De komeet van Hally (2)

1985-12-20
  • Jaargang 29
  • nummer 49
Hoe ziet de 11K er eigenlijk uit? Wanneer deze in december voor het blote oog zichtbaar wordt, gaat hij het sterrenbeeld Aquarius binnen als een vrij onopvallende, diffuse staartster. In tegenstelling tot de schitterende verschijningen in 1835 en 1910 zal de EK ditmaal op grote afstand voorbijgaan: de minimale afstanden op eind november en midden april zullen 40 miljoen mijlen bedragen. Wanneer de HK door de zon gaat is hij voor ons onzichtbaar, wijl aan de andere kant .van de. aarde. Bovendien is er, door de grote buitenverlichtingen in de beschaafde landen, zoveel overtollig licht in de atmosfeer gemorst, dat de waarneming ernstig gehinderd wordt. In Australië zal men een veel beter zicht hebben.

In ons land zal de komeet het best, zichtbaar zijn: tussen 22 dec. en 5 jan. laag in het zuidwesten, rechts van Aquarius, vrijwel recht boven de heldere Jupiter, De wassende maan kan hinder geven. Verder zal HK te zien zijn tussen 5 jan. en 20 jan. 1986, nu tussen zuidwest en west, laag aan de avondhemel. Wanneer HK terugkomt van de zon, gaat hij opnieuw door ons blikveld en wel van 21 april tot 15 mei. Hij moet dan zichtbaar zijn vanaf zuid tot zuid-zuidwest, laag aan de horizon.
In alle gevallen is de staart schuin omhoog gericht (van de zon af) en na midden mei verdwijnt HK weer tot ongeveer 2062. Maar daar .kunnen we niet op wachten.

Wie de komeet - met het blote oog, of veel beter: met een goede kijker, bestudeert, zal kunnen verifiëren wat de waarnemingen uit het verleden aan realisme- en fantasie hebben opgeleverd.
Want die waarnemingen liepen zo ver uiteen, dat niemand weet waar hij aan toe is. Bovendien, waar de -omlooptijd van 'HK vrijwel een mensenleven duurt; zijn er maar weinigen onder ons, die in 1910 de komeet bewust hebben waargenomen en zich de vorm herinneren.
Het Chinese bericht over een "broomstar", een ster met iets als een stalbezem achter zich aan, ligt niet ver van de fotografische waarheid.

Het Tapijt van Bayeux geeft HK's verschijning in 1066 weer. Het tekende de komeet als een Lange steel, met aan een uiteinde een soort hark met acht tanden en aan her andere uiteinde iets als een dekzwabber. Het is fantasie, geborduurd 5-10 jaar na de verschijning.

De komeet van 1145, door de monnik getekend, bestaat uit een ster in een cirkel, waarvan naar rechts 4 golvende linten uitstralen. In 1304 voltooide de kunstenaar Giotto di Bondone zijn fresco's naar het leven van Jezus, in de kerk van Padua. Hij gaf de door hem in 1301 waargenomen HK weer als de ster van Bethlehem! Staande boven de stal, waarvoor de Oosterse - wijzen knielen, is de ster een lichtgevende bol, die een uitlopende staart achter zich sleept. Deze afbeelding komt de foto van 1,910 verrassend nabij, Albrecht Dürer daarentegen (1471-1528) gaf in zijn houtsnede "Melancholia" de komeet wel erg mooi, maar weinig realistisch weer. Hij heeft de HK dan ook nimmer in zijn leven gezien.

In 1576, dat is tussen twee verschijningen in, schreef Leonard Digges: "Kometen brengen verwarring in de hemel, wijzen op aardbevingen, hongersnood en rampen voormens en dier". Hij illustreerde dit door tempelgevels te laten omvallen. Zijn komeet is een enorme lichtcilinder, die als in 837 de halve hemel bedekt. In een boek van Joharm Helvelius (1668) staan acht schetsen van diverse kometen getekend, waaronder HK. Het lijken fazantenveren, hoewel de vorm niet gek is.

Naar aanleiding van de verschijning in 1835 hebben goudsmeden kostbare sieraden als hangers en broches nagelaten, die- alle de schitterende HK van dat jaar nabootsten. U kunt ze in musea bewonderen. Erger werd het in 1910, toen de HK - per saldo een. geschapen hemellichaam - gebruikt werd voor platvloers vermaak, volksmuziek en reclame.
Onze eigenste Philips maakte een reclametekening: een gloeilamp meteen lange nasleep.
Een koffiebrander adverteerde met fijne koffie met een lange nasmaak: En zo voort.

De tekening van Otto Struve in 1835 is al genoemd: nauwkeurig als een fotografie en gelijkend op wat de foto's van 1910 brachten, De foto's uit 1910 zullen u wel bekend zijn: de komeet is daar een heldere peervormige lichtbron, die in een donker wordende staart uitloopt, in welke staart diverse lichtpuntjes, wellicht uitgestoten - delen, worden gezien. Wie deze omschrijving te omslachtig vindt neme een verse prei stronk en bezie deze van de bodem af.

En wat weten we nu eigenlijk van kometen af? Aristoteles leraarde in de 4e eeuw vC., dat een komeet een langzaam verbrandende gasbel is, binnen onze dampkring. Daar zat wat waars en wat onwaars in. Toch hield zijn theorie het duizend jaar uit.

In 1577 stelde de Deense astronoom Tycho Brahe vast, dat de afstand tot een komeet veel verder dan de maan is en dat kometen buiten onze dampkring zweven. Hier begon de wetenschappelijke studie.

In 1607 wist de Duitser Johann Kepler, dat kometen zich in elliptische banen bewegen, dat hun' gloed door' weerkaatst. zonlicht ontstaat en dat ze konden versnellen en vertragen. Hij zag de HK op 27 oktober van dat jaar. Achteraf weten we dat de "gloed" in de staart inderdaad weerkaatst zonlicht is in, de stofdeeltjes - maar dat' de geladen gasdeeltjes zelf licht geven.

Ook dat vertraging en versnelling gezichtsbedrog is, samenhangend met de elliptische weg. De Engelse Isaac Newton voegde na waarneming in 1682 zijn eigen inzichten hier aan toe. Hij wist dat er zeer veel kometenbestaan, dat ze alle elliptische omwentelingen maken en regelmatig terugkeren. Hij rekende af met de geldende mening, dat kometen parabolische banen konden hebben.

Het was de Engelsman Edmond Halley (1656-1742) die in 1682 naast Newton de HK bestudeerde, de laatste er zelfs voor interesseerde! Deze vergeleek de waarnemingen van Apianus (1531) en die van Kepler (1609) met zijn eigen waarnemingen. Zo kwam hij tot de conclusie dat deze drie kometen, dezelfde waren en dat deze elke 76 jaar terugkwam. Toen hij de terugkomst in 1759 voorspelde was de mensheid van zijn bijgelovige vrees verlost en de komeet naar Halley genoemd. Hier was een stukje schepping onderworpen.

Een komeet bestaat uit een vaste kern, gevolgd door een staart van brokstukken, grotere én kleinere deeltjes, tot stofjes van 1/40.000 millimeter doorsnede toe. De delen zijn door de zon van de kern afgestoten, maar blijven meevliegen, nadat ze als raketten snelheid aan de komeet hebben toegevoegd. De staart is meestal een diffuuseffen lichte strook, geleidelijk afnemend in sterkte. In 1910 werd vastgesteld, dat die staart een blauwachtige kleur kan hebben (van geladen gasdeeltjes) en een geelwitte kleur (van weerkaatst zonlicht op stof). Beide kleuren komen bij HK voor. De staart kan vele mijlen lang zijn; toch is de kern van HK maar 3 mijl breed.

Tot 1950 achtte men die staart een "vliegende zandbank". In dat jaar stelde echter Fred Whipple (Harvard Observatorium) vast, dat we beter van een sneeuw- of ijsbal kunnen spreken: de staart bestaat uit vuil ruimte-ijs. Bij de tocht naar de zon smelt hier en daar de oppervlakte en breekt, mede door interne spanningen, een brok los; zulke uitbarstingen zijn herhaaldelijk waargenomen, ook bij HK. Naar aanleiding van zijn laatste 3 verschijningen vermoedt men zelfs dat de HK zijn einde nadert.

De Nederlandse astronoom, prof. dr J. H. Oord (geb. 1900) die, een halve eeuw aan de Leidse, sterrenwacht verbonden, promotor was van de telescopen van Dwingelo en -Westerbork, bestudeerde niet alleen de herkomst van kometen maar ook bijzonder de Melkweg.
Alle 19 door hem bestudeerde kometen komen, zegt' hij, van eenzelfde -"shell" (bom, ontploffing, uitbarsting). Deze shell is gericht op de zon. Daarom zijn alle kometen, evenals. de planeten,' gericht op de zon, worden erdoor aangetrokken en afgestoten. Passerende sterren kunnen, door afbrokkeling, nieuwe kometen doen ontstaan. Ze zijn alle delen van ons zonnestelsel, mogelijk restanten van het ontstaan van de zon; ze zijn ver van ons verwijderd en bestaan uit opeenhopingen van vuil kosmisch ijs. Een kern kan 25 mijl breed zijn, een staart soms 200.000 mijl lang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief