Tweerichtingsverkeer
2011-07-08
Tot het werk van een geestelijk verzorger behoort ook het leveren van een bijdrage aan de bezinning in de organisatie.- Jaargang 55
- nummer 14
Men verwacht van de geestelijk verzorger dan een ‘beschouwende’ bijdrage. Zo kwam het dat ik werd uitgenodigd op een plaatselijke ontmoeting met vertegenwoordigers van onze zorginstelling, kerken en welzijnsorganisaties voor een beschouwing over wat ‘zorgen’ nu eigenlijk is.
Tal van denkers hebben over deze vraag nagedacht en ik heb uit hun werk rijkelijk geput. Een van de meest inspirerende gedachten vind ik de gedachte van het tweerichtingsverkeer in de zorg. In de zorg gebeurt er niet alleen iets met degene die verzorgd wordt, maar óók met degene die zorgt.
Ik merk dat duidelijk in mijn eigen werk.
Gesprekken doen iets met de ander. Dat laten ze bijvoorbeeld blijken met een uitspraak als: ‘kom je nog eens gauw weer?’ Maar de gesprekken laten mijzelf ook niet onberoerd. Soms springen de tranen je daarbij in de ogen. Een breekbare vrouw neemt op mijn uitnodiging in eigen woorden afscheid van haar stervende man: ‘Jan, ik kan je niet missen jongen, maar ik weet dat ik je terug moet geven aan God’. Iemand is net opgenomen met de diagnose ‘Alzheimer’. Op mijn vraag hoe het met hem gaat, zegt hij zoekend en tastend naar woorden: ‘het is zo vreemd…, ik ben…anders, er is iets weg…geglipt.’ De tranen in je ogen zijn meer dan sentiment. Dit zijn momenten van diepe menselijkheid en je staat dan voor het mysterie en de tragiek van leven. Je voelt je bevoorrecht dat je getuige bent van deze momenten en je denkt lang over na over de betekenis ervan voor je eigen leven.
Ook in de dagelijkse zorg is zorgen tweerichtingsverkeer.
In die heel gewone handelingen van eten geven, wassen, verband aanleggen, gebeurt er iets belangrijks tussen mensen. Wát is dat precies? Ik heb het in mijn verhaal ‘bestaansbevestiging’ genoemd. Degene voor wie gezorgd wordt voelt op een of andere manier ‘Ik ben blijkbaar zo waardevol, dat men voor mij wil zorgen’. (En de kunst voor de zorgverlener is natuurlijk om die waardevolheid naar de ander toe te communiceren in de manier waaróp je wast, aankleedt, aanspreekt etc.). Maar degene die zorg verleent ervaart ook iets. Hij/zij voelt op een of andere manier: ‘Hoe waardevol moet de ander mij wel niet vinden, dat hij/zij mij zo intiem toelaat in het leven, Wie ben ik dat ik dit doen mag?’. Zo worden zorgvrager en zorgverlener beiden bevestigd in hun waardigheid als mens. Beiden ervaren ‘ik doe ertoe als mens’. Zo is zorgen geen plicht of noodzakelijk kwaad, maar kan het ervaren worden als een vreugde waarin het mens-zijn gevierd wordt.
Zo ging ongeveer mijn ‘beschouwing’ over de zorg.
Na de vergadering loop ik naar de auto terug met een moslimvrouw. Zij werkt in een van onze verzorgingshuizen in de kantine. Maar ze doet meer dan dat. Bij moslimmensen die het moeilijk hebben reciteert ze Koranteksten in het Arabisch.
‘Dat hebben mensen nodig, daar worden ze rustig van’, vertelt ze. Ze komt uit een ander milieu dan ik en heeft een andere religieuze beleving. Toch had ze veel herkend in mijn toch aardig beschouwende verhaal en vertelt er enthousiast over. Haar familie vond dat ze te ver ging in haar zorg voor de bewoners, maar ze trok zich er niets van aan. ‘‘Ik vind het gewoon zo fijn om te doen.
De volgende keer kom ik weer hoor…’, zei ze enthousiast.
Ik zag in haar gezicht de vreugde van het zorgen weerspiegeld.
Job Smit is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde.