Die dood ontbloot
1985-12-13
Die dood ontbloot, door ds Wouter ten Haaf. - Jaargang 29
- nummer 48
(Opbou Publikasies), Lydenburg (Z.A.) 1984.
Dit boekje van 136 bladzijden bevat ongeveer 60 "dagstukke oor die Christelike Toekomsverwagting".
"Ons leef", zo zegt de auteur, '"In 'n tijd waarin gedagtes aan en gesp rekke oor die dood dikwels doelbewus vermy word.". Hij beoogt "om in die lig ,van die Skrif na die dood te kyk. Daaruit salons vind dat die Bybel ons die dood in 'n positiewe lig laat sien, om die heerlike troos wat die Skrif ons gee te beklemtoon en om te wys op die léwende toekomsverwagting wat elke gelowige het." (3) Een bijzonder goede zaak. Onderwijs en pastorale zorg, beide ontvangen ze aandacht. Ds Ten Haaf begint met de vraag "wat is die dood?" en gaat met z'n lezers uitgebreid verschillende Schriftgedeelten na, o.a. de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus, de opwekking van Lazarus in Bethanië, het evangelie voor de moordenaar aan het kruis.
Ook komen passages uit 2 Kor. 4 en 5 ter sprake (de aardse tent en het gebouw bij God) en tenslotte volgen verklaring en toepassing van enkele afzonderlijke teksten. De schrijver brengt zijn gedachten duidelijk el). eenvoudig onder woorden en de Zuid-Afrikaanse taal laat zich vlot lezen, zij het soms met enige inspanning. Het is een goede zaak zich te bezinnen, op het levenseinde en vragen rondom het “en dan?” niet uit de weg te gaan. En niet enkel voor de ouderen. Aan de troost, die we in Gods Woord ontvangen over de dood gaat toch zeker een breed onderricht vooraf.
Daarom is het goed een boek als dit ter hand te nemen. Vraagt U echter "dit boek?" dan antwoord ik niet bevestigend. Integendeel. Want het roept bij lezing telkens de vraag op: is dit wel zó, spreken de, Schriften zó over de dood of domineert hier zonder meer, een traditionele gedachtegang? De gelijkenis uit Lucas 16 wordt bijv. niet gelezen vanuit het doel, dat de Here Jezus met zijn onderwijs beoogde (gebruik je bezit zoals de HERE dat wil; je moet daar eens verantwoording van afleggen en dan ), maar minutieus wordt getracht alle details van het verhaal stuk voor stuk 'en eigen betekenis te geven (de schoot van Abraham, de kloof, het spreken, het herkennen van de ander e.d.). Dat roept herinneringen op aan de kerkelijke levensgemeenschap van vóór de oorlog. Exemplarisch zei men toen.
Trouwens, dat kom je bijzonder tegen in de hoofdstukken, die handelen over "Wat is die siel?", een vraag die destijds eveneens actueel was en zelfs leidde tot synodale uitspraken in 1944. Is de ziel onsterfelijk, heeft ze een zelfstandig bestaan, blijft de dood beperkt tot "het lichamelijke, heeft ze een zelfstandig bestaan, blijft de dood beperkt tot "het lichamelijke"? Daarop antwoordt ds. Ten Haaf: "Die liggaam is dood maar nie die siel nie. Die menslike lewensaktiwiteite het duidelijk sigbaar .verdwijn ( ) Die liggaam is wel "doodgemaak maar die siel kan deur geen mens' doodgemaak word nie." (119). Is dit alles zó? In 1 Tim. 6 : 16 lezen we dat de Here Christus alléén onsterfelijkheid heeft en dat wij die eerst aandoen ná de opstanding uit de doden (1 Kor. 15: 53, 54). Voorts ook dat het loon van de zonde de dood is en dat die tot alle' mensen (in hun totale levensactiviteit) doorgaat.
Zó is onze Here Jezus echt gestorven, helemaal, om door Zijn (totale) dood ons de genade van God, het eeuwige leven, te' kunnen geven (Rom. 6 : 23).
Je vindt in dit boek, en dat is heel opmerkelijk, geen afzonderlijk hoofdstuk over de laatste vijand, de dood, evenmin als ook het onderricht over het zaaien in verderfelijkheid uit 1 Kor. IS een plaats heeft. Wel lees' je "dat die tydelike liggaamlike dood, dus die 'sterwe, geen straf op die sonde is nie. Dit is 'slegs' die middel om die goddelose mens van die begin van die loswees van God te brinz na die definitiewe loswees van God in die hel" (13). En Rom, 6 dan? Hoewel, als gezegd. het boek aansluit bij een traditioneel-christelijke gedachtegang, opent het niet rijkdom van de Schriften, die zowel spreken van de ernst van de zonde en Gods straf daarop, als van Zijn genade ,die ons doet roemen in de overwinning op dood en graf, 1 Kor. 15: 57. In een boekbespreking volsta je met iets aan te stippen. Het ware te wensen dat een bredere uitwerking van dit onderwerp nog eens in ons blad aan de orde komt. Ds. C. Vonk heeft daarover in "De Voorzeide Leer", deel 1b, weliswaar uitvoerig geschreven, maar dat is ook al meer dan twintig jaar geleden.