Zoutvaatje of gouden enveloppe?

2011-07-08
  • Jaargang 55
  • nummer 14
Eindelijk was het zo ver: de ‘nacht van de theologie’ brak aan. Voor goedgeklede gasten, live muziek en voor voortreffelijk eten en drinken was gezorgd. En dat alles op een prachtige locatie: de Hermitage in Amsterdam.
Het leek zowaar een echte gala-avond.

Een nacht van de theologie – waarover moet dat dan gaan?
‘Theologie gaat over alles’, was het motto van de avond van deze 21e juni. Maar als theologie over alles gaat, waarom spelen theologen dan nauwelijks een rol in het publieke debat?
Een goede vraag.

Theologeneiland
In het debat tussen theologen van allerlei snit hield Jan Willem Wits (ooit hoofd communicatie voor de RKK, nu werkzaam bij KPMG) het er op dat theologen graag op hun eigen eiland verblijven en niet beseffen hoe groot de kloof is tussen hen en de maatschappij. En dat is in zijn ogen jammer, want theologen hebben wel degelijk iets bij te dragen. Ze zijn gevoelig voor taal. Ze zijn verhelderaars. In politieke discussies over bijvoorbeeld het rituele slachten zouden juist zij kunnen uitleggen wat er allemaal bij komt kijken. Zij zijn ‘moderne sjamanen in een geseculariseerde wereld. Wij kennen de rituelen en de verhalen die mensen richting kunnen geven’, aldus Ganzevoort (Eerste Kamerlid Groenlinks).
Zo onderstreepten de verschillende sprekers hoe belangrijk de theologie kan zijn voor de samenleving. Maar was deze avond niet tegelijk een illustratie van het probleem? Al die theologen van verschillend pluimage: professoren, predikanten, priesters, journalisten, schrijvers en mediapersoonlijkheden zaten daar in een veilig onderonsje met elkaar te debatteren op het eigen theologeneiland?!

Alternatief
Er kwam scherpe kritiek uit onverwachte hoek, namelijk uit de tuin van de Hermitage. Daar was de zogenaamde Contrastnacht aan de gang, een heus alternatief voor de officiële ‘Nacht van de Theologie’. En daar buiten in de tuin werd anders, maar niet minder serieus gewerkt en nagedacht over de theologie in relatie tot de samenleving. Daar was het motto: theologie ligt op straat, niet in een museum. Ook daar was live muziek, maar gezongen door een daklozenkoor. Ook daar had men te eten en te drinken, alleen was dat door de aanwezigen zelf meegebracht. Buiten in de tuin was geen dresscode en iedereen mocht binnenlopen. De uitgenodigde sprekers probeerden hun toehoorders te inspireren aan de hand van de zaligsprekingen. Wie is gelukkig te prijzen?
Inger van Nes, één van de organisatoren van de Contrastnacht (samen met de journalist en publicist Karel Smouter en Johannes van der Akker), maakte halverwege de avond de overstap van de tuin naar het museum en sprak de chique geklede gasten als volgt toe:

Wij lopen in de Hof van Heden, u zit hier in een museum.
Is dat een contrast?
Vanaf de Nieuwe Herengracht gezien, de hemel of de stad,
zou ik zeggen: Nee.
Als ze ons al zien – en die kans lijkt me gering -
dan zien ze antieke gebouwen,
hoger opgeleide en bovendien, zeer welgeklede mensen.
En ligt daar nu niet precies het probleem:
zijn wij nog wel een contrast?
Zijn wij, als volgelingen van Jezus, als theologen,
wel in staat om een ander verhaal te vertellen?
Een ander verhaal dan:
gelukkig zijn de winnaars van de avond.
Gelukkig is het nieuwe mediagezicht?
Het is als met een instrument:
als er geen verschil tussen de tonen is,
hoe kan men dan horen welke melodie er wordt gespeeld?
(1 Korintiërs 14:7)
Hoe kunnen wij dus spreken van relevantie,
als onze definitie van geluk,
hetzelfde is als die van een doorsnee boekenbal?
Ons enig bestaansrecht is misschien wel het contrast:
zoals de dag niet bestaat zonder de nacht,
zo bestaan wij niet zonder de kracht van God.
En daaruit leven, schept ook verplichting.
Wees het zout der aarde, dat is onze enige opdracht.
Maar als het zout zijn kracht verliest,
als we enkel nog stamelen over ‘happiness’ en ‘zin’
hoe zullen jullie het zout zijn kracht dan teruggeven?
Bij deze geven we jullie een cadeau,
een herinnering aan contrast.
Voeg smaak toe aan de samenleving,
zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen, en…
bewaar onder elkaar de vrede. (Marcus 9:50)

Bruggen bouwen
Alle gasten kregen een zoutvaatje mee naar huis, ter inspiratie.
Iemand aan mijn tafel vroeg: ‘Ben ik cynisch als ik dit gebaar een beetje flauw vind?’ Ja, wel een beetje cynisch. Want geeft dit geen stof tot nadenken? Hoe relevant is de theologie voor de maatschappij wanneer ze zich zichtbaar wil maken door een avond als deze? Een protestants boekenbal waar de wijn rijkelijk vloeit en awards worden uitgereikt.
Toch kun je ook wel weer zeggen dat die prijzen terecht kwamen bij mensen, die ergens in dat weidse veld van de theologie zoeken naar wegen tussen theologie en cultuur. ‘De Bijbel cultureel’ onder redactie van Marcel Barnard en Gerda van der Haar werd uitgeroepen tot de beste theologische publicatie van het jaar. Dat was wel in lijn met het motto van de avond. De schrijvers (o.a. Peter Sierksma) van dit boek wisten erg goed de kloof tussen religie en cultuur te overbruggen. Alles gaat over theologie. Er zijn Bijbelse invloeden te vinden in alle facetten van de twintigste-eeuwse kunst. In dit boek wordt van buiten naar binnen gedacht, niet van binnen naar buiten.
Ook de prijs voor de meest spraakmakende theoloog ging naar een bruggenbouwer, namelijk de cultuurtheoloog Frank Bosman.
Hij zoekt naar religieuze uitingen in reclames, films, games, posters, videoclips en vindt ze ook. Zijn bevindingen stuurt hij de wereld in via twitter of via zijn eigen blog www.goedgezelschap.eu. Deze winnaars gingen naar huis met het kunstwerk ‘het hoogste woord’ van Leo Lanser. Alle andere aanwezige gasten gingen huiswaarts met een goedgevulde goodiebag. Over de tweehonderd tasjes waren zeven gouden enveloppen verdeeld. Een gouden enveloppe betekende een gratis exemplaar van de Bijbel Cultureel. Toen ik in mijn tasje keek viel mijn oog direct op het blinkende goud. Ook ik was een gelukkige winnaar.

Van het eiland af?
Was de kritiek terecht? Werd deze avond gekenmerkt door het goud wat er blonk of valt er toch meer te zeggen over de ‘Nacht van de theologie’? Ben ik cynisch over deze avond? Om eerlijk te zijn: nee, want het was fijn om weer een avond op een theologisch eiland te zijn. Het hoort ook bij de theologie. Dat is toch veelal afstand nemen, reflecteren, bezinnen en op nieuwe en oude gedachten komen. Misschien dat de opzet in de tuin beter geslaagd was. Minder uiterlijkheden, toegankelijk voor een breder publiek en meer inhoud. Maar feit blijft dat theologie vooral bedreven wordt op een eiland: in de studeerkamer, in een museum, in een tuin. De vraag is of men in deze nacht voldoende geïnspireerd is om vervolgens weer van het eiland af te komen en de brug te slaan naar de samenleving. De tijd zal het leren.

Judith Cooiman-Bouma MA is predikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief