Ouderling en kerkelijke tucht vandaag (2)
1985-12-13
2. De wereld waarin we leven - Jaargang 29
- nummer 48
Secularisatie
We hebben als ambtsdragers onze dienst te verrichten en dus ook tucht te oefenen in deze tijd. Wanneer we de tijd waarin we leven willen typeren dan moet de term "secularisatie" vaÏlen. Volgens het woordenboek is secularisatie: iets, b.v. geestelijke goederen wereldlijk maken, verwereldlijken.
Wonderlijk genoeg is het evangelie de instantie die de stoot gegeven heeft tot onttronen van machten, afgoden in het verleden die de mensen in hun greep hadden. Allerlei taboes van bij geloof en wangeloof werden door de komst van het evangelie doorbroken en overwonnen. Thans, kun je zeggen, is een beweging aan de gang waarbij de mensen op soortgelijke wijze afscheid nemen van de waarden en de inhoud van het christelijk geloof.
Postchristelijk
We bevinden ons, zo wordt wel beweerd, in een postchristelijke een na-christelijke tijd. De mens van vandaag heeft in vele opzichten met God afgerekend.
Hoewel het geraamte van wat het christelijk geloof bracht nog voor een deel overeind staat. Het geloof in het evangelie heeft geleerd niet bang te zijn voor machten die ons leven bedreigen. Thans is het zover gekomen dat de mens, die zich van God heeft losgemaakt; ook niet meer bang is voor God.
Individualisatie
Sinds de renaissance is een beweging op gang gekomen waarbij de mens niet meer verschrikt wordt door bliksems noch door gemompel over goden of des hemels grommende wrok, maar alleen nog vertrouwt op eigenscheppende autonomie (Theun de Vries, Ketters, pag. 499).
De secularisatie heeft geleid tot individualisatie, zoals het heet. We zijn terecht gekomen in het "ik-tijdperk": Ik denk, ik vind, ik wil....met leuzen als zelfbewustheid, zelfontplooiing, desnoods ten koste van de ander. De Duitse ethicus prof. Helmut Thielicke heeft eens in een artikel in het geïllustreerde tijdschrift Stern opgemerkt: "Deze naar binnen gekeerde concentratie op zelfverwerkelijking en het zichzelf gelukkig maken de van het ego houd ik voor .het eigenlijke grondeuvel" (overgenomen in Credo, ge jaargang, nr. 4, pag. 34, mei 1982). Dat is dus de diepste wortel van het kwaad van onze moderne samenleving volgens deze geleerde.
Statistiek
Hoe onrustbarend de secularisatie in vergelijking met vroeger is geworden toont ons de statistiek.
Waren er in 18502% buitenkerkelijken, men vreest dat het in 2000 65% van de bevolking zal omvatten. Momenteel zijn er 200 verschillende actieve godsdienstige gezindten in Nederland (waaronder aanhangers van de Islam: 260.900 in 1981). Sinds 1966 is tot 1981 het percentage van wie Gods bestaan ontkent, verdubbeld. Van elke 100 mensen zijn 57 kerkelijk waarvan 16% ongelovig en 41% gelovig, terwijl 9 van de 41 onkerkelijken zegt ook gelovig te zijn. (Gelovig moeten we hier nemen in de zin van: denken dat "er wat bestaat, dat er een god is". Gegevens' ontleend aan Handboek' Pastoraat I) Wat begint op te vallen vandaag is dat de secularisatie algemeen aan het worden is. En vanzelfsprekend. 't Is de meest gewone zaak van de wereld als iemand je zegt nergens meer aan te doen. En wie dat zegt voelt zich daar happy bij, het verontrust hem/haar niet. De leegte van, het bestaan zonder God kan immers worden opgevuld met heel veel vooral materiële zaken, die het leven veraangenamen.
Atheïstisch levensklimaat
We bevinden ons in een atheïstisch levensklimaat. Misschien hebben we te maken met een voorloper van de grote afval die aan de komst van de mens der zonde voorafgaat, zoals Paulus ons in 1 Thess. 2 meedeelt. De mensen vandaag gaan meer en meer het beeld vertonen van 2 Tim. 3 : 1-5: In de laatste dagen zullen zware tijden komen. Niet omdat er milieurampen of iets dergelijks plaats vinden maar; de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God... Deze negatief ingestelde mens - negatief tegenover God - verbeeldt zich ondertussen erg veel, denkt mondig te zijn, vrij, niet gebonden door wetten van boven of waarden van beneden.
Demonische invloed
Hierachter werken demonen. Op de vraag van de slaven in de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe (Matth. 13:24 e.v.): Hoe komt de (Gods) akker zo vol onkruid, antwoordt de Heer: Een vijandig mens (de duivel) heeft dat gedaan. Wanneer een akker vol onkruid zit dan heeft dat onwillekeurig gevolgen ook voor de goede planten: die kunnen daaronder lijden, ze blijven klein, schraal, zijn minder florissant. De algemeenheid en vanzelfsprekendheid van de secularisatie dreigt de christenheid te vergiftigen. Vele christenen, met name jongeren, weten vaak niet dat wat ze doen verkeerd is. En vele ouderen voelen zich min of meer verlamd tegenover het andere, vreemde, "nieuwe", dikwijls brutale dat zich aan hen voordoet.
(wordt vervolgd)