Pastorale notities
1984-01-20
Vorige week stond er "Laban" boven dit rubriekje. Nu draaien we de naam lom. Want van het één komt het ander: vorige week vertelde ik iets uit de geschiedenis van de “Kruisgezinden" en toen moest ik denken aan een prachtig verhaal, dat dr F. L. Bos vertelt in zijn boek: "Kruisdominees", Dat boek moet u eens lezen. Er is ook een vervolg op: "Kruisdragers"; Kok in Kampen heeft beide boeken uitgegeven.- Jaargang 28
- nummer 3
Het gaat dan o.m. over ds C. v. d.Oever, een groot man in die kring, maar zijn huwelijk is geen succes.
Op een dag preekt hij sterk autobiografisch; hij kan heel z'n hart erin leggen, als hij in vlammende woorden schildert, hoe achterdochtig een vrouw kan zijn, hoe veeleisend, hoe weinig toeschietelijk en inschikkelijk. Hij wil wel alle mannen troosten, die een zwaar kruis te dragen hebben, zoals ook hij, en hij kan inderdaad alle mannen met een lastig "wijf" de troost meegeven, dat God al die wijven wegrapen zal en dan zullende verdrukten bevrijd zijn.
Op dat moment roept Kaatje v. d. Bil uit Schiedam en huisvrouw van ds v.d. Oever met snerpende stem door de kerk: "Dat zou je wel willen, lelijke smeerlap!".
Zo heeft Abigail ook in het openbaar haar man voor een dwaas uitgemaakt. Nabal heet hij en een dwaas is hij.
In heel wat verhevener situaties zijn andersoortige interrupties in de kerk gehoord: in de jaren vóór de doleantie (1886) kwam het in Amsterdam enkele malen voor,dat de ouderling van dienst meteen na de preek tot de gemeente riep, dat de preek die "deze predikant zojuist gehouden heeft, niet uit God maar uit de duivel is" of woorden van dergelijke strekking.
In een gemeente, waarin slechts weinigen van de belijdende leden avondmaal vieren, sprak de predikant "nodigend" en toen stond er iemand op,die luid riep: "Dominee, van u zou ik dus mogen aangaan, maar als ik het deed, wat zouden zij dan zeggen?" waarbij hij naar de ouderlingen wees.
Toen de Here Jezus in een synagoge sprak, begon er iemand te roepen die een onreine geest had.
Die man had zich waarschijnlijk altijd koest gehouden als de plaatselijke rabbi preekte. Toen Jezus sprak, kon hij niet stil blijven.
Niemand, geen dominee en geen gemeente, zit te wachten op interrupties tijdens of na de preek. We zijn daar niet op ingesteld en 't is niet altijd goed, als er iets geroepen wordt, Maar er is tussen prediker en luisteraar wél een raakpunt geweest. Wat gezegd werd, sloeg in als de bliksem en daar twijfel je wel eens aan, tijdens een kerkdienst: of het wel ergens iemand raakt.