Pastorale notities

1984-03-10
  • Jaargang 28
  • nummer 10
Velema van Nunspeet sprak in Zwolle voor “De Christenvrouw" over het onderscheiden der geesten. Hij noemde de kwade geest van de secularisatie: het leven wordt onttrokken aan de zeggenschap van God en de relatie tot de Heer functioneert niet meer.
Als voorbeeld noemde hij: een predikant die bij een pastoraal bezoek niet meer bidt.
Misschien heeft hij met dat voorbeeld een predikant op het oog gehad, die nooit bidt als hij op bezoek is. Het is niet nodig om te schrijven dat het in Zwolle zo niet gezegd of zo niet bedoeld is: dat zinnet je uit het verslag in een krant is voor mij niet meer dan een handvat om het probleem eens beet te pakken van het bidden tijdens het pastoraal bezoek.
Ik weet hoe dat gaat. Dominee komt ergens op verjaarsvisite, in een kring van, bijvoorbeeld, wat oudere dames.
Het is daar een drukte van jewelste.
Er worden grapjes gemaakt over het "lijnen", als de schaal met taartjes rondgaat. "Laat ik deze keer maar eens zondigen, je bent tenslotte niet elke dag jarig". Dominee zou na een halfuur weer willen opstappen, maar hij weet dat van hem verwacht wordt, dat hij dan eerst een "gebed zal doen". Daar ziet hij tegenop. Dus stelt hij zijn vertrek nog uit. Hij vindt dat gebed niet nodig op dit moment e'l in deze kring, maar hij moet wel.
Hij was een uur geleden nog op de kraamzaal van een groot ziekenhuis.
Ook daar een drukte van belang, bezoek, verzorging, vrolijkheid. Hij wilde na een kwartiertje wel weer opstappen, maar er wordt natuurlijk van hem verwacht, dat hij een gebed doet. Hij denkt: Moet dat nu hier, in deze drukte? De kraamheer zal toch wel met z'n vrouw gedankt hebben voor het kind van hen beiden, waarom moet ik dat overdoen? Trouwens, in de kerk zal ik ook danken voor dit kind, op de zondag na de geboorde en vooral een paar weken later als het gedoopt wordt. Waarom moet ik uitgerekend nu gaan bidden, in deze drukte? Er komt al weer een zuster binnen met nieuwe bloemstukjes en met post, dat brengt weer nieuwe vrolijkheid, wie zit er nu te wachten op een domineesgebed?
Maar als hij het straks niet doet, houdt hij het ellendige gevoel dat hij voor z'n taak niet berekend is en dat hij zich er maar van af maakt.
Moet dominee bij elk pastoraal bezoek bidden? De mensen kunnen toch zel] ook bidden? Jakobus heeft over het gebed geschreven en hij noemt Elia dan als voorbeeld. Wat het gebed vermag! Doch hij zegt er nadrukkelijk bij, dat Elia net zo'n mens was als wij allemaal. Het gebed van dominee vermag niet meer dan dat van wie dan ook. Trouwens, als ik werkelijk bij elk bezoek bidden moest, werd het mij teveel. Dan zou ik gaan verlangen naar een vervroegd uittreden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief