Ingezonden
1984-03-30
De kerk van Groningen heeft, bij monde van haar predikant, ds M. R. van den Berg, in de artikelen "Bezinning op de ambten (diensten)" een discussie op gang willen brengen, Daarop is gereageerd door ds W. H. Louwerse te Langerak, in een aantal artikelen "Monocultuur en monorail".- Jaargang 28
- nummer 13
Ik hoop dat ook anderen zich in het "gesprek" zullen mengen.
Om ook een steentje bij te dragen wil ik reageren op de artikelen-Louwerse.
Niet op alles wat daarin geschreven is, maar op wat ik zou willen noemen de tendens ervan. Ik meen dat de schrijver bedoelt een legale plaats in te ruimen voor de gereformeerde traditie, ook als die zich verwijdert van de leer van Christus en de apostelen. Dat zou verontrustend zijn.
Dat heeft men in de tijd van de 16e eeuwse reformatie zeker niet beleden.
Men wilde zich houden aan het Woord van God en sprak dat o.a. uit in artikel 7 van de Nederlandse geloofsbelijdenis.
Ook in artikel 32, waar het heet dat de regeerders der kerk "zich wel moeten wachten af te wijken van hetgeen Christus, onze enige Meester, geordineerd heeft" blijkt een zelfde voornemen.
Men heeft dit zo gewild, maar niet altijd gedaan. Was het er in de praktijk toch niet dóór te krijgen? Of hebben ze bij hun goede intenties de remmingen ondervonden van de tradities van hun tijd? Was de geest wel gewillig, maar het vlees zwak? Maar het ontbrak hun niet aan de ootmoed om te erkennen dat op het gebied van de regering der kerk de wijsheid slechts uit God is, en niet uit de mensen.
Reformatie
Omdat alle mensenwerk gebrekkig is, is ook elke reformatie maar stukwerk.
Echte reformatie is dan ook niet: terugvallen op vroegere geslachten, terugkeren tot belijdenissen en kerkelijke formulieren uit de bloeitijd van de grote reformatie, maar terugkeer tot de leer van Christus en de apostelen. Maar ook dan zal het wel stukwerk blijven: we zijn "maar" mensen.
Wat de Here Jezus bevolen heeft
Bij zijn afscheid heeft de Here Jezus zijn discipelen opgedragen (Matth. 28 : 19): leert (de volken) onderhouden al wat Ik u bevolen heb. De Trooster, de Geest der waarheid, zou de discipelen alles leren, hen te binnen brengen al wat Christus hun gezegd had (Joh. 14: 25, 26). De kanttekenaren gaven van de laatste woorden de volgende parafrase: "Dat is, zal u niets nieuws leren, maar hetzelfde wat Ik u geleerd heb, en gij niet wel onthouden hebt, wederom in gedachtenis brengen." De leer van de apostelen was dus ook de leer van Christus. In Joh. 15 : 15 had Hij tot zijn discipelen gezegd: u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.
Aan het Woord niets toe of afdoen
De opdracht aan de apostelen was een geweldige opdracht: de volken maken tot Jezus' leerlingen. Door hen te dopen en vervolgens hen te leren onderhouden wat Jezus aan zijn apostelen bevolen had.
Maar die opdracht had ook een duidelijke beperking: niets nieuws leren, maar alleen wat Christus bevolen had.
Hier ligt m.i. de principiële grens tussen Rooms en Gereformeerd. En inderdaad, dan is gereformeerd: Schriftgetrouw. Niet meér dan de Schrift leert, en ook niet minder. Zo alleen kunnen we bij de Here Jezus Christus blijven, en bij Zijn Vader.
Christus heeft zijn discipelen hetzelfde gezegd wat Mozes het volk Israël voorhield: Al wat ik u gebied zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen. (Deut. 12: 32, verg. Deut. 4 : 2, Openb. 22 : 18, 19, Spr. 30 : 5,6).
Ik moge het vorenstaande aan ds Louwerse en aan alle lezers in overweging geven.