Om het Geestelijk beleven van geloofsverschillen (1)
1985-12-06
Op de avond van de 31ste oktober van dit jaar werd in de Noorderkerk in Amsterdam een samenkomst gehouden waarin de Grote Reformatie van de zestiende eeuw herdacht werd. Naast drs C. Blenk, de Nederlands-hervormde predikant van de Noorderkerk-gemeente, en ds Th. Rutters, de christelijke gereformeerde predikant van Amsterdam-Noord, heb ook ik daar een steentje aan bijgedragen. Het onderwerp waarover ik bij die gelegenheid gesproken heb, was 'Antipapisme?'. Het wàs juist in die tijd dat ik vanwege mijn boekje 'Handelingen Zeven' publiek onder de verdenking van antisemitisme was gesteld, waartegen ik me in het dagblad Trouw (van 21 oktober 1985) verweerd heb, door o.a. een vergelijking te trekken tussen antisemitisme en antipapisme, De. bedoeling van die vergelijking was om aldus met mijn kritiek op het joodse geloof zo duidelijk mogelijk uit racistisch vaarwater te blijven. De gelegenheid van Hervormingsdag heb ik nu aangegrepen om het gevaar van het antipapisme aan de kaak te stellen en tegelijk die vergelijking met dat andere gevaar van het antisemitisme eens wat nader uit te werken.- Jaargang 29
- nummer 47
In plaats van die beide -ismen heb ik een geestelijke benadering van het geloofsverschil met roomsen en Joden bepleit. Als iemand zou vinden dat ik het antisemitisme er die avond met de haren bijgesleept heb, laat hij dan bedenken. dat de kerken vim de Reformatie noch voor het ene noch voor het andere euvel immuun zijn gebleken en dat ook reformatorische christenen het virus van zowel antipapisme als antisemitisme bij zich dragen. Denk voor het laatste maar eens aan sommige uitspraken van Luther over de Joden. Omdat ik me op de avond zelf om des tijds wille bekort heb, ben ik blij dat ik nu ons blad mijn hele verhaal kwijt kan. En ik zal het [aten volgen door wat mij in dit verband nog meer van het hart wil.
Antipapisme?
Wij leven in een tijd waarin het weinig populair is om voor geloofsverschillen aandacht te vragen. Men is uit op zoveel mogelijk eenheid tussen de kerken en de gelovigen en men is bang dat het' wijzen op onenigheden dat eenheidsstreven zal dwarsbomen. Verschillen - je zou kunnen zeggen: men is er onverschillig voor. En als men niet oppast, is men hier ook onverschillig dóór. Het zou kunnen zijn, bedoel ik te zeggen, dat een oppervlakkig oecumenisme de kerkelijke en religieuze lauwheid en laksheid van onze dagen, de onverschilligheid, in de hand heeft gewerkt. In zo'n sfeer een kerkhervormingsherdenking te organiseren stelt gemakkelijk ondereen zekere verdenking. Immers, vanaf 31 oktober 1517 dateert de kerkelijke verdeeldheid. Zijn wij, de heugenis hiervan in stand houdend, misschien ruzieachtig? Genieten wij van conflicten? Zijn wij er op uit te poken in een vuur dat bijna gedoofd is? Verlangen wij soms terug naar de tijd van, de godsdienstoorlogen? Zijn wij misschien antipapistisch? Het lijkt wel of er vandaag slechts .deze twee mogelijkheden bestaan: Of we zijn oecumenistisch en verdoezelen alles wat maar uit de verte op een geloofsverschil tussen Rome en de Reformatie wijst, Of wij zijn antipapistisch en moeten op één lijn gesteld worden met ds. lan Paisley van Noord Ierland of met de relschoppers in Utrecht bij 't pausbezoek aan Nederland. Zit daar niets tussen? Z9 mogen we wel vragen.
Natuurlijk zit daar iets tussen, is het antwoord. Tussen twee uitersten is er altijd een midden en dat is ook hier het geval. Maar de Bijbel moet. erbij open om deze middenweg te bewandelen en de Heilige Geest moet over ons komen om die genoemde uitersten te vermijden. Wij zullen dan trouwens merken dat die middenweg niet maar een slap gemiddelde is ('van beide wat') maar dat 't, om een uitdrukking van Paulus te gebruiken, een weg is die veel verder omhoog voert en die die uitersten niet maar vermijdt maar overstijgt. Oecumenisme en antipapisme moeten dus beide op 31 oktober als gevaar onderkend en bestreden worden. Maar -toch denk ik dat wij hier vanavond eerder van antipapisme dan van oecumenisme verdacht worden. En daarom wil ik me nu vooral tegen dat antipapisme keren.
Wat is antipapisme? Het woord is gemakkelijk te doorzien, maar daarmee zijn we er nog niet. Tegenpauselijke gezindheid, zo zou je het woord kunnen weergeven.
Maar hoe, weinig is daarmee gezegd. Tegenpauselijk wil ik in gepaald opzicht ook' nog wel zijn, en toch zou ik er heftig tegen protesteren als men mij een antipapist zou noemen.
En daarom nog eens: wat is antipapisme?
Antipapisme is een ongeestelijke beleving van het conflict met Rome. Anders gezegd: een antiroomse gezindheid en houding op grond van meest niet-theologische factoren. Maar deze laatste omschrijving vind ik minder goed. Ongeestelijk is immers niet hetzelfde als niet-theologisch. We houden het dus op die eerste typering: een ongeestelijke beleving van .het geschil met de R.K.-kerk. Laat ik een paar voorbeelden geven. Antipapist is hij die bij de beoordeling van Rome altijd en alleen maar aankomt met de martelaren van de roomse inquisitie - hetgeen getuigt van een wrokkige benadering. Antipapist is vervolgens hij die zegt dat de roomsen niet te vertrouwen zijn en vol listen en streken zitten, - hetgeen wantrouwig genoemd moet worden. Antipapist is verder hij die zegt dat de roomsen altijd en overal door een machtsdenken gedreven worden: in het politieke leven, in het economische leven, in het sociale verkeer. Argwanend is dit gedacht Antipapisme; zo mogen we op grond van 't voorgaande concluderen, staat stijf van de vooroordelen en toont ook geen enkele bereidheid om die vooroordelen onder kritiek te stellen, niet onder zelfkritiek en niet onder kritiek van anderen.
Antipapisme is het tenslotte ook: te geloven in de onveranderbaarheid van de roomse mens en van het roomse stelsel. Het vindt daarom elk contact en elk gesprek zinloos en overbodig. Van te voren staat het· negatieve resultaat daarvan al vast. Dit laatste is misschien wel de meest verraderlijke vorm van antipapisme. Het betekent immers dat je een op zichzelf heel goede kritiek op Rome toch op een antipapistische manier kunt beleven, in die zin namelijk dat je die kritiek alleen maar bij jezelf koestert en haar niet meer naar buiten brengt, omdat dat toch niet helpt. Je bent dan een gesloten mens of een gesloten kerk geworden. Ik vrees dat deze vorm van antipapisme het minst onderkend en niettemin het meest verbreid is.
Antipapisme. Vergun het mij dat ik een vergelijking maak: met het antisemitisme waarover' het vandaag zo druk gaat. pok dat mag je typeren als een ongeestelijk beleven van het verschil met het joodse geloof. Het gaat dan niet meer over wat de Bijbel van dit verschil zegt, maar in plaats daarvan wordt het jood-zijn zelf verlaagd tot een beneden menselijke bestaanswijze. Men meent dan negatieve joodse kenmerken te kunnen opstellen van raciale, sociale, economische en tegenwoordig ook politieke aard en beoordeelt aan de hand daarvan het joodse volk en de joodse mens, tot zelfs in zijn geloof toe. Het is duidelijk dat waar dit antipapisme of antisemitisme (ze gaan wel samen!) 1) heerst, de roomsen en de Joden, als zij in minderheid zijn, erge dingen te vrezen hebben. Wanneer macht zich van dit denkgereedschap bedient, dan levert dit ontoelaatbare discriminatie en verdrukking (en erger!) op.
Wat is nu het medicijn tegen dergelijke -ismen? Dat heb ik met de typering 'ongeestelijk' eigenlijk al aangeduid. 'Ongeestelijk' zou eigenlijk met de hoofdletter G geschreven moeten worden. 'Ongeestelijk' is zonder de Heilige Geest'. Daartegenover zeg ik nu: de Heilige Geest moet ons leiden en beheersen in onze beleving van het conflict met Rome. En als ik zeg: de Heilige Geest, dan bedoel ik Gods Geest, zoals Die tot ons spreekt in de Schriften. Met andere woorden: de Bijbel moet op een avond als deze onder ons open gaan, willen wij niet in de fout van het antipapisme vervallen.
Noten
1) Het beruchte geschrift 'Protocollen van de Wijzen van Sion' (1905) was een antisemitische omwerking van een 17e eeuws Frans pamflet dat oorspronkelijk tegen .de Jezuïeten gericht was - zegt Oosthoek's Encyclopedie.