Kerklied en gemeente (5)

1984-03-23
  • Jaargang 28
  • nummer 12

Gebruik
Nadat ik u de geschiedenis zo uitvoerig mogelijk beschreven heb, zal ik nader ingaan op het gebruik van het kerklied.

Zoals we uit de geschiedenis weten is er in ons land een periode geweest dat de psalmen betrekkelijk langzaam werden gezongen. Vanaf het midden van de 18e, in de 19e en zelfs tot in de 20e eeuw werden ze nietritmisch gezongen, wat ook langzaam was en later geleidelijk vlugger werd.
Het oorspronkelijke tempo zal zeer waarschijnlijk levendig geweest zijn, maar zonder dat er van haast sprake was.
Vanuit de historie kunnen we niet stellen, dat de psalmen in een laag tempo gezongen moeten worden.
Ik denk dat we het daarover in onze kerken wel eens zullen zijn. Voor de lofpsalmen is zeker een levendig tempo gewenst en voor de boetepsalmen nemen we een iets gematigder tempo.
Uit welke berijming we zingen in de erediensten bestaat wel onenigheid in de Ned. Geref. Kerken. In het hoofdstuk over de geschiedenis van het kerklied, schreef ik al over de berijming -1773 in die zin dat wij er toch geen genoegen meer mee moeten nemen.
Het is mij een raadsel waarom er nog steeds kerken in ons vaderland zijn die deze onbijbelse berijming blijven zingen.

Laten wij als kerken hiermee breken en er toe overgaan psalmen te zingen die dichter bij de bijbel staan en geen verouderd taalbeeld te zien geven. Ik heb genoegzaam aangetoond dat de psalmberijming die in het Liedboek voorkomt verantwoord is en dus ook door onze kerken gebruikt kan worden.

Verhogingen
In de berijming-1773 vindt men vele toevallige verhogingen. Ds Hasper, die in 1949 zijn psalmberijming uitgaf, (die praktisch niet ingevoerd is, omdat de teksten over het algemeen moeilijk zingbaar zijn, op de oorspronkelijke melodieën) liet alle verhogingen weg. Hij zou daarin gelijk hebben als de psalmen rond de 11e eeuw gecomponeerd waren. Als de melodieën na 1700 geschreven zouden zijn, hadden de componisten vele verhogingen neergezet. De melodieën van onze Geneefse psalmen zijn echter in een tijd ontstaan (de 16e eeuw) toen men kruisen plaatste, waar duidelijk een slot in zicht was.
Toch waren er al tendenzen waar te nemen, die wijzen in de richting dat er ook op andere plaatsen verhogingen werden toegepast terwille van de schoonheid.
De notatie in het Liedboek heeft in tegenstelling tot de berijming-1773, rekening gehouden met de praktijk van de tijd waarin de melodieën ontstaan zijn en geeft daar een goed beeld van.
Maar in veel gemeenten zijn we nog niet af van de onjuist gezongen verhogingen.

Voorbeelden:

Ps 23
eerste en tweede regel, de voorlaatste noot (fis i.p.v. f), vierde regel, de derde, vijfde en zevende noot (fis i.p.v. f)
27
eerste en derde regel, de achtste noot (cis i.p.v. c)
30/139
eerste regel, de voorlaatste noot (fis i.p.v. f)
36/68
eerste en vierde regel, de voorlaatste noot (gis i.p.v. g)
47
vierde regel, de voorlaatste noot (gis i.p.v. g)
60/108
tweede regel, de voorlaat-laatste noot (cis i.p.v. c)
71
vierde regel, de zevende noot (gis i.p.v. g) vijfde regel, de voorlaatste noot (gis i.p.v. g)
80
eerste regel, de derde noot (cis i.p.v. c)
91
tweede en vierde regel, de vijfde noot (gis i.p.v. g)
94
tweede regel, de vijfde noot (gis i.p.v. g)
99
tweede regel, de vierde noot (cis i.p.v. c)
110
eerste regel, de tweede noot (fis i.p.v. f) derde regel, de vierde noot (fis i.p.v. f)
123
eerste regel, de voorlaatste noot (cis i.p.v. c)
126
tweede regel, de voorlaatste noot (cis i.p.v. c)
130
derde regel, de tweede noot (gis i.p.v. g)
135
derde regel, de voorlaatste noot (gis i.p.v. g)
136
eerste regel, de voorlaatste noot (cis i.p.v. c)
137
eerste regel, de zevende noot (gis i.p.v. g)
143
eerste regel, de vierde noot (gis i.p.v. g)
150
eerste, tweede, zesde en zevende regel, de voorlaatste noot (gis i.p.v. g)

U ziet dat er nogal wat verhogingen zijn die we moeten afleren. De organisten kunnen het beste in hun voorspel deze psalmen zonder verhogingen voorspelen. Nog beter zou het zijn als ze voor de dienst geoefend zouden worden, waarbij een toelichting wordt gegeven.

Alle psalmen
Er wordt weleens gezegd, dat niet alle 150 psalmen zingbaar zijn. Dit is een grote misvatting. Door de onbekendheid van vele melodieën denkt men ze niet te kunnen zingen.
Laten we er toch maar aan beginnen om alle 150 psalmen te leren. We kunnen er toe overgaan de psalmbundel in z'n geheel af te werken, gewoon te beginnen bij psalm 1.
De oudtestamentische verbondsliederen zijn het waard om door ons allemaal gezongen te worden tot eer van onze God.
Nog te veel komt in onze erediensten voor dat men van een psalm één vers opgeeft. Dit is een onverantwoord gebruik van het kerklied. omdat vooral de psalmen als gehelen dienen te klinken, vanwege het sterke verband tussen de verzen onderling. Het behoeft geen bezwaar te zijn een psalm vaker in de dienst op te geven om zo meerdere verzen te kunnen zingen.
We moeten er de tijd voor durven nemen, want alle gemeenteleden hebben een verkondigende taak. Dat is niet alleen voor de voorganger weggelegd.
Ik schreef reeds over de toepasbaarheid van beurtzang in 't geval van veel verzen.
Ook dat kunnen we in onze kerkelijke praktijk gaan beproeven. Laten we een feest van onze erediensten maken en ook de kinderen bij de beurtzang betrekken.

Gezangen
Ik onderschrijf het standpunt van ds Waagmeester, dat de gemeente van Christus niet alleen psalmen, maar ook gezangen mag zingen. En dan behoeven we geen genoegen te nemen met de bundel Enige Gezangen (de 29 gezangen).
Zoals u al wel duidelijk is geworden, krijgen we uit het Liedboek een beeld van de zingende kerk van alle tijden, waar wij ons bij aansluiten.
In onze gemeenten behoeven we ons niet direkt te houden aan de selektie van "de" 160 gezangen. Gelukkig wordt er naar uitbreiding van dit aantal gestreefd. Hoewel ik de goede bedoelingen omtrent de werkzaamheden van de gezangencommissie niet in twijfel trek, wil ik toch een enigszins andere weg inslaan.
Een Landelijke Vergadering of Synode spreekt uit dat de kerken de vrijheid hebben om uit het Liedboek te zingen. Er wordt door deze vergadering niet geselekteerd.
De gemeenten zijn mans genoeg om dat zelf te doen. U werpt tegen dat gemeenteleden daartoe niet in staat zijn.
Voorstel: de kerkeraad benoemt een groep gemeenteleden dat zich bezig gaat houden met zaken rond het kerklied.
Dat gaat niet maar zo, zegt u.
Welnee, er dient gestudeerd te worden.
De groep verzamelt materiaal.
Ik verwijs naar het eerste deel van dit artikel over de geschiedenis van het kerklied.
Men kan voor meer informatie terecht bij de prof. dr G. van der Leeuwstichting te Amsterdam, die al heel wat baanbrekend werk heeft verricht op dit gebied. U kan tegenwerpen dat er gemeenten zijn die de mensen er niet voor hebben.
Hebt u er bezwaar tegen om bij gezangencommissies van andere plaatselijke kerken uw licht op te steken die al meer vorderingen op dit gebied hebben, of bij de liturgische werkgroep te Eindhoven?
Tot nu toe laten veel gemeenten zich van bovenaf opleggen wat er gezongen mag worden in de eredienst, maar men dient vooral aan de basis zelf te werken. Ik denk dat dit in sommige gemeenten al gebeurt en hoop dat 't in andere gemeenten ook op gang komt.
Organisten en/of cantores zullen in deze werkgroepen vertegenwoordigd :zijn, vanwege hun leidende funktie in de eredienst. Liedboekgezangen worden geregeld in Opbouw besproken door de Liturgische Werkgroep te Eindhoven. Als studiemateriaal is het op zichzelf bruikbaar.
De criteria die gelden voor de beoordeling van de liederen worden onder iedere bespreking vermeld.
Toch moeten we deze benaderingswijze omtrent het kerklied maar niet klakkeloos overnemen. Ik noem enkele belangrijke redenen. De volgorde waarin de gezangen besproken worden, is gekozen volgens de nummering van het Liedboek.
Ik zou liever zien dat men rekening hield met het kerkelijk jaar, om zodoende te vermijden dat b.v. paasliederen in de zomertijd aan de ome komen.
Kerkliederen kunnen evenmin besproken worden zonder dat er sprake is van een historische achtergrond, om er niet te gauw een negatief oordeel over te vellen. De criteria worden wat overtrokken. Er wordt te veel gecijferd.
De maatstaven die men aanlegt zouden teruggebracht kunnen worden tot: goede tekstinhoud met dichterlijke zeggingskracht en een melodie die daar direkt bij aansluit.

Verantwoord gebruik
Hoe komen we nu tot een verantwoord gebruik van het kerklied in de samenkomst der gemeente? Allereerst wijs ik op het grote belang van de voorbereiding, die niet alleen beperkt moet blijven tot de voorganger.
In de praktijk gaat het veelal zo toe: de dominee kiest de tekst voor de prediking en past zijn liederen daar bij aan. Pas op zondagmorgen weet je gemeente en (soms ook de organist) wat er gezongen wordt, Dit komt de kerkdienst niet ten goede.
Eigenlijk zou de hele gemeente cr aan te pas moeten komen. Maar dat is praktisch onmogelijk. Enkele mensen nemen de taak van de uitvoering van de kerkdienst over. Dat zijn de voorganger, de organist/cantor en enkele belangstellende gemeenteleden die een team gaan vormen.
Zij stellen een lees- en zingrooster op, waarop de psalm en het gezang van de zondag volgens het kerkelijk jaar voorkomen, aangevuld met liederen die de schriftgedeelten en de prediking beamen. De gemeente wordt tijdig op de hoogte gebracht van wat het team heeft uitgewerkt voor de eredienst, zodat de gemeenteleden zich alvast in de lezingen en de liederen kunnen verdiepen. Voor de aanvang van de dienst worden onbekende psalmen en/of gezangen ingestudeerd door de gemeente met behulp van de organist/cantor en 't liefst niet inschakeling van een cantorij, die moeilijk zingbare liederen voorzingt.
De cantor geeft enige informatie over her lied.

Het draait hierbij om:
a. Welk bijbels fundament bezit het.
b. Waar is het in de geschiedenis te plaatsen, met het oog op begeleiding en tempo.
c, Hoe is de relatie tussen woord en toon.
d. Welke plaats moet het toegekend worden in het kerkelijk jaar.
e. Moeilijkheden die kunnen voorkomen n.a.v. tekst, melodie, maat en ritme.

Zo wordt het muzikaal gebeuren in de kerkdienst niet alleen een zaak van "deskundigen", maar van heel de gemeente.
Het kerklied verdient ons aller aandacht. Laten we de handen in-een slaan, opdat Gods daden in Christus niet alleen op oude, maar ook op nieuwe wijze bezongen worden.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief