Leven in negentienvierentachtig
1984-01-20
Menselijke wezens, die elke hoeveelheid lichamelijke pressie kunnen uithouden, bestaan niet. Ik heb er nooit één gezien.- Jaargang 28
- nummer 3
De ervaringen tonen me dat de weerstand van het menselijk zenuwstelsel door de natuur begrensd is.
Ondervrager Gletkin in Nacht in de Middag, 122.
Slapeloosheid, een factor waarvan de Middeleeuwen de waarde helemaal niet hebben ingezien: die Middeleeuwen wisten nog met van de smalte van het gebied, waarbinnen de mens zijn persoonlijkheid nog bewaart.
Solsenitsy, Goelag Archipel 1,101.
“Het spel met de gehechtheid aan iemands naaste kring ... is zelfs de effectiefste vorm van intimidatie, met die gehechtheid aan zyn naaste kring kan men een onverschrokken mens nog wel breken."
Solsenitsyn, Goelag Archipel 1,96.
Op jezelf staan
Een mens, die vanwege geestelijke en morele zelfstandigheid door een regime wordt opgepakt, mag die zelfstandigheid niet prijsgeven.
Niet op het moment van arrestatie, als zijn of haar wereld lijkt ineen te storten. Niet op het moment dat hij of zij de gevangenis binnenstapt, Dan komt die tijd van verhorenen in bijna alle gevallen van veroordeeld worden. In die eerste fase wordt alles uit je geperst wat er maar mogelijkerwijs in kan zitten en soms nog méér! In de tweede - veel langere fase - is er soms dat verlammende gevoel van leegte. In de eerste fase is er de lichamelijke ondermijning en de geestelijke slijtageslag. In de tweede, de innerlijke uitholling en het tergend langzaam voorbijgaan van de dagen; ook daar "bet stille sterven". Wij bekijken hier drie dingen die vooral met het verhoor te maken hebben.
1.Nooit meer slapen
Weinig aspekten van het verhoor duiken zo vaak in de literatuur op als het slaaptekort. De gevangene mag zich niet ontspannen, niet slapen; zijn of haar gedachtenpatronen moeten stelselmatig worden ontrafeld, logische (of verdorven) konsekwentles moeten worden getrokken. Schuld moet worden ingezien. Of in elk geval erkend. Tot dat moment slaap je niet.
Temidden van de 31 verschillende vormen van kwelling die Solsenitsyn beschrijft (G.A. I, pp. 94-104) - op p. 115 noemt hij overigens het getal van 52 - neemt het onthouden van slaap de belangrijkste plaats in. "Men mag wel zeggen dat slapeloosheid het universele middel bij de Organen was geworden ... " (101). Ter toelichting:
"Slapeloosheid, een factor waarvan de Middeleeuwen de waarde helemaal niet hebben ingezien: die Middeleeuwen wisten nog niet van de smalte van het gebied waarbinnen de mens zijn persoonlijkheid nog bewaart. Slapeloosheid (en dan nog gekoppeld aan langdurig staan of knielen, aan dorst, aan hel licht, angst en onzekerheid . .. daarbij verzinken jullie folteringen toch in het niet?)"
(G.A. I, 100). "Degene wiens zaak onder behandeling is, heeft ten minste vijf volle dagen per week geen tijd om te slapen ... " (101).
Dezelfde onthouding van slaap speelt ook een belangrijke rol in het verhaal van Koestler, Nacht in de Middag. De bolsjewiek Roebasjow, een partijlid van het eerste uur, is in ongenade gevallen bij "Nummer één". (Het boek verscheen in 1940 en gaat over de beruchte Moskouse Processen, die werden gehouden tussen 1936 en 1939. De hele voormalige communistische top is toen door toedoen van Stalin geliquideerd.
Meestal heeft men zichzelf aangeklaagd wegens misdaden tegen de Partij en het Russische Vaderland.) Steeds opnieuw moet Roebasjow het opnemen tegen zijn ondervrager Gletkin, een man van de nieuwe generatie, die zelf evenzeer de confrontatie met de slapeloosheid aangaat ais hij. Hij moet overigens steeds in een fel licht kijken; de ander hoeft het alleen maar op hem te richten. Het is een uitputtingsslag. Herhaaldelijk lezen we zinnen als "Na acht en veertig uren had Roebasjow elk begrip van dag of nacht verloren."
(249) Of "Na vijf of zes dagen had er een voorval plaats: Roebasjow raakte tijdens het verhoor bewusteloos".
(269) Pas als hij, na feil strijd te hebben geleverd over de precieze formulering van zijn aanklacht, zich aan zes van de zeven beschuldigingen inderdaad schuldig verklaard heeft, komt er rust. "Heb je nog een andere wens?" (vroeg Gletkin) "Te slapen", zei Roebasjow"... "Ik zal bevel geven dat je slaap niet wordt gestoord", zei Gletkin. Toen de deur achter Roebasjow gesloten was, ging hij terug naar het bureau. Gedurende enkele ogenblikken zat hij stil. Daarna belde hij zijn secretaresse. Ze ging op haar gewone plaats zitten. "Ik feliciteer je met je succes, kameraad Gletkin", zei ze. Gietkin stelde de lamp normaal. "Dit", zei hij met een blik op de lamp, "plus gebrek aan slaap en lichamelijke uitputting.
Het is een kwestie van gestel." (281); spelling steeds gemoderniseerd, PJvK).
Ernaar toe leven
Hoe moet je je voorbereiden op slapeloosheid? Wal zal je aankunnen?
Een antwoord hierop valt niet zo gemakkelijk te geven.
Moet je dus onafwendbaar "doorslaan"?
Solsenitsyn merkt op: "Er zijn mensen geweest, ja er zijn van die mensen in '37 geweest, die van het verhoor niet in hun cel zijn teruggekeerd om hun bundeltje te halen. Die de dood hebben verkozen: tegen niemand iets hebben ondertekend." (G.A. I 115) Hij werkt het veroer niet uit. Getuigen van zo'n gebeuren zullen voor altijd hebben gezwegen, vermoed ik.
Ze kijken wel uit ...
Zal ook in die "smalte van het gebied, waarbinnen de mens zijn persoonlijkheid nog berwaart", geen sprake zijn van Goddelijk ingrijpen, van de werking van de Heilige Geest!
Wij weten het niet, maar misschien zal de eeuwigheid het eens onthullen, zij het niet noodzakelijkerwijs aan ons, als wij daar niet rechtstreeks bij betrokken zijn geweest.
Je voorbereiding op zo'n confrontatie is gebed, en leven voor Gods aangezicht, zoals het behoort. En vertrouwen op de belofte van Christus, die alle macht heeft in hemel en op aarde.
2. Geen mens is een eiland
Misschien kunnen we ons echter wèl enigszins voorbereiden op de vraag: wat zou ik doen, als ik werd getroffen in mijn relatie tot vrouw, kinderen, ouders, vrienden?
Stel je voor dat ze worden gemarteld, omdat ik niet toegeef!
Solsenitsyn: liefde voor je naaststaanden is "de effectiefste vorm van intimidatie, met die gehechtheid aan zijn naaste kring kan men een onverschrokken mens nog wel breken. (0, wat een profetische woorden: "de vijanden van een mens zijn zijn huisgenoten"!)".
Dan komen voorbeelden: "die Tartaar die alles had doorstaan - èn zijn eigen pijn èn die van zijn vrouw - maar die het niet meer volhield, toen zijn dochter gepijnigd zou worden."
Of: "Ze dreigen dat ze iedereen zullen vastzetten van wie u houdt.
... Je vrouw is al ingerekend, maar haar verdere lot hangt af van jouw eerlijkheid, Ze zijn haar net aan het verhoren in de kamer ernaast, luister maar! En inderdaad, in de andere kamer klinkt het huilen en gillen van een vrouw" (een plaat of bandopname, maar dat weet je niet).
"Maar dan laten ze je zonder imitatie door de glazen deur zien hoe zij sprakeloos heengaat met verdrietig gebogen hoofd... ja! het is je vrouw! in de gangen van de Veligheidsdienst! Je hebt haar leven vernield met je koppigheid!
Ze is al gearresteerd! (maar ze moest er gewoon verschijnen voor een of andere beuzelachtige formaliteit, ze hebben haar op het afgesproken ogenblik door de gang laten weggaan, maar wel opgedragen: kijk naar de grond, want anders komt u hier niet vandaan!)" (G.A. 1, 96, 97).
Nu al
Moeten wij misschien nu al, als we getrouwd zijn tenminste, met elkaar doorpraten: wat zouden wij doen? Misschien is het intimidatie, is het dreiging die niet op realiteit berust. Wat doen we dan? Maar misschien is het reëel!
En wat dan? Moeten Christenen misschien, als het onheil nadert, ook op dit vlak nadenken wat het betekent: Christus lief te hebben boven alles: Wie vader of moeder liefheeft boven Mij is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij is Mij niet waardig ... (Mattheüs 10: 37).
... En een ieder die huizen of broeder of zuster of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven" (Mattheüs 9: 29). Moeten wij afstand (kunnen) doen, zoals Hannah haar zoon Samuël afstond?
Kan het zijn dat wij, net als Ezechiël, een voorhoofd moeten hebben van diamant, harder dan steen, opdat we niet beangst zijn? (Ezechiël 3: 8, 9) Moeten wij ook voor onszelf - zijn: een "versterkte stad, een ijzeren zuiI en een koperen muur" (Jeremia 1: 18).
Kan God ook van ons vragen dat we tegenover een hele samenleving staan? En dat we volharden?
3.Tittels en jota's
Een derde punt dat onze aandacht moet hebben is het belang van de juiste formulering. Wat is precies de aanklacht? Wat geven we toe?
We citeren Nacht in de Middag.
De doorgewinterde Roebasiow wordt geconfronteerd met een andere beklaagde wiens getuigenis moet dienen om hem te veroordelen.
Gletkin zegt: "Geef je nu toe dat Kieffers bekentenis overeenkomt met de feiten in de essentiële punten?" Roebasjow moest zich weer naar de lamp wenden.
Er heerste een gezoem in zijn oren en het licht brandde heet en rood door de dunne huid van zijn oogleden.
Toch ontsnapten de woorden "in de essentiële punten"
hem niet. Met deze woorden overbrugde Gletkin de kloof in de beschuldiging ... " En hij reageert. (244).
Hij is ook steeds uiterst strijdbaar, als er sprake is van de logica van de ondervrager: als dit het geval is, en je zegt dàt, dan is natuurlijk ook dàt het geval! Ondervrager Gletkin drijft elke uitspraak van Roebasjow, of zinsneden uit zijn eigen verklaringen, door tot hun uiterste konsekwenties en het ontluisterende voor Roebasjow is dat hij op een gegeven moment zèlf niet meer weet of het alleen maar kwaadwilligheid van de aanklager is Zit er misschien ook die hier gesuggereerde drijfveer aan zijn gedrag? Tenslotte gaat hij onder.
Zijn leven - als toegewijd partijlid, die vanwege een onverbidelijke logica ook anderen de dood instuurde - is feitelijk al opgehouden voordat hij "een doffe klap" tegen "de achterkant van zijn hoofd" voelt. Het proces van ontluistering begon eerder: "Zelfs hijzelf begon verdwaald te raken in het labyrint van berekenende leugens en dialectische schijn en in de schemer tussen waarheid en illusie". (228)
Wat is waarheid?
In het thema van Nacht in de Middag zijn het uiteindelijk bepaalde begrippen met hun definitie die doorslaggevend zijn. Zoals het begrip waarheid: De communistische visie van Gletkin is: "De waarheid is wat nuttig is voor de mensheid, leugen wat schadelijk is ...
Of Jezus de waarheid sprak of niet, toen hij beweerde dat hij de zoon van God en van een maagd was, is voor een redelijk mens van geen enkel belang. Men zegt dat het symbolisch is, maar de boeren nemen het letterlijk. Wij hebben hetzelfde recht nuttige symbolen uit te vinden, die de boeren letterlijk nemen." (267) Ziehier een dialectisch waarheidsbegrip: "objectief"
is wat de Partij voordeel schenkt, "subjektief" datgene wat de Partij en haar belangen hindert. Zelfs als dat een feit betreft, dat echt plaatsvond, het blijft "subjectief" tegenover de "objectieve" waarheid, die anderen mogelijk een "verzinsel van marxisten" zouden noemen.
En dan de vraag aan ons: Wéten wij waar het dan op aan komt?
Weten wij wat waarheid is en ook waarom het de waarheid is?
Samenvatting
De volgende lessen: Gaat het om verhoord worden, wees dan alert. De kleine dingen tenen. We moeten zo leven dat we daar nu al mee rekenen. Tegen slapeloosheid kun je je nu nauwelijks wapenen.
Maar anders is het, denk ik, als het gaat om de vraag: kan ik gechanteerd worden in mijn familieleden?
Hoe zal ik daarmee omgaan?
En ànders is het ook bij de vraag: zal ik straks weten waar het op aan komt? Als we dat dàn willen weten, zullen we er nu al mee bezig moeten zijn.