De gouden adelaar

1984-02-24
  • Jaargang 28
  • nummer 8
De grootste vogel, die we hier in Schotland kennen, is de golden eagle of goudarend. Zoals u natuurlijk weet, hoort de adelaar of arend tot de grote roofvogels, die in diverse variëteiten in Europa voorkomen. Van die soorten (we noemen slechts de Schreiadler, de Steinadler, de visarend, de gevlekte en de witstaartadelaar, de zeearend en de steppenadelaar) komt alleen de gouden adelaar in Schotland voor.
Hij is vrijwel de grootste van alle adelaars en wordt slechts door de witstaartadelaar iets overtroffen. Buiten Schotland komt hij ook voor in Spanje, in de tegenoverliggende Noordstrook van Afrika, in Griekenland, Kleinazië en Siberië - om compleet te zijn ook nog langs de Noorweegse kust. Die golden eagle is hier overigens niet eens zo zeldzaam, Ons dorpje, dat zo klein is als Vierhouten, ligt aan de monding van de rivier Orchy, die zijn water van de Black Mountains haalt en het in Loch Awe brengt.
Loch Awe ontspringt aan de voet van het bergmassief, dat ons gebied stempelt, de Ben Cruachan. Welnu, met deze paar namen is al een heel broedgebied bepaald.
Het dal waardoor de Orchy stroomt, Glen Orchy, is sedert eeuwen het terrein van een of twee broedende paren. Op de Ben Cruachan heeft deze zomer een paar arenden gebroed; voor het eerst, zeggen de mensen. En als u een boottocht op Loch Etive gaat maken, dat ligt aan de andere kant van de Black Mountains, ziet u op een mooie zomerdag vermoedelijk enkele adelaars langs de steile berghellingen cirkelen, zweven, duiken en verdwijnen.
Dat is allemaal naast de deur, around the corner. Vanuit onze huiskamer, die een speciaal picture-window met uitzicht op de Ben Cruachan heeft, kunnen we de vogel waarnemen. Maar gaan we iets verder van huis, bij voorbeeld naar Tyndrum, het eerste dorpje Oostelijk van ons dorp (waar wij onze lagere jachtinstincten plegen uit te leven) dan lopen we alweer tegen goudarenden aan. Toen wij door een houtvester in dat jachtgebied werden binnengeleid, nam hij eerbiedig een veertje uit zijn portefeuille: een wit-met-roestbruin veertje. "Waar is dat van?", vroeg hij. - Wij konden niets zeggen. "Borstveer van de golden eagle, hier gevonden op de helling van de Fiarach, binnen uw jachtgebied!"
En werkelijk, nadien hebben we tijdens de jacht verscheidene malen de gouden arend als gezelschap gehad, eens zelfs met drie exemplaren boven ons hoofd cirkelend. Deze zomer wezen we een medejager op een ongewoon profiel van een bergwand: iets, dat daar niet thuis hoorde. Wat kon dat zijn? - Met de kijker zagen we, dat een enorme vogel vanaf een klipsteen ons zat te beloeren.

Een enorme vogel, inderdaad. Hij is 78 tot 85 centimeter lang en heeft een vleugelspanning van 185 tot 225 centimeter; zeg
maar ruim twee meter gemiddeld. Dat is flink wat groter
dan een papieren vlieger. Zijn profiel is, zwevend, tot op kilometers afstand zichtbaar.
Ook zijn gedrag is van verre herkenbaar.
In wijde cirkels zwevend rond de toppen van bergen en hoge heuvels, onderscheidt hij zich van de onder ons zo bekende buizerd door een statiger vluoht, machtiger vleugelslag, hoger jachtgebied en door zijn silhouet.
leeuw onder de roofdieren: is een koning, een machtige onder machtigen.
Verschillende landen en vorsten voeren de adelaar dan ook in hun wapen; denk maar aan het wapen van Duitsland en aan de Doppeltadler van Oostenrijk. Werd de zoon van Napoleon Bonaparte niet "adelaarsjong" genoemd?
De adelaar is ook het eerste voorbeeld, door Winkier Prins onder "Heraldiek" aangevoerd.
Geen wonder, dat de gouden arend ook hier gevreesd is. Ten onrechte, want hij neemt in hoofdzaak kadavers aan en zal, als hij in de lammertijd behalve de nageboorte ook een jong dier tracht te pakken, alleen kansen hebben op weinig levensvatbare exemplaren. Volwassen schapen zijn niet bang voor de golden eagle en verdedigen hun kroost tezamen en in vereniging tegen vos, wilde kat en adelaar. Misschien zag u wel eens een plaatje van arenden, die een gems van een rots richel trachtten te doen vallen? Mogelijk komt zo iets in Oostenrijk voor - maar hier zijn geen gemzen en hier vallen arenden niet aan.
In een boekje over het vroegere Schotse leven kunt u een plaatje aantreffen van een man die, aan een touw hangend en bezig een arendsnest te plunderen, door een levensgrote adelaar werd aangevallen. In zijn afweer had de man met zijn Wat dat vliegbeeld betreft: de buizerd is ronder van vormen, heeft verhoudingsgewijs breder vleugels en korter staart dan de adelaar. De laatste heeft een frontlijn als een vliegtuig, een lange rechthoekige staart en langer vleugeltoppen (vingers) dan de buizerd. Beide vogels hebben overigens aan de onderkant der vleugels grote lichte vlekken, die bij volwassenheid kleiner worden. De goudarend, die pas met 5 jaar volwassen is, heeft (afgedacht van genoemde lichte vlekken) kleuren van bruin, lichtbruin en goud.

Hiermee zouden we kunnen volstaan.
Maar er is natuurlijk veel meer van te zeggen en graag doen we dat.
Het is niet toevallig, dat de adelaar - waarvan de gouden variant het meest verspreid is van alle soorten in de Bijbel *) en in de litteratuur zo bekend is geworden. Hij speelt onder de roofvogels dezelfde rol als de lange mes het touw, waaraan hij hing, halverwege doorgesneden! De tekening is suggestief en roept de vraag op: zou het half doorgesneden touw de man hebben kunnen dragen - of zou de adelaar de man de terugweg onmogelijk hebben gemaakt? De vraag behoeft geen antwoord: het beeld is surrealistisch, gaat boven de werkelijkheid uit.
Toch weten we van een Amerikaan die, tijdelijk op het nabije eiland Muil woonachtig, voor zijn inwonende schoonmoeder een jonge adelaar uit zijn nest haalde, aan haar toonde en vervolgens naar zijn hoge woonplaats terugbracht! Hij moet wel dikke Ieren handschoenen hebben gebruikt.
Onnodig te zeggen dat dit grapje niet door de beugel kon: deze vogels zijn volledig beschermd.
Dat mag dan ook wel, want ze hebben uiteraard hun betekenis voor het natuurlijke evenwicht: ruimen zieke en dode dieren op, houden de gezonde exemplaren weerbaar, vormen een speciale attractie van de schone natuur in dit schone land en een uitdaging voor elke natuurfotograaf. (Waarvan er wel eens een te hoog klimt.) Laten we eindigen met een oud Schots verhaal over de adelaar en de mens. U kunt het als overlevering beluisteren op de ceilidhs, de avonden van muziek, zang, dans en vertelkunst.
Een landarbeider hield tijdens het werk een oog op de zuigeling, terwijl zijn vrouw naar huis was gegaan om het eten klaar te maken. Nog net zag de goede man, hoe een reusachtige vogel het kind uit zijn mandje tilde en ermee over een meer wegvloog.
Daar ging het familiekapitaal! In der haast werden vrouwen buren gewaarschuwd en werd de vogel per boot gevolgd naar de overkant van het loch, alwaar mensen hun het nest wisten te wijzen. Een wanhopige klim naar het hoge nest werd ondernomen.
Bleek, dat het alleen van boven af toegankelijk was en aan een steile rotswand hing.
Vanaf een hoger rotspunt werd nu een knaap van zeven jaar aan een touw neergelaten, om in het nest te kijken. Op zichzelf geen ongewone zaak - voor het rapen van eieren werd dit vroeger op de eilanden vrij algemeen gedaan. De jongen riep echter, dat het kindje nog in het nest aanwezig was! Volgens zijn opdracht tilde hij het wicht op en werd omhoog gehesen. Daar aangekomen bleek de baby vrijwel ongeschonden en in leven te zijn. Het kind werd in grote blijdschap naar huis teruggebracht, de jongen werd gehuldigd en het verhaal doet op winteravonden nog steeds de ronde. Onnodig te zeggen, dat het jochie jaren later de vroegere baby - die nu een leuke meid bleek te zijn - ontmoet, en haar overeenkomstig de spelregels gehuwd heeft. Jazeker, nog lang en gelukkig, dank u.

*) In de Bijbel komt de arend of adelaar plm. 30 keer voor. Niet alleen bij de grote en kleine profeten en in de dichterlijke boeken, maar ook in de Openbaring. Vooral trekt het uw aandacht, dat de Heere zijn Goddelijke bemoeienis met Zijn volk illustreert met het gedrag van de adelaar, zie Ex. 19 : 4 en Deut. 32 : 11.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief