Monocultuur en monorail

1984-01-20
  • Jaargang 28
  • nummer 3
Ds Van den Berg heeft in zijn drie artikelen “Bezinning op de ambten" een gedachten wisseling op gang willen brengen over deze zaak.
Graag wil ik proberen om daarin een steentje bij te dragen omdat ik vind dat deze zaak zeker de aandacht verdient.
Bovendien ben ik van mening dat een blad als Opbouw een betere plaats is voor een gedachtenwisseling dan een Landelijke Vergadering.
In die omgeving krijgen argumenten pro en contra een heel ander gewicht.
Zo wil ik graag reageren op die artikelen, niet als op een officieel document van de kerkeraad van Groningen-Zuid, maar als op de mening van ds Van den Berg. Het maakt het gesprek wat gemakkelijker.

Geen overbodige luxe
De bezinning op de ambten is door ds Van den Berg toegespitst op dat van de predikant. Het is niet zijn bedoeling om het predikantschap af te schaffen - die aparte vermelding was niet helemaal overbodig - maar om het exelusieve ervan, de monocultuur, wat nader te bezien.
En zeker voor onze kerken is het niet overbodig dat daar over na wordt gedacht.
Er zijn nogal wat kleinere gemeenten zonder predikant, die daardoor vacant zijn. Die moeten leven met een
leegte, omdat ze niemand hebben, die bevoegd is om de sacramenten te bedienen of een huwelijk te bevestigen, en noem de dingen maar op die altijd alleen door een predikant worden gedaan. Het is een reëel probleem.
En je kunt je inderdaad afvragen of een gemeente met 'minder zegen' naar huis gaat wanneer het een leesdienst was en de ouderling niet gerechtigd was om te zeggen: "de Here zegene u ... ".
Deze zaak is des te pijnlijker zoals ds Van den Berg, tot de conclusie komt dat daar op grond van bijbelstudie geen enkele reden toe is.
Blijkbaar is dit in de loop van de historie ontspoord en zitten wij nu met de brokken, zó dat het historisch geword ene het kerkelijk leven van nu frustreert.

Monorail
Niet alleen als het gaat om de ambten hebben velen het gevoel dat het verleden, het historisch gewordene, de deur naar de toekomst dicht doet. We zitten maar al te vaak met ons verleden. Daarom heeft die verlegenheid met het predikantschap zeker ook een verwantschap met algemene, maatschappelijke problemen.
De situatie rond de etnische minderheden nu is vanuit het verleden zo tot ons gekomen. Sommigen hebben een heel radikale oplossing voor dit probleem. Het is de vraag of het een oplossing is.
Het geldt niet minder voor het gegeven van de kernwapens. De situatie van vandaag is vanuit de historie bepaald. Heel duidelijk heb je hier 'het gevoel dat het verleden - de beslissingen die eens genomen zijn - de weg naar de toekomst blokkeert.
VeIen hebben te kennen gegeven zonder verleden te willen leven en alleen aan de toekomst te willen denken, alsof er geen gisteren was.
Zij dragen een heel radikale oplossing aan: desnoods eenzijdig ontwapenen.
Nog een voorbeeld wil ik noemen waarin het verleden het heden blijkbaar in de weg staat.
In de nieuwsbrief van de S.E.H. schrijft ds Rietkerk dat de Jeruzalem-kerk "... op haar naambord geen verdere aanduiding beeft van het 'genootschap' aan wie ze toebehoort ... " En even verder schrijft hij: "dit gebrek is tegelijk een kans ... " En daarmee bedoelt ds Rietkerk, dat het verleden van onze kerken de presentatie in de maatschappij heel duidelijk in de weg staat, Een probleem dat ik herken, Het was voor mij dan ook een hele opluchting - en daarmee was ik niet de enige - dat we op een gegeven moment gingen heten de Ned. Geref. Kerken. Daarmee was dat ellendige 'geref. vrijgemaakt buiten verband' verleden tijd. Die lange ellendige naam hoefde niet meer, en je verslikte je niet meer zo gauw in een gesprek met een buitenkerkelijk iemand. Maar het is de vraag of met die nieuwe naam het probleem is opgelost. Als iemand nu vraagt: 'wat voor kerk zijn jullie dan' kan ik dan om het verleden heen? En moet dat?
Laatst vroeg mij iemand in het groningse, nadat de naam Ned. Geref. hem niets zei, of ik soms hoorde bij die mensen van de Tehuisgemeente in Groningen. Als breed geöriënteerd buitenkerkelijke had hij daar wèl van gehoord.
Kun je daarom maar niet beter een geschonden gezicht hebben, dan geen gezicht?
Misschien dat wij juist tegenover de maatschappij, die aan alle kanten vastzit door het verleden, de opdracht hebben om voor te gaan in het leven met een verleden. Dat je aan de ene kant het verleiden als 'gegeven' accepteert, en aan de andere kant met dit gegeven aan het werk gaat. Een opgave vanuit het verleden aangereikt, niet om weg te werken of te negeren, maar om er mee te werken. Radikale oplossingen zijn geen eohte oplossingen (bijv. L.K.V. en de Centrumpartij).
Juist tegen de achtergrond van een verleden krijgen woorden als 'genade en vrede' veel meer reliëf, en misschien zelfs een nieuwe kans, voor de dagelijks praktijk. Want wie heeft nu niet een verleden?
En wie zou soms niet wensen, dat hij in het verleden de dingen anders gedaan had, maar door de genade mag je in de Heer met het verleden aan de gang gaan, zonder dat het de weg naar de toekomst volledig blokkeert. Heeft dat niet te maken met Gods vrede?
Daarom vind ik dat ds Van den Berg te vlug afscheid neemt van het historisch gegevene, en het gereformeerde te gemakkelijk uitspeelt tegen wat 'bijbels' heet. Het woord 'bijbels' wordt vaak gebruikt als een term die aangeeft dat je geen dogmatisch vooroordeel hebt.
Dat je a.h.w. spreekt met een blanco strafregister, zonder verleden, nadat je eerst met nog onbedorven oren hebt geluisterd. Maar, en dat bedoel ik niet speciaal als een verwijt aan ds Van den Berg, is 'bijbels' wel zo bijbels? Neem je in ieder geval niet je zelf mee, je eigen verleden, je eigen cultuur etc. in het luisteren naar de Schrift?
Het woord 'bijbels' is m.i. daarom haast een positivistische term.
Zo onbevooroordeeld zijn we niet als we luisteren naar of lezen in de Schrift.
De boodschap van de Schrift komt altijd via twee sporen tot ons, vanuit de traditie, zoals het ons is overgeleverd door ouders, leerkrachten of catecheten dus onze hele kerkelijke omgeving, èn door de direkte ontmoeting met de Schrift.
Beide sporen zijn er. Je kunt de zaak: daarom niet over een monorail laten lopen. Alleen, de vraag is, hoe die twee sporen zich tot elkaar verhouden. Dat is naar mijn mening ook de achterliggende vraag bij de artikelen van ds Van den Berg. Ik denk dat ook in de tijd van de reformatie, zelfs bij het 'Sola Scriptura', men de zaak over één spoor heeft willen laten lopen. Voor zover ik weet was dat meer de houding van de Dopersen en de Radikalen. De Reformatie heeft dan ook positie moeten kiezen ten opzichte van Rome, waarin alles liep over het spoor van het historisch gewordene, waar de traditie alles was, èn de Dopersen, voor wie de traditie niets betekende of om het lijf had.
Ds Van den Berg gaat wel in op de relatie tussen de gereformeerde traditie en Rome, maar niet op die van de gereformeerde en de Dopersen en Radikalen. En juist die tweede lijn, of dat tweede front, is vandaag erg interessant, omdat ook bij onze kerken niet zozeer bet roomse clericale, maar wel het doperse radikale zijn invloed heeft. Ik hoop hier nog op terug te komen.

Gereformeerd
Ds Van den Berg gebruikt de woorden reformatorisch en gereformeerd.
Ik weet niet of er verschil tussen is, ik denk het haast wel. Refomatorische wordt, voor zover ik kan nagaan, gebruikt om aan te geven dat men wil gaan in het spoor van de reformatie zonder zich daarbij al te zeer vast te leggen op historische gegevens in de vorm van belijdenisgeschriften, Of het woord reformatorisch wordt gebruikt als een min of meer fundamentalistische positiebepaling (vgl. het basisprogram van het R.P.F.). In de artikelen van ds Van den Berg heb ik het woord 'reformatorisch' gelezen als een synoniem voor 'gereformeerd'.
Telkens had ik de neiging om aan ds Van den Berg te vragen of hij hier een reëel beeld geeft van wat gereformeerd is en de reformatorische traditie. Waarom die citaten uit Bouwman, Trimp, Huh en Hendriks? Zijn ze zo representatief voor wat je gereformeerd kunt noemen dat met bun eventuele falen de hele gereformeerde traditie valt?
Bovendien vroeg ik me af of het gereformeerde wel zo statisch is, als je uit de artikelen van ds Van den Berg zou kunnen opmaken.
Zeiden de ouden niet: "Reformata . .. èn " ... semper reformanda ... " (gereformeerd, èn altijd gereformeerd moeten wórden ... ).
Ik proef bij hen duidelijk een openheid t.o.v. verandering, in de vorm van correctie uit de Schrift.
Dus ook in de bezinning op de ambten maar ook met oog voor wat historisch gegroeid is.
Ten aanzien van het predikantschap vraag ik me af of het zo eenvoudig en zo doorzichtig is ontstaan als ds Van den Berg suggereert. Ik denk dat het ontstaan van deze 'monocultuur' - in eerste instantie zeker - meer inhoudelijk dan formeel bepaald is geweest.
Dit in tegenstelling tot de suggestie van ds Van den Berg.

Sacramenten
Tot slot wil ik graag nog een vraag stellen bij de manier waarop ds Van den Berg het artikel van Bornkamm in TWNT s.v. mustèrion plaatst tegenover het handhaven van het woord 'sacrament' binnen de gereformeerde traditie.
" ... In de mysteriereligies waren sacramenten heilige handelingen en riten waardoor het heil en de verlossing tegenwoordig gesteld werden ... ex opere operato ... ".
Deze visie zou bepalend zijn geworden voor de roomse sacramentsleet.
De Reformatie doorbrak op een wezenlijk punt deze sacramentsleer, maar bleef doop en avondmaal wel 'sacramenten' noemen. Ds Van den Berg schrijft dan: "Helaas bleef men ze desondanks toch sacramenten noemen en bepaalde men, dat ze uitsluitend voltrokken mochten worden door speciaal daarvoor gewijde en geautoriseerde figuren i.c. de predikant ... " (cursief van W.H.L.) Hoewel ds Van den Berg de zaak waar het om gaat zo heel duidelijk naar voren brengt, vraag ik me af of hij hem zo juist stelt.
Naar mijn mening leefde onder de reformatoren deze gedachte niet, en dachten zij, i.c. Calvijn, bij het woord sacrament méér aan de soldateneed met de belofte van trouw aan het vaandel, dan aan wat Bornkamm noemt i.v.m. de mysterie religies.
Als dat zo is wordt het wat moeilijk en bedenkelijk als ds Van den Berg regelmatig stelt dat de predikant het sacrament voltrekt als een daartoe gewijd figuur. Ik denk, dat hij zo geen recht doet aan de wijze waarop in de historie de zaken hun beslag hebben gekregen. Ais argument is bet m.i. zeker niet te handhaven.
Graag wil ik een volgende keer proberen nader in te gaan op de inhoud van de artikelen van ds Van den Berg, omdat ik denk dat alleen twee sporen het geheel kunnen dragen, en recht doen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief