Ligt Jakob's steen in London? (slot)
1985-03-08
We zagen dat koning Edward I, die in 1296 de Schotse kroningssteen uit de Abdij te Scone had gestolen, al heel spoedig begrepen heeft dat hij de echte steen niet in zijn bezit had. Ook een tweede poging, in 1298, om de echte steen te bemachtigen, faalde. Die steen was ondergedoken! Abt Henry, een vurig Schoten dus anti-Engels, had de strooptocht zes weken zien aankomen en had tijdig de steen vervangen door een blok zandsteen, zoals tin de onmiddellijke omgeving van Scone gevonden werd.- Jaargang 29
- nummer 10
Toen acht jaar later koning Robert the Bruce door dezelfde abt Henry gekroond werd is de Schotse steen - zo staat in de kloosterkroniek niet gebruikt; bij de kroning zat Robert op de stoel, die, de koningen gebruikten bij hun werk. Het was blijkbaar nog te riskant om de reliek boven water te brengen. En hoewel slechts weinigen de onderduikplaats moeten hebben gekend, was elke Schot er heimelijk van overtuigd dat de dierbare steen veilig in Schotland verbleef.
Dat bleek dertig jaar later. Bij vredesonderhandelingen tussen Engeland en Schotland bood Engeland in 1328 aan: de steen uit de Westminster terug te geven.
Er werd niet op gereageerd. In het verdrag van Northampton (1328) staat niet, dat de steen is teruggegeven. Integendeel: in 1329 stelde koning Edward 11· de steen opnieuw beschikbaar Voor Schotland. Geen antwoord. Daarna bood hij aan, dat de koningin-moeder de steen zou vergezellen tot' aan Berwick (de Schotse grens) - en eindelijk is in 1363 de steen nog eenmaal aan Schotland aangeboden. Nimmer is het Schotse antwoord gevonden. Dit herkent de Schotten die in hun groezelige vuistje hebben gelachen: hun steen lag veilig bewaard op Schotse grond en de Engelsen waren bij de neus genomen. Alleen werd dit nimmer uitgesproken!
Er is wel wat gebeurd met de Londense steen. Allereerst werkte de tijd voor Londen, want zandsteen, dat aanvankelijk zeer licht van kleur kan zijn, wordt op de lange duur bijna zwart.
Wij Nederlanders weten 'dat van het paleis op de Dam. De -steen 'kreeg dus een kleur als van een meteoriet en dat bedekte veel heimelijk ongenoegen. Maar er was iets anders. De steen had bij aankomst een barst, iets dat van een meteoriet toch niet kan worden verwacht. Bij een explosie omstreeks 1900 werd de barst
een scheur. En tijdens de Schotse strooptocht in 1950 is de steen in twee stukken gebroken.
Ook dat gaf nog geen nood. Op een werf te Glasgow is de steen gerepareerd en wel zo grondig, dat van geen scheurtje of barst meer iets te zien was. Deze werf had echter in 1929 al in verband met een toen verwachte opdracht - een nauwkeurige kopie van de Londense steen gemaakt, welke nimmer was gebruikt. En nu geviel het, dat de gerepareerde steen en de vervangingssteen niet meer van elkaar te onderscheiden waren. Natuurlijk heeft de restaurateur wel geweten wat hij deed: hij stuurde zijn eigen steen naar London en schonk de gerepareerde Londonse steen aan de kerk van Dundee, Zo werden de Engelsen opnieuw bij de blijde neus genomen.
Maar nu wilt u eindelijk wel eens weten, waar de échte Stone of Scone uithangt.
Die is dus - vrijwel zeker door Abt Henry in 1296 - ondergedoken. De volksmening dacht de eeuwen door aan een heuvel enkele mijlen Oostelijk van Scone, op de grond van het kasteel van MacBeth. Zeker is, dat omstreeks 1800 een paar jonge boeren alle daar met grondwerk bezig waren. Zij troffen een verse grondverschuiving aan, die ontstaan was door de hevige regenval van de laatste weken. In een opengelegde grot vonden ze een grote zwarte steen op vier korte poten, met enkele geheimzinnige inscripties. Plus een paar bronzen plakken.
Ze hielden hun vondst voorlopig geheim, maar moeten er toch in 1818 de kasteelheer van op de hoogte hebben gebracht. In dat jaar namelijk kwam de hele zaak in een Engelse krant, die ontactisch erbij verklaarde: “Dat in dit' deel van het land (= London)
een. sterke overtuiging bestaat: dat Edward slechts een plaatsvervanger van de steen van Jacob naar de Westminster heeft gebracht". Het gaf een hele consternatie en deskundigen van naam hebben zich beijverd om aan te tonen, dat het blok zandsteen, toch wel de echte Schotse kroningssteen moest zijn en dat koningin Victoria weien terdege boven de juiste steen is gekroond. Blijkbaar wilde men voorkomen, dat ze nog eens zou zeggen: "I am not amused".
Afgedacht van zandsteen of meteoriet - er was nóg een stille getuige die het bewijs van vervalsing leverde. De Schotse koningen hadden - zo wezen de grootzegels duidelijk uit - op de steen in waardige houding kunnen zitten. Toen ze later een troon boven de steen bouwden, werd een voetenplank aan die troon gemaakt, omdat hun voeten de grond niet meer konden raken. Zo kon de hoogte van de Stone of Scone worden vastgesteld op omstreeks 50 cm; Maar de steen uit de Westminster Abdij heeft slechts een hoogte van 27 cm: Daar kan geen mens waardig op zitten! De weergevonden Stone of Scone is in 1818 voor nader onderzoek naar London gestuurd. Daar is vastgesteld, dat het een meteoriet betrof. Sedertdien is er niets meer van vernomen. De historicus Mackerracher vermoedt dat de steen nog in Londen ligt: misschien in een fundament verwerkt, misschien tot grafsteen bevorderd - maar wel verdwenen. En gezien zijn afmetingen denke niemand dat hij toch nog wel eens in de Westminster Abbij kon zijn terechtgekomen.
En wat is nu de moraal, van dit verhaal? De Lia Fail, de oudst bekende Ierse steen heette een orakelsteen te zijn: kon ,de ware van de valse kroonpretendent onderscheiden. Wie denkt, hier niet aan de Urim en Tummim, de orakelstenen die de Levietische hogepriester op het hart droeg?
Iets van de waardigheid van de Lia Fail werd langzamerhand Ook aan de Ierse exportsteen gehecht: nadat Columba erop geslapen en gedroomd had, en nadat de steen als Columba's grafsteen had gediend, heette hij Steen van Jacob. Toen hij vier en een halve eeuw was gebruikt, moest hij onderduiken. De Engelsen, die bijgelovig hoopten de Schotse kracht te breken, dachten deze afgod te stelen. Ze werden bedrogen. De Schotten, die hun afgod heimelijk verstopt wisten, stonden eveneens met lege handen. Toen ze na vele eeuwen de Stone of Scone terugvonden, verdween die eindelijk en definitief naar London, waar hij is zoekgeraakt. En de Engelsen, die eerst een plaatsvervangende afgod meebrachten, kregen er later een namaak-plaatsvervangende afgod voor terug. U kunt hem zien in de Westrninster Abdij.