Pastorale notities
1984-04-06
Op het spoorstation Rotterdam CS werd in vier talen omgeroepen, dat er zakkenrollers aktief waren op de perrons: een ieder gelieve te letten op z'n kleding en bagage.- Jaargang 28
- nummer 14
“Het zijn me toch tijden, die we beleven", zo reageerde iemand.
Waarbij ik later, gedurende de reis, nog emotioneler bepaald werd. In Utrecht stapten namelijk twee meisjes in. die tegenover elkaar plaatsnamen en tot de ontdekking kwamen, dat ze elkaar kenden, nog van de HAVO.
Ze wisselden elkaar levenservaring uit. De één volgde een opleiding tot bewegings-therapeut en in dat werk zat nog wel toekomst, zei ze. De andere kwam juist uit Ermelo. Ze had daar gesolliciteerd naar wat werk, gedurende de zomermaanden, bij een groep die zich met vakantiegangers bezig houdt, op kampeerterreinen.
" Want ik ben vorig jaar geslaagd aan de P.A., maar je weet misschien: bij het onderwijs kun je het wel vergeten.
Ik weet maar al te goed dat ik nooit een baan zal krijgen, echt als onderwijzeres. Ik woon nog in Delden en ik zal blij zijn als ik dat werk in Ermelo kan doen. 't Is tenminste wat.
Zo kom je de zomer door".
Ze zeurde niet, dat meisje. Ik denk dat ze jaloers geweest is op mij, zo'n oudere heer uit een andere tijd, die nog volop werk heeft en wat van z'n leven heeft kunnen maken. Zij zag het niet meer gebeuren dat haar ideaal, een eigen klas, ooit in vervulling zou gaan: iets te mogen doen, iets te zijn.
Over de jeugdwerkloosheid is al veel geschreven. Ook wel in dit blad. Het is een nood, waarin wij geen uitkomst zien. Van hogerhand worden ook weinig signalen gegeven naar de jeugd, signalen van hoop. Men schijnt te berusten in bijna een miljoen mensen zonder werk. Misschien zou het goed zijn als de koningin de jeugd eens toesprak. Uit mijn jeugd herinner ik me, hoe prinses Juliana zoiets deed, in het Nationaal Crisis-
Comité.
Deskundigen zeggen, dat verkorting van de arbeidstijd een goede uitwerking zou hebben, maar de bereidheid om een evenredig deel van loon of salaris in te leveren, is bij de werkenden niet altijd even groot.
Misschien zou dat veranderen als de regerende top in bewogen woorden en gedreven werkzaamheden liet blijken voor de nood van ons volk niet zo onverschillig te zijn als 't lijkt. We moeten met de jeugd ,en met andere werklozen te doen hebben. Ik hoop dat onze barmhartige God hen staande houdt, want het zal niet lang meer duren of zeer velen van hen zakken in ellende weg.