Instructie voor de zeventig

1984-02-10
  • Jaargang 28
  • nummer 6
"Gaat heen, zie, Ik zend u als lammeren midden onder de wolven ... enz.

(Luc. 10 : 3-16)

Als Jezus tegen zijn zeventig discipelen zegt, dat Hij hen zendt als lammeren onder de wolven, ontneemt Hij hen alle reden tot oppervlakkig optimisme.
Het landelijk beeld van arbeiders op het oogstveld (v. 2) maakt plaats voor het beeld van wolven die argeloze schapen overvallen. De zeventig zullen niet overal open deuren vinden, ze zullen op veel verzet stuiten.
Volgens Mattheüs heeft de Heer er bij de uitzending van de Twaalf nog bij gezegd: "Weest voorzichtig als de slangen en oprecht als de duiven" (10) : 16). Dat wordt zo langzamerhand een hele dierentuin met elkaar: lammeren, wolven, slangen, duiven, terwijl' later nog sprake is van schorpioenen en slangen (v. 19). Maar de tijd van de Vrederijk is bepaald nog niet aangebroken, waar de wolf met het lam stoeit en een kind speelt bij het hol van een adder, zonder dat het iets overkomt (Jes. 11 : 8).
Voorzichtig - als de slangen! Maar oprecht - als de duiven! Bij de slang deuken we aan de duivel en bij de duif aan de Heilige Geest. Wat weloverwogen takt betreft valt nog veel te leren van de duivel, maar voor oprechtheid moet je bij de Heilige Geest zijn! Wacht het gunstige ogenblik af, wil Jezus maar zeggen, maar sla dan ook toe en laat het niet voorbij gaan.
Voor onderweg op reis zullen de zeventig alle materiële zorgen aan hun hemelse Vader overlaten: geen extra schoeisel, geen reiszak en geen geldbuidel.
De HERE zal erin voorzien.
De Twaalve zijn op dergelijke wijze heengezonden (9 : 3). Later, in de gesprekken bij het Avondmaal, vraagt Jezus hen of het hun aan iets ontbreken heeft en ze antwoorden: aan niets. En dan komt er een merkwaardig vervolg: "Hij zeide tot hen: Maar NU, wie een beurs heeft neme die en zo ook een reiszak en wie er geen heeft verkope zijn mantel en kope een zwaard" (22 : 35, 36).
De tijden kunnen veranderen en de opdrachten voor hen, die met het Evangelie langs deuren en door dorpen en steden en landen trekken blijven daarom niet altijd dezelfde. Vertrouwen op Gods zorg mag niet tot zorgeloosheid leiden.

De zeventig mogen niemand groeten onderweg, want dat leidt tot tijdrovende oponthoud. Zo zijn de oosterse groetceremonies nu eenmaal. Het gebeurt nu ook nog wel, dat een bedouïn voor het loket van het postkantoor met vele woorden informeert naar de gezondheidstoestand van de man achter het loket, en die van zijn gezin en van zijn schoonfamilie enz., terwijl de rij wachtenden achter hem maar aangroeit. "Groet niemand onderweg", - de zaak van het Koninkrijk Gods heeft haast!

Maar over groeten gesproken: als ze een huis binnentreden moeten ze de groet uitspreken, met nadruk en klem: vrede zij ulieden! Sjalom, de gebruikelijke vredegroet, maar nu gevuld met de heilzame inhoud van het Evangelie! Gods vrede, door verzoening en verlossing. Ik denk, dat het ons wel iets zeggen mag, dat ze/we de mensen niet overvallen moeten met: bekeert u! Of: het oordeel is nabij! We mogen boodschappers zijn van de liefde Gods en van de vrede, die alle verstand te boven gaat en van hoop, dwars tegen de meest hopeloze situatie in!

Wordt deze vredegroet aanvaard en laat men hen binnen, dan kunnen de zeventig daar hun boodschap kwijt.
Maar zo niet, dan stuit de vredegroet af op harde harten, en keert ze terug tot de discipelen. Dat mag ons wat vreemd uitgedrukt lijken, maar voor de oosterling was dat heel begrijpelijk.
Ik las ergens het verhaal van een mohammedaan in Hebron, die op de markt gegroet werd door een arabische christen: vrede zij u.
En zonder er bij na te denken zei hij: vrede ook voor u. Maar op hetzelfde ogenblik drong het tot hem door, dat hij door een christen was gegroet!
Hij keerde zich om en begon de man uit te schelden en te slaan, en hij schreeuwde: geef mij mijn vrede terug!
want je bent een christen!
Nu nog is in het Midden-Oosten een zegengroet geen lege formule, maar een-woord-met-kracht! Een waardevol woord, waar je niet slordig mee omspringt. Zo zegt Jezus: Als in het huis, dat ge met Gods vrede begroet, niemand is, die voor die vrede een hart heeft en uw groet aanneemt en beantwoordt, dan keert uw vredegroet tot u terug.

De zeventig mogen niet rusteloos van het ene huis naar het andere trekken.
Waar duidelijk opening is voor hun groet en boodschap zullen ze dagen vertoeven, om er alle tijd voor te nemen.
Het Koninkrijk Gods verkondigen doe je zo maar niet even op de stoep of via een blaadje in de bus of door de telefoon. Daarvoor moet je de mens in het kader van zijn gezin ("huis") wat leren kennen en wat met ze meeleven, je in hun omstandigheden kunnen inleven. En als er zieken in huis zijn, mogen de zeventig hen genezen.
Uit dit alles blijkt wat belangrijk is bij evangelisatie en zending: de enkeling niet losmaken uit het verband, waarin hij leeft en functioneert, en je dan inleven, meeleven en doen opleven!
Want het Woord is vlees geworden!
Gods Zoon heeft het menselijk bestaan aangenomen. Het Woord is geen raaklijn, die de cirkel van hel menselijk bestaan maar even, in één punt, raakt en dan weer verder gaat. Neen, het Woord is vléés geworden, en dat betekent: ingegaan in het mensenleven en in de samenleving.
Daarom zullen de brengers van het Woord ook moeten inleven en meeleven en zieken weer doen opleven!

En als de zeventig een stad binnen komen, die hen niet ontvangt, moeten ze het stof van hun voeten schudden tot een getuigenis tegen zo'n stad. Als de Paus een land betreedt kust hij de grond. Jezus draagt zijn discipelen hier een dergelijke ceremonie op, maar voor het geval ze niet welkom zijn. Dan wordt alle gemeenschap verbroken, niet alleen van de kant van die stad, maar ook van de kant van Gods Koninkrijk: zelfs het stof van zo'n stad moeten ze van hun voeten schudden! Het zal Sodom in de dag van het oordeel draaglijker zijn dan die stad.
Sodom heeft de oosterse gastvrijheid geschonden tegenover engelen Gods! Maar èrger is om mensenboodschappers van het Vleesgeworden Woord, ambassadeurs van het Koninkrijk der hemelen niet te ontvangen!
Met pijn denkt Jezus terug aan wat Hem zelf wedervoer in diverse steden van Galilea. Zelfs in de stad van zijn inwoning Kapernaüm!
De discipelen zijn niet meer dan hun Heer. Dat Jezus zichzelf verzeventigvoudigd heeft in hen, brengt ook het kruis mee. Wie naar u hoort, zegt Hij, hoort naar Mij en wie u verwerpt, verwerpt Mij en wie Mij verwerpt, verwerpt Hem die Mij gezonden heeft. Zo loopt de lijn van de "zending": God- Jezus-predikers.
Dat is de grandeur èn de misère tegelijk voor allen, die zich laten zenden met de boodschap van het Koninkrijk.

Waar de zeventig ontvangen worden zullen ze eten wat hun voorgezet wordt, - ze zullen zich niet meer zo scrupuleus aan de spijtwetten behoeven te houden, want als het Koninkrijk Gods gekomen is vervallen al die oude voorschriften van rein en onrein (Hand. 10 : 15). Of moeten we zeggen, dat ze juist geestelijk uitgediept worden? Heeft Jezus niet geleerd, dat wat uit het hárt komt en de mond uitgaat de mens onrein maakt? (Matth. 15 : 18).
Waar het Koninkrijk Gods komt komen alle dingen aan het licht en wordt alles anders. Dat mogen allen merken, die de zeventig opnemen in hun huizen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief