Antwoord aan dr. D. Holwerda (1)

1984-04-06
  • Jaargang 28
  • nummer 14
In de loop van januari en februari van dit jaar heeft dr D. Holwerda in ons blad uitvoerig gereageerd op mijn artikelenreeks van vorig najaar over de zaligheid van geheel Israël. Het bleek daarbij dat hij nogal wat bezwaren had tegen mijn uitleg van de bekende tekst uit Romeinen 11 : 26. Ik wil me er nu toe zetten om in de komende nummers op deze bezwaren nader in te gaan. Deze formulering verraadt niet veel enthousiasme en dat heeft zijn reden. Dr H. heeft namelijk nogal wat technisch-exegetische zaken overhoop gehaald en het is de vraag of hij daarmee niet teveel van onze lezers geëist heeft. En deze zelfde vraag valt nu ook aan mij te stellen: wie denk je eigenlijk te bereiken met je geschrijf? Omdat ik dus niet zonder meer van de welwillendheid van mijn lezers mag uitgaan) zal ik mijn uiterste best doen om op bevattelijke wijze mijn geëerde tegenspreker van antwoord te dienen. De zaak zelf is er belangrijk genoeg voor.

Twee opmerkingen
Twee opmerkingen dienen vooraf te gaan. Vooreerst kreeg ik de indruk dat dr H. mijn artikelen heeft opgevat als persoonlijk tot hem gericht. Als hij daarin gelijk had, zou ik me inderdaad kunnen voorstellen dat hij zich door bepaalde uitdrukkingen van mij onaangenaam getroffen voelt. De stijl die ik gebruikte had hier en daar iets luchtigs en speels. Toch kan ik eerlijk verklaren dat ik niemand persoonlijk voor ogen had toen ik schreef. Ik bestreed een standpunt en geen mensen.
Had ik me bewust tot deze of gene gewend, mijn artikelen zouden er anders uit hebben gezien. Dat hoop ik deze keer te bewijzen nu ik dr H. persoonlijk te woord sta.
Nog een indruk wil ik vooraf wegnemen.
Dr H. meent dat ik me weinig gelegen heb laten liggen aan de argumenten die voor een andere uitleg van de bekende tekst over het zalig worden van geheel Israël pleiten, argumenten die hij mij bij een andere gelegenheid, zo'n twaalf jaar geleden, al eens voorgehouden had. Nu, ik kan eerlijk zeggen dat ik sindsdien over die argumenten juist zeer diep heb nagedacht.
Ik ben er voortdurend mee bezig geweest, ook wel omdat ze van meer kanten op mij toekwamen. Evenwel, ik ben er niet door overtuigd geworden.
Was ik nu gehouden om in mijn artikelen-serie, die geen diskussie-stuk bedoelde te zijn, dit met redenen omkleed aan mijn lezers mee te delen? Men kan daarover van mening verschillen, maar ik heb me daar niet verplicht toe gevoeld. Mijn uitleg van Romeinen 11 : 26 berust op enkele welbewuste keuzes terzake van een paar uitlegkundige knopen die er in de tekst liggen. Ik heb daarover geen verantwoording afgelegd. Maar nu mij met zoveel woorden naar een beredenering van die keuzes gevraagd werdt, ben ik natuurlijk bereid die te geven, zeker aan iemand die met die vraag zo beslagen ten ijs komt als dr H. Maar het zal niet gaan zonder een omhaal die ik eigenlijk minder geschikt vind voor ons blad. Toch - omdat we niets anders hebben, moet het maar.

Vier punten
Om het niet al te lang te maken wit ik me bij mijn beantwoording tot vier punten beperken, met de gedachte dat ik zo voldoende recht doe aan de uitgebrachte kritiek. In de eerste plaats de kwestie van het 'alzo', in de zin: " ... en alzo zal geheel Israël behouden worden ... ". Heeft dr H. gelijk als hij zegt dat dit woord 'alzo' hier vertaald moet worden met 'alsdan', dus: " ... en alsdan zal geheel Israël behouden worden ... "? In de tweede plaats de vraag hoe het zit met de bijzin in Romeinen 11: 25: " ... totdat de volheid der heidenen zal zijn binnengegaan".
Was het fout van mij dat ik hier de vertaling naast zette: " ... voor zolang als de volheid der heidenen binnengaat"? Is het waar dat ik daarmee de termijn die Paulus krachtens Gods openbaring aan Israëls verharding stelt, wegwerk? In de derde plaats wil ik de vraag behandelen of ik wel recht gedaan heb aan de aanhaling uit de profeten in de verzen 26b en 27 van Romeinen 11. Tenslotte wil ik enige aandacht geven aan een tekst die dr H. enkele malen vergelijkt met Romeinen 11 : 26, namelijk Lukas 21 : 24b: " ... en Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn". Is deze vergelijking wel zo lonend voor de uitleg als dr H.
het voorstelt? Het zal de opmerkzame lezer niet ontgaan dat ik met de eerste drie punten in de verdediging ben, terwijl ik met het laatste punt tot de aanval (nou ja, aanval... ) overga.

'Alzo' of 'alsdan'
Dr H. heeft met een keur van argumenten aangetoond dat het griekse woord dat in Romeinen 11 : 26 met 'aldus' of 'alzo' vertaald wordt, ook 'alsdan' kan betekenen, maar heeft hij ook aannemelijk kunnen maken dat dat hier moet? M.i. niet. De eerste betekenis van het betreffende woord is toch zonder enige twijfel 'alzo' of 'aldus'.
Er moeten goede gronden voor zijn om deze eerste betekenis te doen plaats maken voor de tweede die minder gebruiklijk is. Dit te meer, omdat de griekse taal van die dagen een keur van mogelijkheden ter beschikking stond om door middel van een bijwoord een tijdelijke volgorde van twee zaken tot uitdrukking te brengen, zoals bijvoorbeeld: 'dan' (grieks: tote), 'daarna' (gr.: meta tauta), 'vervolgens' (gr.: epeita). Laat ik enkele Nieuwtestamentische voorbeelden geven van een ondubbelzinnig 'na-elkaar' van twee handelingen of gebeurtenissen, zoals dat door zo'n bijwoord wordt aangegeven. Het eerste is Mattheüs 24 : 14: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan (gr.: tote) zal het einde gekomen zijn". Het andere voorbeeld is Lukas 17 : 8, een tekst die ook in ander opzicht wel lijkt op Romeinen 11 : 26 (zoals we verderop nog zullen zien): " ... Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna (gr.: meta tauta) kunt gij eten en drinken". Het grieks van het Nieuwe Testament heeft dus de mogelijkheid om zonder enig misverstand te wekken een tijdsvolgorde tussen twee handelingen of gebeurtenissen tot uitdrukking te brengen. Zou men dan niet mogen verwachten dat daar in Romeinen 11 : 26 gebruik van was gemaakt, juist omdat in de uitleg van dr H. (en anderen) deze volgorde in tijd van zo essentieel belang is?

Nuance-verlies
Trouwens, hoezeer het ook waar is dat het griekse woord 'hoetoos', dat is 'alzo' of 'aldus', ook wel door 'alsdan' vertaald kan worden, dan moet daar m.i. wel de waarschuwing bij om dat niet lichtvaardig te doen, omdat we dus doende toch heel gemakkelijk een betekenis-nuance verloren kunnen laten gaan. Als voorbeeld hiervoor neem ik het bekende woord van Paulus over de avondmaalsviering in 1 Korinthiërs 11 .28: "maar een ieder beproeve zichzelf en ete alzo van het brood en drinke uit de beker". Ontegenzeggelijk kan het 'alzo' in deze tekst vertaald worden met 'alsdan'. Praktisch immers komt het er op neer dat de zelfbeproeving aan het eten en drinken vooraf gaat. Maar zou hier nu niets gezegd zijn over de wijze van eten en drinken? Zou de voorafgaande zelfbeproeving geen gevolgen hebben voor de manier waarop men zich aan de tafel gedraagt? Met andere woorden: gaat die beproeving op de een of andere manier niet door onder het eten en drinken? Vers 29, dat erop volgt, zegt immers, heel letterlijk vertaald: "Want hij die eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel, wanneer hij niet (blijvend) het lichaam onderscheidt". Van het werkwoord 'onderscheiden' wordt hier in het grieks het deelwoord van de tegenwoordige en niet van de verleden tijd gebruikt; je mag daar dus niet vertalen' " ... wanneer hij niet (eerst) het lichaam onderscheiden heeft". Het onderscheiden van het lichaam (en daarbij ook de zelfbeproeving) duurt dus onder het eten en drinken nog voort. Dat nu komt beter tot uitdrukking, wanneer wij het betreffende griekse woord zo letterlijk mogelijk en dus met 'aldus' of 'alzo' vertalen: "Een ieder beproeve zichzelf en ete op die manier van het brood en drinke uit de beker". Natuurlijk tast dat de volgorde van de handelingen en dus de noodzaak van voorafgaande zelfbeproeving niet aan; het is alleen de vraag of dat zo zeer de nadruk krijgt dan het modale aspekt ('de wijze waarop') daaraan opgeofferd moet worden.
Eer: ander voorbeeld van betekenisverlies bij de door dr H. voorgestelde vertaling is Hand. 17 : 32, 33: "Toen zij nu van een opstanding van doden hoorden, spotten sommigen, maar anderen zeiden:' Wij zullen u hierover nog wel eens horen. Aldus vertrok Paulus uit hun midden." Het is natuurlijk waar dat je geen grote fouten maakt met de vertaling 'Daarna vertrok Paulus uit hun midden', maar het schilderachtige van Lukas' vertelling is er dan wel af. Het woordje 'aldus' roept toch wel het heel sprekende beeld op van een Paulus die een gehoor achter zich laat dat het palaver over de apostel nog even voortzet.

'Aldus' of 'alsdan' een tegenstelling?
M.i. kunnen we uit de genoemde voorbeelden deze konklusie. trekken: wanneer we het griekse woordje 'hoetoos' met 'alsdan' of 'daarna' vertalen, kan dat nooit een weergave zijn die in tegenstelling staat tot de gebruikelijke vertaling 'aldus' of 'alzo'; altijd zul je die twee vertalingen kunnen verwisselen zonder de betekenis van de zin ingrijpende verandering te laten ondergaan.
Maar precies hierop lijdt de voorstelling van dr H. schipbreuk.
Want bij hem is 'alsdan' niet maar een iets andere vertaling van het griekse woord dan 'alzo', nee, die twee sluiten elkaar in zijn opvatting ven de tekst uit, Bij hem immers vaIt Romeinen 11: 25 en 26 uiteen in twee fases: eerst de gedeeltelijke verharding van Israël, eindigend met de laatste heiden die binnengaat, en vervolgens iets geheel nieuws dat als een openbarings-geheimenis wordt meegedeeld 1) en dus op geen enkele wijze uit de voorgaande fase voortvloeit of er ook maar door beïnvloed is: de zaligheid van geheel Israël. De vertaling van het griekse woord 'hoetoos' met 'alzo' is bij deze opvatting een volstrekte onmogelijkheid. Dat zou immers betekenen dat de eerste fase op de een of andere wijze doorwerkt in de tweede. Het begrip 'mysterie' echter dat Paulus volgens dr H. voor die tweede fase gebruikt, verbiedt dat.
Dr H. móet hier dus 'alsdan' vertalen, onder uitsluiting van 'alzo', en dat is bij geen der genoemde voorbeelden het geval. Ook niet bij die voorbeelden die hij zelf voorts nog in overvloed noemt. Hij overvraagt hiermee het taal-gegeven dat het griekse bijwoord 'hoetoos' inderdaad soms ook wel 'alsdan' kan betekenen.

Tijd of wijze?
Het valt mij trouwens op dat dr H. de hele passage van Romeinen 11 : 2:3, 26 wel sterk in de sfeer van de tijd. trekt: de 'totdat' -zin in vs. 25 en het 'alsdan' in vs. 26. Terwijl volgens mij het geheel van de zin in de eerste plaats modaal is en in de sfeer van de wijze staat. Verder dan dr H. gaat daarin trouwens de Groot Nieuws Bijbel. Die vertaalt: " ... de ongevoeligheid van het volk Israël is maar voorlopig; ze duurt totdat de niet-Joden volledig zijn binnengegaan. En dan zal ook heel Israël gered worden ... " Hier is zelfs het modale 'ten dele' temporeel geworden: 'voorlopig', alsof er in het grieks 'proskairos' of zoiets stond. Nu wil ik dr H. deze vertaling niet in de schoenen schuiven, maar ik grijp haar aan om te waarschuwen dat er in Romeinen 11 : 25. 26 (voor wie tenminste onbevangen de tekst nadert) twee modale begrippen zitten ('ten dele' en 'alzo') tegen één temporeel begrip (de 'totdat'-zin), zodat de passage overwegend in de sfeer van de wijze en niet in die van de tijd staat; meer antwoord geeft op de vraag: hoe? dan op de vraag: wanneer?
Tot zover de eerste kwestie.

1) H. schrijft immers (in zijn derde artikel): "Er blijft dus ... m.i. niets anders over dan het 'mysterie' te zoeken in vs.
26, m.a.w. in wat na het ingaan der heidenen met Israël zal gebeuren".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief