt van de eigendom worden onderzocht".

In deze groep hoort ook een tekst uit het NT thuis, nl. 1 Thess. 4 : 16, 17 waar de reeks van in een bepaalde volgorde verlopende gebeurtenissen nu eens niet uit twee maar uit drie bestaat, De Thessalonicensen dachten blijkbaar, dat bij Christus' wederkomst de dan nog levende gelovigen aanstonds met hun Heer verenigd zouden worden. En nu waren ze begaan met hen die vooraf door de dood uit hun midden heengingen, omdat dezen dit grote gebeuren zouden mislopen. Dan zegt Paulus: Nee, maar "... de doden-in-Christus zullen eerst opstaan, daarna zullen wij levenden, die achterbleven met hen in wolken snel worde~ meegevoerd de lucht in om den Heer te ontmoeten; en dan pas zullen wij altijd met den Heer zijn".

B. Door de eerste handeling aan een termijn te binden. Weer eerst een voorbeeld uit de scholia op de Basilica: BS 1768, 24 (over de indiening van een verzoek tot verkoop van een pand bij niet-betaling van de schuld) "Wij willen, dat na de indiening van het verzoek bij de rechtbank door de ene partij en de 'diamarturia' (d.i, het voor-geding waarbij de ontvankelijkheid van de zaak kon worden bestreden) een termijn van twee jaar verstrijkt, en daarna kan het pand zonder bezwaar worden verkocht".
In deze groep hoort thuis Hand. 20 : 11: Paulus ging na de opwekking van Eutychus weer naar boven "en na het brood gebroken en gegeten te hebben, en na nog geruime tijd met hen gesproken te hebben tot de morgen, vertrok hij vervolgens". 13) (Hier weer de klassieke constructie: ptc. aor. + vf.) En hier hoort eveneens thuis Rom. 11 : 25, 26, waar immers de toestand van verharding van een deel der Joden gehouden wordt aan de termijn "tot (de tijd) dat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan".
Hier is dezelfde praepositie gebruikt als in Hand. 20: 11. (Het enige verschil is, dat hier niet de klassieke, maar de laat-
Griekse constructie voorkomt.) Men moet dus ook hier vertalen: "en daarna zal heel Israël gered worden".
Laat de tekst zo al niets aan duidelijkheid te wensen over, er komt nog een stilistisch trekje bij dat nog eens extra onderstreept, dat men hier in 'kai houtoos' meteen tijdsbepaling te maken heeft. Wie zich ooit verdiept heeft in stijlmiddelen, zal mogelijk wel eens de term 'chiasma' zijn tegengekomen.
Daarmee duidt men aan de 'kruisstelling' 14) van twee paren van op elkaar corresponderende elementen. Een voorbeeld: als we in Mt, 7 : 6 lezen
a) "Geeft het heilige niet aan de honden
b) en gooit. uw parels niet voor de varkens;
b’) anders zouden ze ze maar met hun poten vertrappen
a') of zich omkeren en u verscheuren", dan zien we, dat wat in de dreiging het laatst komt ("zich omkeren en u verscheuren") slaat op wat in het verbod het eerst is genoemd ("geeft het heilige niet aan de honden"); terwijl op het laatste verbod ("en gooit ... ") betrekking heeft wat in de eerste dreiging staat ("anders ... vertrappen").
Nóg een voorbeeld, ditmaal van kleiner formaat, nl. 1 Cor. 4 : 10b
a) "Wij zijn zwak,
b) gij sterk;
b') gij in aanzien,
a') wij niet in tel".
In de literatuur van vele talen kan men zonder veel moeite tal van voorbeelden van deze stijlfiguur vinden.
Bij deze kruisgewijze opsteIIing heeft men dus de volgorde a/b/b'/a'.
Nu kan men zo'n 'omgekeerde parallelie' ook uitbreiden tot drie termen, waarbij men dus dit beeld krijgt: a/b/c/c'/b'/a'. Een voorbeeld vindt men bij Paulus in Rom.
12 : 17 (waarbij ik de Griekse tekst iets letterlijker weergeef dan in onze vertalingen gebeurt):
a) "niemand
b)kwaad met kwaad
c) vergeldend,
c') bedacht zijnde op
b') het goede a') tegenover alle mensen".
Nog een voorbeeld uit Paulus, Rom. 14: 11. Ofschoon het hier een aanhaling uit het OT betreft (Jes. 45 : 23), zullen we toch het chiasme op Paulus' eigen rekening mogen schrijven. De septuagint (d.i. de Griekse vertaling van het OT) heeft nl. een andere woordorde.
Paulus ordent dan deze tekst aldus:
a) "Voor Mij
b) zal buigen
c) elke knie;
c') elke tong
b') zal belijden
a') God".
Welnu, zo'n drieledig chiasme vinden we nu ook in Rom. 11 : 25,26:
a) verharding
b) voor een deel over Israël,
c) totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan;
c') daarna
b') heel Israël
a') zal gered worden.
Zoals 'verharding' staat tegenover 'redding' en 'Israël deels' tegenover Israël geheel', zo staat 'houtoos' tegenover de tijdsbepaling 'totdat .. .', en moet daarom als tijdsbepaling ('dan', 'vervolgens') worden opgevat.
Ik hoop, dat het drs De Jong nu duidelijk is geworden, dat ik niet den Heere sta af te dwingen, dat Hij als besluit van het wereldtoneel nog een stunt met de Joden zal uithalen, maar dat ik in Zijn geopenbaarde Woord tegen glasheldere en glasharde taalkundige gegevens oploop, en niet zie, hoe ik met een goed filologengeweten daar omheen kan. Misschien ziet hij die uitweg wel. Laat hij ons die dan wijzen. Maar laat hij ophouden ons onzuivere motieven toe te dichten.
In een volgend artikel hoop ik de exegese die dj. van deze tekst geeft, eens critisch te bekijken. Daarbij zal zich als vanzelf de gelegenheid voordoen nog enkele aanvullende opmerkingen te maken.


9) Van de door mij geraadpleegde Nederlandse vertalingen heeft alleen de Canisius hier een juiste weergave: ..Toen kreeg hij Isaäk". (Ik neem tenminste aan, dat in de Leidse Vertaling Abraham verwerkte dan Izaäk" het 'dan' toonloos Is bedoeld, gezien de plaatsing.) Het is leerzaam eens na te gaan, hoe - behalve dat de Lutherse Vert. het woord In kwestie maar onder de tafel heeft gewerkt - verschillende andere vertalers kennelijk met deze tekst zo omhoog hebben gezeten, dat ze tot een onverantwoorde ingreep hun toevlucht hebben genomen, door nl. het eerste boordwerkwoord dat na 'toen pas' volgt, maar in een bijzin weg te drukken: Anne de Vries, Het NT in de taal van onze tijd 13 1968, blz. 233 en zo werd Izaäk de zoon die Abraham kreeg, op de achtste dag na zijn geboorte besneden"; de Friese Vert. (1978) "sadwaande hat Abraham, doe't er in soan Izaäk krige, dy de achtste deis besnien'": Groot Nieuws Bijbel (1983) "zo heeft Abraham zijn zoon Izaäk besneden, acht dagen na zijn geboorte".

10) Zo - met lichte variatie - de vert. Brouwer, de Canis., de NBG, en de Will. zakelijk juist, maar vrijer, ook Anne de Vries en Gr. Nieuws.

11) Men zou zich kunnen afvragen, of deze volgorde niet opzettelijk (met het oog op de in dit boek volgende gezichten) de praevalentie van de woordopenbaring accentueert. (De godsdienst van Israël en van ons is er Immers allereerst een van horen, en dan pas van zien, vs. Deut. 4 : 12; 6 : 3, 4; Joh. 20 : 29). Opvallend is in dit verband ook het stereotype besluit van elk der zeven brieven (die aan de gezichten voorafgaan!!): "Wie een oor heeft die hore", 2 : 7, 11, 17, 29; 3 : 6, 13.22.

12) Met BS duiden wij aan de scholiareeks (series B) van onze nieuwe Basilica-editie, Baelldcorum libri LX, edid, H. J. Scheltema, D. Holwerda N. van der Wal, Groningen 1953-... (tot dusver 8 delen, waarvan het laatste verscheen in 1982).

13) "toen vertrok hij" alleen Canis. “Alzo" Stat. vert. en Luth. “Zo" NBG.
In de overige vijf door mij gecontroleerde Nederl. vert. (Leidse, Brouwer. Will., dVr., Gr.Nws) komt het bewuste woord niet tot uitdrukking; evenals in de Friese.

14) De Griekse letter chl heeft nl. de vorm van een kruis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief