Uitzending van de zeventig
1984-02-03
“Daarna wees de Heer nog zeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen) waar Hij zelf komen zou". - Jaargang 28
- nummer 5
(Luc. 10 : 1)
In het voorafgaande hoofdstuk vertelt Lucas ons over de verheerlijking op de berg. Hoe daar boven op die berg Mozes en Elia neerdaalden en met Jezus spraken over Zijn uitgang, die Hij volbrengen moest in Jeruzalem. Zijn uitgang... tot buiten de poort van de Tempelstad . . tot op Golgotha . .. Zijn uitgang uit dit leven.
Het grote lijden van onze Borg en Zaligmaker werpt zijn schaduwen ver vooruit. Tijdens de afdaling naar beneden spreekt de Heer over Zijn op hande zijnde lijden. De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen.
Maar ze begrepen niet waar Hij het over had, hoewel Hij nu al voor de tweede keer daarover sprak.
Daarna richtte Hij zijn aangezicht naar Jeruzalem, omdat de dagen van Zijn opneming in vervulling gingen. (9 : 51) Zijn uitgang wordt tegelijk Zijn opneming! Zijn verhoging aan het kruis wordt Zijn verhoging ten hemel! (Joh. 3 : 14).
Jezus gaat nu zijn werkterrein in Galilea verlaten. Veel heeft Hij daar gedaan, woorden van eeuwig leven gesproken, geïllustreerd met tekenen van het Koninkrijk der hemelen. Opdat vervuld zou worden, wat door de profeet Jesaja is gesproken, toen hij zeide: "Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen: het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot Uichtgezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan."
(Matth. 4 : 12-17) Hij heeft toen ook Zijn actieradius vergroot door Zijn twaalf discipelen erop uit te sturen om het Koninkrijk Gods te verkondigen en zieken te genezen (9: 1-6), en daarmee heeft Jezus zichzelf als het ware ver-twaalf-voudigd, Hij was ook maar een Mens, die op één plaats tegelijk kan zijn.
Maar nu verlaat Hij Galilea, na er alles aan gedaan te hebben - maar helaas: Chorazim, en Bethsaïda en Kapernaüm, waar Hij zoveel krachten gedaan heeft, wee u! - en begeeft Hij zich op weg naar Jeruzalem.
Nu moeten de landstreken van Perea en Judea nog bewerkt worden. Veel tijd is er niet meer.
En toch brandt Zijn hart in Hem om zoveel mogelijk mensen met het Evangelie te bereiken. En Hij kan zelf niet overal tegelijk zijn.
Daarom verzorgt Jezus nu een twééde uitzending van medewerkers.
Na de Twaalve wijst Hij nog zeventig aan en Hij zendt hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou. Hij zal er zelf ook wel komen, maar de zeventig moeten Zijn komst voorbereiden, zodat Hij er straks sneller door kan trekken. Hij behoeft slechts te maaien wat zij gezaaid hebben.
Zoals eenmaal de Heer wederkomen zal om te maaien wat gezaaid is door de ontelbaar velen, die voor Hem uitgingen met het Evangelie en Zijn weg bereid hebben.
Bij hun uitrending spreekt Jezus tot de zeventig over de oogst, die zo groot is en de arbeiders, die weinig zijn en draagt hen op te bidden om meer arbeiders. Hij geeft hen dus het devies mee: bidt en werk!
Dit woord van Jezus is vaak misverstaan.
Alsof er een rijpe oogst op de velden stond, die roept om veel maaiers. Als we met die gedachte dan op pad gaan, in zending en evangelisatie, valt het resultaat vaak bitter tegen. Maar dat bedoelde Jezus ook niet. Hij heeft niet zozeer het oog op de oogst zelf, maar om het oogstveld, en niet zozeer op een tekort aan maaiers, maar op een tekort aan bewerkers van het veld en zaaiers! En heel concreet liggen daar voor Hem die uitgestrekte velden van Perea en Judea, met al die stadjes en dorpen en vlekken, - Hij kan dat alleen niet allemaal meer intensief bewerken in de tijd, die Hem nog rest, zelfs niet met behulp van de Twaalve.
Bedenk toch hoe kort de Heer eigenlijk maar in het openbaar gewerkt heeft: niet meer dan drie jaren! Daarom ziet Hij om naar nog meer medewerkers. Hij gaat nu zichzelf ver-zeventig-voudigen! Ja, zichzèlf, want “Wie naar u hoort, hoort naar Mij, en wie u verwerpt, verwerpt Mij, die u gezonden heeft; en wie Mij verwerpt, verwerpt God, die Mij gezonden heeft" (10: 16). Jezus' zending door Zijn Vader wordt eerst vertwaalfvoudigd en dan nog eens weer ver-zeventig-voudigd. Het terrein wordt groter en het werk breidt zich uit. En daar is nog altijd geen stilstand in. Door de Geest van Pinksteren worden de grenzen opengebroken en roept heel de wereld om bearbeiding. En altijd zal het aantal arbeiders te gering zijn in verhouding tot de uitgestrektheid van het oogstveld.
Bidt daarom zonder ophouden de Heer van de oogst, dat Hij zaaiers uitzende. Opdat Jezus verduizendvoudigd worde!
We vragen ons af, waarom Jezus niet nog méér arbeiders heeft uitgezonden?
Waarom precies zeventig en niet meer dan zeventig?
We weten langzamerhand wel, dat getallen in de Bijbel vaak een meerwaarde hebben, een bepaalde betekenis hebben, associaties oproepen met situaties en gebeurtenissen, waar hetzelfde getal een rol speelt.
Voor het getal zeventig kunnen we in de Bijbel terugbladeren tot Gen. 10. Daar treffen we de voorstelling, dat er in de wereld zeventig volken zijn. En bij de wetgeving op de Sinaï zou volgens joodse overlevering de Wet in zeventig talen zijn afgekondigd, om te laten zien, dat Gods Wet niet alleen voor Israël van levensbelang is, maar voor álle volken, voor heel de wereld en voor iedereen.
Maar we worden wel heel sterk hier óók herinnert aan een andere gebeurtenis in de woestijnperiode: als Mozes de leiding van het volk niet meer alleen aan kan geeft de HERE naast hem zeventig oudsten, die een deel van de Geest van Mozes zullen ontvangen en zijn medewerkers zullen worden, (Num. 11: 16, 17). Zo is Mozes toen al ver-zeventig-voudigd, Bij die gelegenheid gebeurde er iets, wat ons in de buurt van Lucas 10 brengt. Als de zeventig de Geest krijgen en profeteren, zijn er twee in het tentenkamp, Eldad en Medad, die hetzèlfde ontvangen. Als men bij Mozes komt en vraagt dit te beletten, spreekt hij woorden met een rijk pinksterperspektief: och dat heel het volk profeteerde, doordat de HERE Zijn Geest op hen allen gaf! (Num. 11 : 26-29).
Waren het er nu zeventig of tweeënzeventig? En kan dat de reden zijn van de aarzeling in de handschriften van ons evangelie tussen die twee getallen (10: 1)? Maar herinnert dat hele voorval in Israëls tentenkamp niet aan wat Lucas in 9: 49, 50 vertelt? De discipelen hebben iemand ontmoet, die in Jezus' Naam bare geesten uitdreef en ze hebben het hem willen beletten. Maar Jezus zegt: belet het niet, want wie niet tegen u is is voor u.
Jezus wees er zeventig aan en zond hen uit, twee aan twee, opdat in de mond van twee of drie getuigen de zaak van het Koninkrijk der hemelen vaststa! Dit Koninkrijk kent geen grenzen, zijn evangelie is universeel. Maar het aantal arbeiders in en voor dat Koninkrijk is al evenmin begrensd, het getal "zeventig" is geen numerus clausus, het is voor uitbreiding vatbaar.
Bidt en werk!
Elke werker voor Jezus uit en in Jezus' naam wordt tegelijk een bidder om méér arbeiders!