Aflossingvan de wacht
1984-03-30
De Oudtestamentische bijbelwetenschap rekent deze twee boeken tot verschillende groepen. Deuteronomium behoort tot de Thora, het onderwerp van Mozes, Jozua wordt gerekent tot de vroege profeten. Tot die laatste groep behoren o.a. ook de Richteren en I en II Samuël.- Jaargang 28
- nummer 13
Toch mogen we Deuteronomium en Jozua niet los van elkaar zien. Ze horen wel zeker bij elkaar en dat is ook heel goed te merken. Het slot van Deuteronomium en het begin van Jozua vormt de grens van twee tijdperken.
De woestijn periode is vrijwel achter de rug, de tijd dat men in tenten woonde. Een nieuwe periode breekt aan, het wonen in huizen in het land der belofte. Mozes heeft daar in Deut. 6 : 10 en 11 al op gezinspeeld: grote en goede steden, die ze zelf niet behoeven te bouwen, huizen die op de nieuwe bewoners staan te wachten.
Kanaän binnentrekken, dat is het gegevene in bezit nemen. Deze twee perioden worden gekenmerkt door twee namen: Mozes en Jozua. Mozes is de man, die het volk uit Egypte heeft gebracht, dwars door de woestijn tot aan de deur van het beloofde land: Jozua is de man, die het volk door de deur het beloofde land mag binnenleiden.
De overgang tussen deze twee boeken verloopt vloeiend en wordt gemarkeerd door de opvolging van Mozes door Jozua, zoals die beschreven wordt in Deut. 34 : 9: "Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest der wijsheid, want Mozes had zijn handen op hem gelegd." Met dit gebaar van die zegenende handen draagt Mozes ten aanschouwen van heel Israël zijn taak over aan Jozua. Je kunt hier denken aan een soort inhuldigingsceremonie, waarbij het volk getuige is en tegelijk ook de nieuwe voorganger erkent.
In de vss. 10 en 11 van Deut. 34 wordt in het kort de geweldige betekenis beschreven, die Mozes' gebed heeft voor het volk Israël. Je zou dat een soort "In Memoriam" van Mozes kunnen noemen. Een In Memoriam, waarin Mozes vooral getekend wordt als een door de Here gekende. Een man, die de Here van aangezicht tot aangezicht gekend heeft. Een man, die beschreven wordt als Israëls grootste profeet: "Zoals Mozes, die de Hete gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan.
In dit In Memoriam wordt niet de persoon van Mozes verheerlijkt, zoals je dat tegenwoordig zo vaak tegenkomt in een In Memoriam, maar Mozes wordt getekend in zijn geestelijke betekenis voor het volk Israël, Zijn geestelijke houding, daar gaat het om.
Wat hij als voorganger voor Israël gedaan heeft, daar valt het licht van de schijnwerper op. Dat is werkelijk iets prachtigs, wanneer zo aan het graf op christelijke wijze recht gedaan wordt aan iemands leven. Dan wordt alles gekoncentreerd op wie hij of zij was voor de Here. En dat je dan zeggen mag: hij was een gekende van de Here. Geen holle frasen, geen mooie woorden, geen persoonsverheerlijking, maar een geestelijk testament wordt hier uitgesproken.
Wanneer je over het leven van een gestorvene het licht laat vallen van Gods evangelie, dan word je bewaard voor persoonsverheerlijking of persoonsverguizing.
Mozes was een man van groot geestelijk gewicht en hij wordt nu opgevolgd door een betrekkelijk jonge man, Jozua, die als dienaar van Mozes wel enige ervaring heeft opgedaan.
Het verschil tussen Mozes en Jozua wordt in vs. 1 heel fijntjes omschreven.
Mozes heet hier: de knecht des Heren en Jozua wordt genoemd. de dienaar van Mozes.
Mozes wordt vooral getekend in zijn relatie tot de Here, knecht des Heren heet hij, een eretitel, die ook onze Here Jezus droeg.
Jozua daarentegen wordt getekend in zijn relatie tot Mozes. De dienaar van Mozes, de rechterhand van Mozes.
Tussen Jozua en de Here staat nu aan het begin nog de geestelijke gestalte van Mozes. Pas aan het einde van het boek Jozua blijkt dat ook Jozua zich de eretitel "knecht des Heren" verworven heeft. Bij zijn dood wordt ook Jozua, de zoon van Nun, een dienstknecht des Heren genoemd.
U weet, wat die naam Jozua betekent?
Die naam betekent: de Here redt, de Here is verlossing. Wat als een belofte in deze naam ligt opgesloten, dat moet er eerst nog uitgroeien.
Daar is Jozua een heel leven mee bezig geweest, om van een dienaar van Mozes uit te groeien tot een knecht des Heren.
Wanneer u Jozua 1 doorleest, zullen een paar woorden u regelmatig opvallen.
"Wees sterk en moedig". Tot driemaal toe zegt de Here dit tegen Jozua om hem bekwaam te maken voor de taak waartoe hij geroepen is.
Dit volk binnen te leiden in het land der belofte. Aan het slot van hoofdstuk 1 klinken deze woorden nog eens een keer. Nu uit de mond van de leiders van de stammen Ruben, Gad en half-Manasse.
Daar zit iets heel moois in. Het volk heef gehoord hoe de Here Jozua geroepen heeft om Israël naar de overzijde van de Jordaan te brengen. En wanneer Jozua het volk oproept om hem te volgen, m.n. de stammen, die een erfdeel ontvangen aan déze zijde van de Jordaan, dan gaat het volk rondom Jozua staan en zegt: wees gij onze voorganger en dan vuren zij hem aan met de woorden van God: wees sterk en moedig. Wees voor ons een voorganger in de vreze des Heren.
Dat is iets prachtigs, dat is echt christelijke solidariteit, dat het volk van God rondom haar voorgangers gaat staan en hen aanvaart met het woord van de Here. Het volk funktioneert dan als een soort klankbord waartegen het woord van God terug geëchood wordt in de oren van Jozua.
Zo ga je als christelijke gemeente om je voorgangers staan. Zo werkt de bekwaammaking tot het ambt. Dat doet de Here door zijn Woord èn door zijn gemeente, die het klankbord van zijn Woord mag zijn. Geestelijke toebereiding is nog steeds de beste opvoeding.