De heilige Columba

1984-02-17
  • Jaargang 28
  • nummer 7
Anderhalve eeuw voordat Willibrordus en Bonifatius probeerden de Friezen, Saksen en Germanen tot het christendom te bewegen, kenden de Ieren al hun vurige zendelingen. Daaronder neemt Columba een grote plaats in. Deze Columbia, de apostel der Schotten genoemd) werd circa 521 in Ierland's Noordwesthoek geboren. Hij was van koninklijken bloede en die aard verloochende zich niet: helder, moedig, zelfs onstuimig - maar ook deemoedig, en begaan met de medemens.

Al jong werd hij tot een klooster toegelaten en vond zijn bestemming in de studie van de heilige Schriften.
Ierland kende het oorspronkelijke christendom door zijn contacten met het Oosten, lang voordat een kerkelijke organisatie de Romeinse gewesten begon te kerstenen. Pas in 431 immers heeft een Paus, Coelestinus, de eerste bisschop gestuurd naar "de Ieren die in Christus geloven".
Daarmee is vastgelegd, dat Rome niet de hand heeft gehad in de kerstening van Ierland ..

Deze Ierse christenheid, gevormd door Gods Geest - door middel van het gesproken en geschreven woord van Jerusalem's vluchtelingen - had diepe eerbied voor dat woord. De kloosters gaven veel tijd en moeite voor het kopiëren van de heilige geschriften: om daar hun zendelingen mee uit te rusten naar Westeuropa.
De oudste en beroemdste manuscripten zijn Ierse boeken: het Psalter van Columba (6e eeuw), Book of Durrow (7e eeuw) en Book of Kells (ca. 800).

Zo had Columba eens een psalter gekopiëerd - het wordt nog bewaard in de universiteitsbibliotheek van Dublin.
Dat psalter was eigendom van zijn oude leermeester Finnian, die het van Rome had meegebracht. Columba had gevraagd het te mogen overschrijven - dat was hem geweigerd. Maar het boek lag in de kloosterkerk, dagelijks te bezien. En Columba schreef het heimelijk over in de koude kerk, 's nachts bij kaarslicht. Toen hij het klaar had liep hij tegen de lamp.
Finnian eiste de kopie op als zijn rechtmatig eigendom. Columba weigerde.
Het werd een rechtsgeding, waarbij koning Diorrnit van Tara de klassieke uitspraak deed: "aan elke koe komt haar eigen kalf toe - aan ieder boek behoort zijn 'eigen kopie".

Columba had het eerste proces inzake het auteursrecht verloren. Dat is een zegen geworden voor de verbreiding van het Evangelie, voor Schotland en voor Westeuropa. Wat gebeurde namelijk? Sommige bronnen zeggen: Columba riep zijn clan te wapen tegen koning Diormit. Waar of niet, in elk geval is deze koning in 561 door Columba's clan verslagen.

En 2 jaar later vertrok Columba uit Ierland, met 12 monniken op zoek naar een eiland om zendingsarbeid te beginnen. Men zegt: onder de gelofte even-veel zielen te bekeren, als er in de veldslag verloren waren gegaan.

Zo kwam hij in 563 op het eilandje Iona aan, net buiten het gezicht van Ierland. Dat eilandje van enkele vierkante kilometers is een vulcanische afsplitsing van het grotere eiland Mull, hier vlak voor onze kust: tegenover het stadje Oban, waar we wekelijks gaan winkelen. Columba kreeg het eilandje Iona present van zijn neef, de koning van de alhier sedert 501 gevestigde Schotten.
De relatie met deze immigrantenvorst gaf hem tevens toegang tot de oorspronkelijke bevolking van deze streken: de Pieten, die hun naam in tientallen plaatsnamen als Pitlochry hebben achtergelaten. Zo lag West-Schotland open voor Columba's zending. Bovendien leidde hij tal van zendelingen op, die kloosters stichtten in Engeland en overzee. Het was vanuit een van zulke kloosters, dat Willibrord en Bonifatius anderhalve eeuw later de Noordzee overstaken.

Columba stichtte een geestelijke werkgemeenschap, die een eigen kloosterkerk bouwde, eigen hutten maakte, eigen landbouwvoorzieningen trof en zich vooral bezighield met vasten, gebed, bijbelstudie en het zendingswerk onder de Schotten. Columba was daarin ieder tot een voorbeeld van ijver, nederigheid en godsvrucht.
Van zijn leven zijn verscheidene beschrijvingen gemaakt. Zijn achtste opvolger, de abt Adamnan, gaf een eeuw na dato nog een boeiende levensbeschrijving van Columba, berustend meest op mondelinge gegevens.
Hoewel veel legendarisch materiaal door het historische werd geweven, is Adamnan's verhaal zeer leesbaar en met liefde opgesteld. Ja met zoveel liefde, dat hij Columba's wijding tot priester een vergissing noemt: Columba zou tot abt worden gewijd maar zijn deemoed weerhield hem er van te protesteren. Ook schrijft Adamnan, dat Columba (vanwege die veldslag?) eenmaal geëxcommuniceerd zou zijn, maar dan vanwege onbeduidende en vergeeflijke zaken; terwijl trouwens de ban "door een wonder verijdeld was"... Men proeft hier meer de smaakmaker dan de historicus. De werkelijkheid - dat aan Columba niets menselijks vreemd was - zou de heilige nog aantrekkelijker hebben gemaakt.

In zijn lange leven van heiligheid, harde ontbering en beproefde naastenliefde heeft Columba zijn oude natuur vorstelijk bedwongen. Zijn moed is gebleven - maar zijn vurige onbesuisdheid en zijn hoge afkomst bleken later nergens meer. Hij deelde werk en armoede met zijn broeders en nam geen uur voor zichzelf. Tot zijn dood was hij werkzaam; zijn laatste daad was alweer het overschrijven van een psalmboek. Tijdgenoten zeiden dat hij altijd vriendelijk was, dat de vreugde in de Geest van zijn gezicht straalde. Een mooi getuigenis.

Zoals bij alle beschrijvingen van heiligenlevens komen er wel wat veel wonderen in voor. De lezer is vrij ze al of niet te geloven; bedenkende dat ook de eerste zendelingen uit de Bijbel Gods hulp in de vorm van veel wonderen mochten ervaren. Aan de andere kant blijkt uit Adamnan's gegevens, dat Columba begiftigd is geweest met een grote mate van helderziendheid en geneeskracht.

Hij zag bijvoorbeeld in zijn geest, dat een onverwachte gast onderweg te kampen kreeg met storm; door zijn gebed kwam de gast goed terecht op Iona. Zo waarschuwde hij zijn monniken bijtijds voor de komst van een walvis tussen de eilanden. En eenmaal op het eiland Skye voorzag Columba de landing van een oude man, die ter plaatse gedoopt zou worden, zou sterven en begraven worden; hetgeen diezelfde dag gebeurde.

Ook zijn overwicht op dieren was opvallend. Hij kon ongetemde dieren tot zich roepen en ze gehoorzaamden hem. Een plaag van adders werd door hem opgelost. Columba was de eerste, die over het monster van Loch Ness heeft gerapporteerd: hij moet een van zijn mensen tegen een aanvallend monster hebben beschermd.
En vlak voor zijn dood kwam het witte werkpaard van het klooster bij zijn abt "afscheid nemen". Men zegt dat het dier tranen liet aan de borst var zijn meester; er zijn schilderijen van dit tafreel in omloop.

Ook zijn veel genezingen door Columba verricht, zowel nabij als op afstand. Zelfs na zijn dood zou hij nog mensen hebben gesterkt of geholpen.
De Angel-Saksische koning Oswald verklaarde, in een visioen door Columba gesterkt te zijn voor een strijd, met woorden uit Jozua 1.
En Adamnan getuigt: dit heb ik van onze vorige abt vernomen, die het zelf uit de mond van koning Oswald heeft opgetekend.

Toen zijn leven op een eind liep toonde hij een vermoeidheid, die bij 75 jaar niet verwonderlijk mag heten.
Eens is hij langs de weg, tussen de landingsplaats en het klooster, gaan zitten uitrusten. Al duizend jaar is deze plek door een keltisch kruis aangegeven.
Als andere helderzienden wist Colurnba dag en uur van zijn dood. Er was voor hem geen verschrikking in. Hij was bereid God te ontmoeten, had zijn aardse zaken geregeld en zijn opvolger aangewezen. Zo bleef hij zijn laatste dag rustig aan het werk: het overschrijven van een psalmboek. Hij was gekomen tot psalm 33: "Gods oog rust op wie Hem vrezen". Toen legde hij de pen neer. Kijk, zei hij tot zijn knecht, psalm 34 is een goed begin voor mijn opvolger: "mijn zonen, komt, luistert naar mij". Daarop sprak hij nog met de broeders en bond hen op het hart, onder elkaar wederkerige en ongeveinsde liefde te hebben met vrede. En woonde de vesper bij.

Te middernacht - de nacht van Zaterdag op Zondag van Pinksterenmiste zijn knecht de abt. Hij zocht en vond hem in de donkere kerk ...
Terecht besluit Adamnan zijn levensbericht: "Columba was een eerbiedwaardig man, in wie God zijn heerlijke naam voor een heidens volk heeft geopenbaard door wonderkrachten".

Zoals Columba had voorspeld zijn later tientallen koningen en hertogen naar het eilandje Iona gekomen - zij het om er te worden begraven, nabij de heilige. Wij telden zeker 60 graven van hooggeplaatsten uit alle eeuwen. En voor ons persoonlijk is hoc een wondere gedachte: dat de smalle landweg, waaraan wij wonen, in vroeger eeuwen de koningsweg naar Iona was. Al die plechtige stoeten zijn hier langs gekomen, namen de Pass of Brander, trokken door het mooie Glenn Lonan, staken over naar het eilandje Kerrera, vandaar naar Muil en verder naar Iona.

Die naam Iona berust eigenlijk op een misverstand. Oude handschriften spreken over Iova Ensula = het eiland '(van) de I of HL Bij het kopiëren werd langzamerhand de V in een N veranderd. De schrijffout kan gemakkelijk verklaard worden: niet alleen verschilt de V nauwelijks van de N - maar men heeft zeker ook gedacht aan de Hebreeuwse naam Jona, die dezelfde is als de Latijnse naam Columba. Beide betekenen duif, symbool van onschuld en reinheid. Ook van de Geest Gods.

Wij besluiten met het aan Columba toegeschreven nederige gebed:
Almachtige Vader, Zoon en Heilige Geest, eeuwige, altijd gezegende en genadige God, sta mij, de minste der heiligen, sta mij toe dat ik een deur mag bewaken in Uw paradijs; dat ik de kleinste deur mag bewaken, de laatste deur, de donkerste, koudste deur, de minst gebruikte deur, de krakerigste deur.
Als het maar in Uw huis mag zijn, o God!
Als het maar mag zijn, dat ik Uw glorie van verre kan zien, en dat ik Uw stem hoor,o God!
En mag weten dat ik bij U ben, bij U, oGod!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief