De weg naar Nicea
1985-01-18
Voor de oude Christenheid was Arius het type van de dwaalleraar.- Jaargang 29
- nummer 3
Hij werd gebrandmerkt als sofist, als spitsvondig mens, als man vol bedrog en als persoonlijke vijand der waarheid, als iemand die zijn ware mening wist te verbergen en die anders sprak dan hij dacht.
Voor zijn tegenstanders was zijn dwaalleer zelfs de voorloopster van de Anti-Christ" en zij werd door hen als een vervloekte ketterij bestreden "
Walter Nigg 1)
Het Arianisme was bijna net zozeer een filosofie als een religie; Het ging van de gebruikelijke filosofische postulaten uit, hanteerde de gebruikelijke filosofische methoden en verwees nauwelijks naar de Schrift, behalve wanneer er losse teksten werden genoemd als bevestiging van conclusies waar men zonder haar hulp toe gekomen was.
Prof. Gwatkin 2)
"Geenszins doemwaardig ... "
Arius' weg naar Nicea was heel anders gegaan dan de "route" die keizer Constantijn had gevolgd.
Arius (256-336) was een Egyptische priester en, volgens de verhalen, in bepaalde kring zeer gezien.
Arius' invloed was groot op priesters en de vele godgewijde vrouwen, de maagden, te Alexandrië", lezen we. 3) Elders staat - wat onvriendelijker - "Maar Arius behield vele volgelingen in Egypte, vooral onder de vrouwen. Hij werd gewoonlijk vergezeld, zo wordt ons verteld, door zevenhonderd heilige en lawaaierige maagden. Hij was een asceet, meende men, een man die streng was voor zichzelf. Hij was ook een artistiek mens, volgens berichten.
"Ik citeer hier Walter Nigg, een man die vooral bekend is geworden door zijn boeken Over heiligen, maar die ook een boek over ketters en ketterbestrijders heeft geschreven: "Al was Arius niet vrij van trots en eigengereidheid, toch dient hij geenszins als een doemwaardige persoonlijkheid beschouwd te worden. Zijn hartstochtelijk temperament laat zich allicht uit zijn afrikaanse afkomst verklaren. Hij wordt ons geschilderd als een innemend mens met een melancholiek gelaat, zoals dichterlijk begaafden dat vaak hebben. "Arius wordt ons beschreven als een lange, magere man, vriendelijk en met aangename omgangsvormen. Zijn strenge 'ascetische levensopvatting bleek ook uit de monnikspij die hij droeg. Te Alexandrië was hij bij de asceten en vrouwen zeer geliefd. In elk geval was Arius iemand met veel talent, beschikte hij over aanmerkelijke geleerdheid en legde' hij zich met zijn scherpe verstand op belangwekkende bijbeiexegese toe." 5) Wat was nu de reden dat die Egyptische priester, die bij velen dus gezien was, tot' een der ergste ketters werd verklaard? En waarom werd een plaatselijk "leergeschil" tot een kwestie die de eenheid der Christelijke Kerk en die van het grote Rijk in gevaar bracht?
Om dat wat beter te begrijpen, moeten we wat verkennende bewegingen maken, opdat we wat verhoudingen in de Vroege Kerk beter begrijpen. Bovendien zal vanaf nu ook heel wat naar de Bijbel worden verwezen. Zij het dat, als Prof. Gwatkin (een van de grootste deskundigen op 'het gebied van het Arianisme) gelijk heeft, de Arianen zelf de Bijbel eerder hun conclusies lieten bevestigen dan dat ze in alle opzichten allereerst bij de Schrift te rade gingen.
Alexandrië en Antiochii
Allereerst is het' dienstig iets op te merken over Alexandië, de plaats waar Arius vandaan kwam. Zowel over de stad als zodanig als over de gemeente aldaar en haar theologische ligging zou heel wat te vertellen zijn.
Alexandrië kon bogen op veel cultuur, uitstekend onderwijs, een heel bloeiend wetenschapsleven en nog veel meer. Het was de stad van de Joodse filosoof Philo, een der grootste denkers van het Joodse volk (zij het dat hij "Griekser dacht" dan veel volksgenoten), maar ook van de grote christelijke geleerde Origenes.
En het was de plaats van de Alexandrijnse School. Zoals wij een "Groninger Richting" en een "Amsterdamse School" hebben leren kennen, was er ook bij de theologen in Alexandrië kennelijk vaak iets dat hen samenbond - een bepaalde aanpak of methode van Bijbellezen.
Dit was nogal anders dan de andere grote exegetische richting van die tijd, die met de stad Antiochië verbonden was. Beide scholen hadden een eerbiedwaardige traditie - ze waren verbonden' aan gemeenten die door apostelen waren gesticht - maar hun benadering was nogal verschillend.
De Alexandrijnen waren sterk ingesteld op allegorische schriftuitleg- de geleerden daar probeerden' ook in ogenschijnlijk gewone alledaagse dingen of gebeurtenissen een diepere geestelijke betekenis of samenhang, of voorafbeelding, etc. te onderscheiden. De Antiocheense School was meer praktisch en direkter. 6) Ook lees ik dat de mannen in Alexandrië geneigd waren sterk over de goddelijke geheimenissen en over mysteriën na te denken, en Christus vooral als een goddelijk wezen zagen. In Antiochië daarentegen legde men accent op taalkundige studie 'van de Bijbel en zag men Christus vooral als mens.
Zoals de tijd nog zou leren, zou Rome - dat zich allengs als Hoofdstad van het Christendorp ging ontwikkelen - meestal de kant van Alexandrië kiezen.
Constantinopel, de nieuwe hoofdstad der keizers, was geregeld aan de kant der Antiochenen te vinden.
Voorgangers
Zoals hierboven al een beetje is gesuggereerd, werd in die tijd veel over Christus' wezen gedacht. Wie en hoe was Hij eigenlijk?
Daarmee hing de vraag samen: in welke relatie stond Hij tot God de Vader? eeuwen de Christenheid zeer intens zouden bezighouden, waren uiteraard al vóór Arius' dagen aan, de orde gesteld. Diverse theologen hadden al een poging ondernomen om dat vraagstuk te behandelen. Velen zouden nog volgen.
De twee (naar ik meen) bekendste - en overigens als ketters verworpen - benaderingen' van dit vraagstuk zijn verbonden met de benamingen .Adoptianisme" en ..Modalisme". Andere, meer ingewikkelde, termen ervoor zal ik achterwege laten.
Twee theologen om hier (kort) te noemen zijn Paulus' van Samosata en Sabellius, terwijl we ook wel het een en ander over de eerste visie vinden bij een bestrijder ervan, Novatianus.
Het is toch duidelijk…
Paulus van Samosata was bisschop van Antiochië en "in veel opzichten een zeer modern mens.
Hij had bij voorbeeld ontzaglijk veel te doen, zodat zijn stenograaf hem op straat vergezellen moest om onderweg notities te maken. Hij was zeer praktisch ingesteld, organiseerde veel, was in alle wereldse aangelegenheden goed thuis en erg hulpvaardig. Zijn exegetisch/dogmatische methode werd niet door iedereen bewonderd, zoals zou blijken.
Met name ook zijn visie op Christus ondervond weerstand en werd later als ketters veroordeeld.
Heeft de Bijbel zelf niet, vroeg Paulus van Samosata zich af, duidelijk gemaakt dat Jezus niet als Gods Zoon in de volle zin van het woord geboren is? Lezen we het niet uiterst duidelijk in het verhaal over de Doop in de Jordaan? Daar wordt Hij tot Gods .Zoon aangenomen. Dit ,,Adoptianisme" doet vooral een poging om Gods, eenheid te handhaven en te verdedigen tegen mensen die een soort "drie- godendom" willen invoeren.
Volgens Novatianus, die (nogmaals gezegd) hen bestreed, zeiden ze: "Als de Vader eet is en de Zoon een ander, en als de Vader God is en Christus is God, dan is er niet één God, maar worden twee goden tegelijkertijd naar voren gebracht, de Vader en de Zoon." 8) Paulus lijkt overigens wel bereid te zijn geweest zijn visie op de ene God te vervatten in wat “trinitarische bewoordingen", m.a.w, je zou, bij oppervlakkig lezen, denken dat hij in de Goddelijke Drieënigheid geloofde.
Maar dan moet je wel weten dat hij met de titel ,,Woord’, voor Christus, eigenlijk een soort uiting van God (de Vader) bedoelde, zoiets als ,,Gods bevel”. Degenen die hen veroordeelden stelden echter dat ,,het Woord” wel degelijk een ousia was, een Persoon, die één was met de vader, maar er toch van te onderscheiden was. En daarmee komen we al in de buurt van de strijd rond Arius.
Verschillende uitingsvormen
Een tweede persoon is al genoemde Sabellius, de vertegenwoordiger van het destijds soms zeer populaire Modalisme. Ook volgens deze visie was het godslasterlijk om Christus een aparte persoon te achten naast God de Vader. Het leidde immer onvermijdelijk tot de godslastering van twee goden!
Misschien valt Sabellius’ Modalisme enigszins uit te leggen met een alledaagse situatie. Stel je een man voor die (zeg maar), conducteur is bij de Spoorwegen. Tijdens zijn werk heeft hij een bepaalde pet op. In zijn vrije tijd is hij echter lid van de plaatselijke harmonie. ’s Avonds zie je dezelfde man met een andere pet op (soms) en met een andere werkzaamheid. Daarnaast is hij ook nog lid van de vrijwillige brandweer en op gezette tijden zie je degene die soms conducteur en soms muzikant is ook met een helm op, aan het spuiten. Een en dezelfde man heeft drie funkties. Drie verschillende petten op.
Welnu, de ene God is misschien (het ene moment) de Vader, het volgende moment komt Hij tot ons in de gedaante van Zoon en soms is hij werkzaam als geest?
Of, om Sabellius’ voorbeeld te gebruiken: de Vader is gelijk de zon, de Zoon en de Geest als de van de zon uitgaande straling, die zowel warmte als licht verspreidt. In zijn hoedanigheid van Schepper en Wetgever was de ene God Vader, in zijn Zoongedaante was Hij bezig met onze verlossing als Hij Geest was, schonk Hij ons Zijn genade en Zijn inspiratie en vervulling.
Critici van dit mooie schema (lost niet erg veel op?) wezen op een aantal consequenties ervan. Had deze kijk, net als het Modalisme van Sabellius’ voorgangers, niet de schijn dat God de Vader, had geleden, toen Christus leed? En zo ja, kon dat wel? Om een lang verhaal kort te maken, tegenover Sabellius werd vastgehouden aan een drietal te onderscheiden ,,onafhankelijk” (als je dat maar niet verkeerd opvat) Personen.
Waarmee maar gezegd wil zijn dat er al vóór het jaar 320 A.D. veel was nagedacht over Christus’ positie binnen de Godheid. Maar als Arius komt, brengt die nog een heleboel andere argumenten in stelling. Het zorgde voor een van de grootste botsingen in de Christelijke theologie. Het leidde ook tot een van de eerste en een van de grootste vergaderingen van bisschoppen, te Nicea.
De volgende keer: wat zei Arius?