Pastorale notities

1984-03-16
  • Jaargang 28
  • nummer 11
In het Kerkblad voor de gereformeerde kerken in de classis Amsterdam vonden we een beschouwing van Tt. V. onder de titel " Zijspiegel" : Op vakantie in Drenthe kwam de dominee de herder tegen. Met wel 200 schapen. Een soort collega dus. Misschien viel er iets te leren. Wat liepen die schapen eendrachtig de kooi uit. Een voorbeeld van samen op weg.
Maar nauwelijks op de hei aangekomen, spatte de kudde in alle richtingen uiteen. Wèg was de eenheid.
"Hoe krijgt u al deze schapen ooit weer bij elkaar?" wilde de dominee weten, mede met het oog op eigen kudde.
"Dat gaat zo , sprak de herder en blies op zijn fluitje. Daar kwam de herdershond aangerend. Eerst met wijde bogen, daarna in steeds kleinere cirkels draafde hij om de verstrooide schapen heen. Hij kefte tegen zwarte schapen links. Duwde zijn kop zachtjes in de flank van een lammetje. Zo maakte de hond er weer een kudde van!
"u ziet wel, meneer: zonder hond is een herder nergens. De kudde trouwens ook niet. Zo gaat dat 365 maal per jaar. In weer en wind:" En toen, bij wijze van veelzeggende toegift: "Ook als er géén toeristen zijn dus."
Wat valt hier op te steken voor het pastoraat? Ten eerste, dat uiteenvallen vanzelf gaat. Dat is geen kunst.
Daar hebben de kerken al veel te veel ervaring mee opgedaan.
Ten tweede: de grote moeilijkheid is om de mensen weer bij elkaar te krijgen, ook al zijn de verschillen niet opgelost. In zijn eentje staat een herder volslagen machteloos. Er moeten herdershonden aan te pas komen: dat is duidelijk. Als hier alleen ouderlingen mee bedoeld zouden worden, stond de zaak er opnieuw treurig voor. Daar zijn er altijd te weinig van, zeker in en om Amsterdam.
Maar als ieder gemeentelid op zijn beurt een poosje herdershond wilde wezen, dan zou je eens wat zien. Bijvoorbeeld, door niet zo ver bij de anderen vandaan te lopen. Of door vast een beetje terug te gaan. En onderweg anderen een duwtje in die richting te geven. Zonder kudde is een schaap toch nergens?
Het geheim van die fluit is niet zo eenvoudig uit te leggen, maar als er op geblazen wordt, moet een meute verse honden de vermoeide soortgenoten onmiddellijk afwisselen.
En verder? Een schaap met vijf poten heb ik niet gezien (gelukkig maar).
Wel veel verschillen in ras, kleur, kracht, grootte en eigenwijsheid. En toch een kudde.
Ik heb lang staan kijken.

We namen van dit boeiende artikel kennis via het dagblad "Trouw", dat het overnam in de rubriek: "Uit de Kerkbladen". We zijn vaak bedacht op de uiterlijke groei van de gemeente terwijl we de innerlijke groei te veel uit het oog verliezen.
Geloven is een werkwoord! Natuurlijk kan iemand vlot opmerken, dat zo'n uitspraak het intrappen is van een open deur. Maar uiteraard is het niet de bedoeling om in de taalkundige sfeer te blijven hangen. De intentie van een dergelijke uitdrukking is, dat geloven zich niet in de laatste plaats heeft te uiten in allerlei vormen van konkrete naastenliefde. En het betoon van die konkrete naastenliefde begint op het grondvlak van de gemeente van Christus al mag ze daartoe niet beperkt blijven. Het werkterrein van een christen is veel breder! Maar we zullen in de eerste plaats binnen de kring van de plaatselijke kerk laten merken, dat wij "hoeder van de broeder" zijn. Niet om de ander te bevitten en te bespieden, maar om in genegenheid voor de ander dat naar de rand opgeschoven gemeentelid er opnieuw bij te betrekken.
Dan zijn wij bezig te handelen in de stijl van Hebreeën 10 : 24: "En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief