De biddende gelovige

1984-01-27
  • Jaargang 28
  • nummer 4
"Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God."

Filippenzen 4- : 6

Wie is er nooit eens een keer bezorgd? Wanneer je dochtertje om half vier thuis uit school had moeten zijn, maar er om half vijf nóg niet is... Wanneer de direktie somber komt meedelen, dat er in het bedrijf waar jij werkt nu óók ontslagen gaan vallen ... Wanneer je het echt niet meer redt met het huishoudgeld, terwijl de giro rood staat ... Wie is er in zulke gevallen niet bezorgd? Natuurlijk, je karakter speelt een rol; optimistische mensen zijn minder gauw bezorgd dan zwartkijkers. Maar er zijn situaties in bet leven waarin het alleen maar realistisch is om je zorgen te maken. Daarom lijkt de aansporing van Paulus: "Weest in geen ding bezorgd?" in de praktijk zo onbruikbaar. Zo wèrkt het geloof niet, is de ervaring van menigeen.

Wij komen verder wanneer wij hèt kommentaar op deze tekst zorgvuldig lezen: de bekende onderwijzing van de Here Jezus in Mattheüs 6: 25-34. Daarin vermaant Hij ons om niet bezorgd te zijn, niet alleen omdat bezorgdheid niets uithaalt (vs. 27) en voor de gelovige onnodig is (vs. 26, 30), maar ook omdat re ons gevaarlijk dicht in de buurt van heidendom kan brengen, vs. 31 en 32. Het zoeken der heidelen: die uitdrukking geeft de instelling weer van mensen, die het leven laten draaien om het materiële: om hun kleding, hun huis, hun auto, hun gezondheid.
Het kan een drift, een manie worden om te trimmen, om over te werken voor een afwasmachine, om er leuk uit te zien. Dát je hart zetten op alles wat met je levensonderhoud te maken heeft, wijst Jezus af met de woorden aan het begin van dit gedeelte (vs. 25b): "Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?" Het leven - wil Hij dus zeggen - gaat toch niet óp in voetballen en boetiekjes en dinertjes?
Er is toch meer onder de zon? Er is toch ook nog zoiets als het Koninkrijk van God?! Zijn dan eten en drinken en kleding onbelangrijk? Nee, zeker niet!
Maar daar moet je niet je hart op zetten, met als gevolg dat je je angstig zorgen maakt in die dingen tekort te komen. Gods Koninkrijk, leven in Zijn dienst, dáár gaat het om in je leven. En dan is de heerlijke belofte, dat wanneer je daar de voorrang aan geeft, het met die andere dingen óók in orde komt. Vs. 33: "Zoekt eerst Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid, en dit alles - eten, drinken, kleding enz. - zal u bovendien geschonken worden." Denk aan Salomo: hij wilde in de eerste plaats God dienen als een rechtvaardig vorst, vroeg daartoe om wijsheid, en kreeg toen daar bovenop nog eens rijkdom en macht.
Die volgorde, zegt de Here Jezus in Matth. 6, geldt nog steeds.

En zo bedoelt Paulus het ook als hij zegt: "Weest in geen ding bezorgd."
Hij sluit zich eigenlijk heel nauw bij de belofte van de Here Jezus aan als hij vervolgt: "Maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God." Juist omdat Christus gezegd heeft, dat je je met een gerust hart kunt concentreren op het Koninkrijk van God en je dienstbaarheid als christen, omdat onze Vader Zèlf ervoor zal zorgen dat je in het natuurlijke leven niets tekort zult komen, maant Paulus aan tot bidden. 'Je wensen door gebed bekend laten worden bij God' hangt samen met Jezus' belofte 'en dit alles zal u bovendien geschonken worden'.
De apostel gaat er hier van uit, dat wij het Koninkrijk van God het belangrijkste vinden in het leven.
Maar dán, zegt hij, mogen jullie er ook op rekenen dat God jullie in niets tekort laat komen.
En dat betekent: niet bezorgd zijn, maar bidden.

Kohlbrugge heeft treffend juist gezegd: "Wij mogen bij God aanhouden in het gebed, al was het ook om een spijker of een speld, zo wij maar in Zijn wegen gaan."
Bij àlles mogen onze wensen bekend worden bij God. Er is niets waarvoor wij ons hebben te generen om ervoor te bidden. Zolang wij de dingen van dit leven niet het belangrijkste vinden, zijn zij belangrijk genoog om er Gods aandacht voor te vragen. Daar zit iets geweldigs in: dat ons gebeld mag aansluiten bij het alledaagse leven. Daar moeten wij ons ook in oefenen: omdat, wat in de auto door ons hoofd spookt en waar wij aan tafel over spreken, nadrukkelijk en konkreet bij God te brengen in de verwachting, dat Hij er daadwerkelijk in geïnteresseerd is.
Wordt dat geen zeuren? Als je niet uitkijkt wel, ja. Wanto zo gauw maakt ons bidden voor de alledaagse dingen dat die tóch weer bij ons op de eerste plaats komen te staan. Het is dan ook niet toevallig dat Paulus eraan toevoegt: met: dankzegging. Daarin ligt besloten, dat die wensen in wézen betrekkelijk zijn. Hoeveel een mens ook te wensen hooft, als christen heeft hij ook altijd te danken.
Al was het alleen maar voor het feit dat je niet dood-eenzaam hoeft te tobben maar op Gods zorg voor jou mag rekenen. Dankend bidden dat is zoiets als tevreden bidden, Je kunt bidden vanuit de heimelijke vrees tekort te komen; dan word je een zeur. Je kunt ook joe gebed voorzien van een motie van vertrouwen, zo van: "Here God, ik weet dat ik bij U niets tekort zal komen en gekomen ben; mag ik nu Uw aandacht nog vragen voor... ?" Wie met die instelling bidt, hoeft niet bevreesd te zijn dat hij misbruik maakt van Gods uitnodiging om Hem zijn wensen en smekingen bekend te maken. Integendeel; de Here wil niets liever, dan dat mensen zo in kinderlijk vertrouwen met Hem wandelen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief